Albert Spits over Biflatie

10

Albert Spits | Iedereen heeft wel gehoord van de begrippen inflatie en deflatie, maar of het helemaal duidelijk is wat men hiermee bedoeld dat is natuurlijk de vraag, maar er is ook een begrip genaamd biflatie.Om uit te leggen wat hieronder wordt verstaan is het essentieel om eerst de juiste uitleg te geven van inflatie en deflatie.  Inflatie is niet de verhoging van de prijzen, want dat wordt vertegenwoordigd door zowel de consumenten- als producentenprijsindex, de zogenoemde CPI en PPI. Deze twee indexen zijn derivaten, oftewel afgeleiden van de eigenlijke inflatie. Inflatie is feitelijk monetaire inflatie, ergo het uitbreiden van de contante geldhoeveelheid, niets meer en niets minder. Als monetaire aggregaat aangeduid als M0, desnoods aangevuld met deposito die worden aangehouden op bankrekeningen, M1 dus. Omgekeerd evenredig is deflatie dan geen daling van de PPI of CPI-indexen, maar juist de daling van de contante geldhoeveelheid, desnoods tevens een daling van de deposito. We hebben een kleine deflatie van M1 gehad in 2008 in Nederland, waardoor bankrekeningen omlaag gingen om te voldoen aan de lopende verplichtingen van private bedrijven en individuen.

Deflatie

Er heerst een angst onder politici, centrale bankiers en reguliere economen voor prijsdeflatie, met andere woorden men is bang voor dalende prijzen. Maar waarom zou je nu bang moeten zijn voor dalende prijzen, het lijkt me juist goed dat je meer kunt kopen voor je geld, zoals dat is gebeurd over de laatste decennia met computers, geluidsapparatuur, televisies en dergelijke. Waarom klagen politici en economen hier niet over? Dat is omdat zij dit als goede deflatie zien en dat andere, zoals dalende aandelen- en vastgoedprijzen als slecht zien. Men denkt in deze kringen dat de waarde van aandelen en vastgoed altijd omhoog moet  gaan, zodat men denkt dat men rijker wordt, terwijl dat uiteraard een illusie is. Want de ‘overwaarde’ van vastgoed en aandelen is niets anders dan een exces aan uitgeleverd krediet. Dit brengt mij op het volgende en dat is inflatie.

Inflatie

Er zijn twee typen inflatie, de een is de monetaire variant en de ander is die van krediet, ook wel kredietexpansie genoemd. Kredietexpansie, zo leert ons de geschiedenis, eindigt immer in een kredietinkrimping, mits deze niet-liquiderend is, wat betekent dat daar geen huidige en toekomstige productie overstaat. Dit noemen we dan consumptieve kredietgroei. J.M. Keynes heeft hierover uitvoerig geschreven en dacht dat consumptie de motor was van de economie.

Oostenrijkse Schooleconomen weten natuurlijk wel beter, want de motor van de economie is de productie en productiviteit van bedrijven en individuen. Deze kun je nooit stimuleren met een kredietexpansie,waardoor je een schuldeconomie creëert, wat uiteindelijk eindigt in faillissement van zo’n economie. Er zijn nog economen zoals Sweder van Wijnbergen, die beweren dat je altijd geldgroei moet hebben om de economie te laten ‘groeien’, want anders zou er een ‘deflatoir’ effect optreden. Dat is een onjuiste constatering en toont dat deze hoogleraar niet op de hoogte is van hoe bijvoorbeeld een goudstandaard binnen een markteconomie functioneert. De productiviteitsgroei heeft namelijk de deflatie al in zich. Wanneer een economie reëel groeit, zelfs met een papiergeldwaarde, dan is het niet de geldgroei die dit verzorgt, maar de toenemende productiviteit in navolging van meer efficiëntie en hogere afzet, alsmede betere productie-, transport- en distributiemethoden. Ergo, bij gelijkblijvende winsten, inkomsten en vermogen gaat de welvaart omhoog vanwege de dalende prijzen. In de goudstandaard van de 19e eeuw tot aan 1914 is dit tot uiting gekomen in een enorme welvaartsgroei voor de westerse bevolking en met name het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten en dit terwijl de prijzen zo’n 20% lager uitvielen in diezelfde periode. Het is berekend dat binnen een goudstandaard de economie tussen de 1-2% per jaar groeit en daar wordt reële en duurzame groei mee bedoeld.

