De Magische Carrousel – Terug naar de basics

83

Ik heb al eens gesuggereerd dat eerlijk lenen berust op de tijdsfactor. Als ik geld leen voor de periode van 1 jaar, dan kan ik datzelfde bedrag aan geld uitlenen voor een periode van 1 jaar minus 1 dag; de schuld die ik dan op mij neem kan niet eerder vervallen voordat ik mijn geld van uitlenen heb teruggekregen. Dit buiten de mogelijkheid dat ik in gebreke blijf, waarvoor een kapitaal achter de hand gehouden moet worden. Er is geen echte limiet op hoe vaak ik dit in de praktijk kan herhalen, zolang het uitlenen maar niet langer duurt dan het lenen. Een lening dus, die is aangegaan om het uitlenen mogelijk te maken.

Dit houdt in dat een kasstorting bij een bank dus nooit uitgeleend zou kunnen worden onder geen enkele voorwaarde. Immers het kasgeld moet altijd onmiddellijk ter beschikking staan om uit te betalen aan degene die de storting heeft gedaan. Geen enkele andere mogelijkheid daartoe, want anders zou een bank frauduleus handelen. En dergelijke frauduleuze banken staan bloot aan bankruns, waar de inleggers hun geld opeisen, maar waarbij deze stortingen zijn uitgeleend tegen een onwettige winst en dus niet beschikbaar zijn. Het is duidelijk dat als deze stortingen niet uitgeleend kunnen worden tegen winst, deze dus ook niet gebruikt kunnen worden voor speculatie en gokken. Dan kunnen ze dus ook geen opbrengst genereren, nietwaar?

Nou, nee dus. Er bestaat een ‘magische carrousel’ die wel toestaat dat kasstortingen op legale wijze risicoloze winsten genereren. Winsten die een eerlijke bank ook met de inleggers kan delen; winst zonder uitlenen, zonder speculatie en gokken. Deze ‘magische carrousel’ mag dan op het 1e gezicht magisch lijken, maar is dat helemaal niet. Het is de natuurlijke ongehinderde manier waarop de zuivere (unadulterated) Goud standaard onder meer functioneert.

En inderdaad voor de afbraak van de Goud standaard bij het begin van WO I, werd op uitgebreide schaal gebruik gemaakt van deze ‘magische carrousel’. De derde en beargumenteerd de meest cruciale component van de Gold Standard Triade; en deze triade bestaat dan uit goud circulatie, de goud obligatiemarkt…. en de ‘magische carrousel’. Als voorbeeld hiervan, de Duitse Rijksbank had als beleid voor haar banken om 1/3 van de stortingen als cash goud aan te houden en 2/3 als … ‘magische carrousel’!

Dit alles is best duidelijk zonder daarvoor gestudeerd te hoeven hebben, maar om de ‘magische carrousel’ te begrijpen zullen we toch het concept van schuld en krediet nader moeten bekijken. Vaak worden schuld en krediet gezien als de keerzijde van de medaille; dat schuld en krediet elkaars tegengestelde zijn, maar dit is niet echt het geval. Schuld zelf kan worden gezien als lenen en uitlenen; lenen is hierbij de keerzijde van uitlenen en vice versa.

Schuld betreft de uitwisseling van geld; de uitlener geeft geld aan de lener in ruil voor diverse beloftes, zoals een afgesproken datum wanneer de schuld terugbetaald moet zijn, het rentepercentage dat de lener moet betalen en vaak komt daar ook nog een onderpand bij kijken als garantie voor de betaling aan de uitlener bij het in gebreke blijven. Als een lening wordt verstrekt zonder onderpand, zoals bijv. de schuld op een creditcard, dan is het rentepercentage (erg) hoog om de uitlener tegen in