Nominale en reële groei

Waar hoogleraren als Sweder van Wijnbergen op doelen is de nominale groei van de economie, ergo de groei gemeten in geldontwaarding. Stel dat de groei van het Bruto Binnenlands Product nominaal 12% per jaar is. De monetaire inflatie is 7% per jaar, dan is de reële groei 5%, want je trekt de verhoging van de contante geldhoeveelheid af van het BBP. Stel, zoals nu het geval is, dat de monetaire inflatie 10% bedraagt, maar het BBP groeit nominaal maar 7%, dan is de reële groei minus 3%. Men heeft deze werkelijke verarming van de economie kunnen verdoezelen met de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), deze geven namelijk niet de monetaire inflatie weer, doch alleen de consumentenprijsindex, welke veel lager uitvalt. Deze cijfers zijn niet objectief, maar juist subjectief van aard, want het CBS stelt deze zelf samen uit een mandje met producten. Zo hebben we nu een nieuw mandje, ditmaal van de Europese Unie en deze heet de geharmoniseerde consumentenprijsindex (HCPI), echter nog steeds subjectief samengesteld uit producten geselecteerd door de statistische bureau´s. Vandaar dat we ontzettend moeten oppassen voor de cijfers van deze overheidsinstanties en haar economische manipulaties. Men stelt de zaken altijd mooier voor dan ze zijn.

Tweedeling

Er bestaat een verschil tussen kennis en bevattingsvermogen. Kennis krijgt men van derden, zoals scholen, universiteiten en andere instituten, maar bevattingsvermogen genereert men zelf. Met andere woorden, kennis kan men vergaren, echter het is essentieel om nieuwe verworven kennis te kunnen koppelen of te toetsen aan reeds bestaande kennis en daar wringt nu juist de schoen.   Vooral in de economische wereld gebeurt dat veel te weinig, men blijft in een bepaald patroon hangen, zonder verder te kijken naar andere factoren. De oorzaak is ons onderwijs, want er wordt bijna uitsluitend gekeken naar wiskundige modellen, zonder psychologie, financiële instrumenten en de monetaire geschiedenis in acht te nemen. Zo ook met inflatie. Er bestaat geen goede inflatie, alleen slechte inflatie, dus een geldgroei (monetaire inflatie) is zonder meer slecht te noemen. Het verhoogt in het geheel niet de productie of de productiviteit, maar zorgt wel voor een overheveling van het meest productieve gedeelte van de economie landbouw en industrie naar het minst productieve segment daarvan, ergo de overheid en de financiële sector. Wanneer men de geldkraan openzet, dan is de eerste sector die hiervan profiteert de overheid, want deze ontvangt reeds de oorspronkelijke waarde hiervan.   Vervolgens is de tweede die hier profijt van trekt de financiële sector zoals banken en financieringsmaatschappijen, die dit nieuwe geld met nagenoeg de oorspronkelijke waarde weer kunnen inzetten en daarop rente kunnen heffen. De volgende sectoren, zoals productiebedrijven, distributiecentra, transportfirma´s etcetera, kunnen weliswaar de kosten hiervan doorberekenen aan de klanten, maar hebben wel te maken met een verminderde waarde van hun vermogen en winsten. De enigen die hier geen enkel voordeel bij hebben zijn de mensen die niet in de eerste of tweede linie zitten van de ontvangst van het nieuwe geld en de bijkomende kosten (geldontwaarding) niet kunnen doorberekenen, deze zijn de gesalariëerden en minima. Deze tweedeling wordt dus enorm versterkt dankzij ons monetair beleid. Hier is dan weer een typisch geval van de wet van onbedoelde gevolgen, welke is ontdekt door de Franse econoom Frédéric Bastiat in de eerste helft van de 19e eeuw.

Deflatoire crisis

Er is een verschil tussen een inflatoire en een deflatoire crisis en dat heeft te maken met de hoedanigheid van het begrip inflatie. Prijsinflatie is niet een-dimensionaal, maar twee-dimensionaal. Zoals we weten staat de monetaire inflatie aan de wieg van de prijsinflatie. Een overheid creëert monetaire inflatie in goede tijden om aan extra inkomsten te komen en zodoende de uitstaande schuld percentueel te laten dalen. Want bij een hogere inflatie valt de bestaande schuld relatief lager uit. Wanneer er een crisis uitbreekt zoals in de jaren 70, dan was het opportuun voor de overheden om de economie vol te gooien met monetaire inflatie en deze inflatie vertaalde zich rechtstreeks naar de prijsinflatie toe. We kennen de oliecrises wel in dit decennium als gevolg van deze hoge monetaire inflatie. De geldgroei ging rechtstreeks door de economie heen. Er was een hoge overheidsschuld, maar een lage private schuld, derhalve wilden mensen zo snel mogelijk hun geld besteden aan artikelen, omdat deze almaar bleven stijgen in prijs. Men noemt dit monetaire inflatie maal de doorstroomsnelheid. Met een mooi Engels woord ‘velocity’.

Nu proberen de overheden hetzelfde weer in de huidige crisis en hoopt men dat de prijsstijgingen door blijven gaan, waardoor mensen hun geld blijven besteden in een rap tempo. Men creëert weer enorme hoeveelheden geld, om zodoende dit te bewerkstelligen. Alleen er is een groot verschil nu in vergelijking met de jaren 70. We hebben nu niet alleen een enorme overheidsschuld, echter tevens een enorm hoge private schuld. Wat gebeurt er derhalve met de monetaire inflatie en de doorstroomsnelheid? Juist, de doorstroomsnelheid neemt af, want de private schuldenaren hebben dit extra gecreëerde geld hard nodig om hun schulden af te betalen of zelfs te financieren. Daarom stokt de doorstroomsnelheid van het nieuw gecreëerde geld. Dat geld wordt niet meer gebruikt voor gebruiksartikelen, behalve dan in absolute nood, maar voor de financiering van de schulden en de inelastische producten, zoals voedsel, energie en onderdak. Met inelastisch bedoel ik dat men geen keuze heeft om deze producten aan te schaffen, daar iedereen moet eten, zich vervoeren en een dak boven zich nodig heeft. Daar kan kan men dus niet veel op bezuinigen. Dit gaat dan ten koste van de industrie, die moeite heeft om haar producten af te zetten. Met als gevolg sluiting van fabrieken, massaontslag en verdere inkrimping van de economie. Deze toestand kunnen we daarom kenmerken als een van biflatie, dus een deflatie van niet-essentiële producten en inflatie van noodzakelijke producten.

Hyperinflatie hoeven we niet op rekenen, zelfs niet in de voedsel- en energievoorziening. Dat heeft te maken met de marktconforme respons, want er vloeit rechtstreeks kapitaal uit de secondaire sector, de industrie,  richting de primaire sector, landbouw en grondstoffen. Vanwege de hogere rendementen in deze sectoren is dit uiteraard een normale omstandigheid. Derhalve zal de voedsel- en energievoorziening toenemen. Meer landbouwgrond wordt in ontwikkeling genomen, andere energiebronnen en -middelen worden ontdekt en uitgevonden en vanwege de toegenomen productie en gelijkblijvende vraag zullen uiteindelijk de prijzen zelfs in deze inflatoire sectoren zich stabiliseren. Biflatie zal tot dan ons lot blijven, uiteindelijk uitmondend in een langjarige deflatoire cyclus. Prijsdeflatie, zoals dat wordt verwerkt door de statistische bureau’s, is dan aan de orde van de dag. Deze prijsdeflatie zal behoorlijk langdurig zijn, omdat de schulden steeds lastiger kunnen worden afbetaald als men wordt ontslagen en inkomsten verliest. Zodoende moet men rekenen op een massale schuldsanering en kredietinkrimping, welke dus de banken en financiële instellingen doen wankelen. We zagen dit scenario zowel  in de jaren 30 als vanaf de jaren 90 tot nu in Japan. Wat men ook deed, de prijsdeflatie was in volle gang.

Markteconomisch inzicht

In tegenstelling tot wat velen denken is het grote probleem niet de prijsdeflatie zelf, maar juist de voorafgaande kredietexpansie en monetaire inflatie. Beide middelen hebben de deflatie al ingebakken in het systeem zitten. Vanuit markteconomisch inzicht is deflatie immers een geheel normale zaak en in geval van crises werkt het bovendien als een schoonmaakmechanisme voor de economie. Wanneer de schoonmaak is voltooid dan kan de economie zich weer herstellen en de reële groei hervatten. Wanneer dan de goudstandaard in ere is hersteld, dan hoeven we ook niet meer bang te zijn voor de monetaire excessen zoals die zich sinds de jaren 70 hebben voorgedaan.

Maar zover is het nog niet helaas en zullen we gezamenlijk de gang naar beneden moeten meemaken, waarbij uiteindelijk de meeste banken failliet zullen gaan. Het is aan de politiek nu om een besluit te nemen. Of we gaan door met het ‘redden’ van banken via de enorme kapitaalinjecties in eurozonelanden als Griekenland, Portugal en Ierland, of we zeggen genoeg is genoeg en sluiten de kredietkraan. Wanneer we voor het laatste opteren, dan is er een tijdelijke economische crisis van zo’n 2 jaar, waarna we vanaf een lager plateau onze economie weer kunnen laten draaien. Kiezen we nog steeds voor de ingeslagen weg, dan wacht ons een hele lange deflatoire crisis van minimaal 10 jaar met bijkomende ellende zoals verdere gestage verarming uitmondend in overmijdelijke gewelddadige opstanden en revoluties.Zullen onze politici slim zijn of zullen ze immer aan de leiband lopen van de bancaire sector, zoals ze dat tot nogtoe hebben gedaan. De tijd zal het leren.

Essays:

Deflation may Win Out; Richard Russell, Dow Theory Letters, 18 mei 2011, San Diego, Ca. USA

The Blessings and Curse of Banking; Richard Cantillon, (Orig. 1755), 12 mei 2011, Mises Institute, Auburn Al. USA

The Great Myth of the Inflation Cure; Doug French, 6 mei 2011; Mises Institute, Auburn Al. USA

Money can’t buy you Economic Prosperity; Shawn Ritenour, 26 april 2011, Mises Institute, Auburn Al. USA

So you thought the Sovereign Debt Crisis was over?; Martin Armstrong, 10 mei 2011, Princeton Economics, USA

The Federal Reserve as an Engine of Deflation; Antal Fekete, 19 juli 2009, San Francisco School of Economics; San Francisco, Ca. USA

Can we have Inflation and Deflation?; Antal Fekete, 2007, San Francisco School of Economics; San Francisco, Ca. USA

Is Biflation real?; Newsweek, 16 augustus 2010, New York, NY USA

Debt and Deflation; The Economist, 13 november 2008

Er is nog veel nodig om de  Angel uit de Markt te halen; Sweder van Wijnbergen; FD Fondsnieuws, apriluitgave 2011

Stijging van Voedselprijzen is een Bron van Onrust; Dennis van Ek; FD Fondsnieuws apriluitgave 2011

Forbes predicts Gold Standard within Five Years; Forrest Jones, MoneyNews, 11 mei 2011, Palm Beach, FL USA

Debt Saturation and Money Illusion; Gordon T. Long; Financial Sense, 28 april 2011, San Diego, Ca. USA

Bron: Vrijspreker.nl

Over de auteur

Biflatie.nl publiceert artikelen over de crisis en de huidige (macro)-economische situatie. Ook nieuws over bitcoin & cryptocurrencies, de huizenmarkt, goud & grondstoffen, de machthebbers en het monetaire systeem. Twitter: @Biflatie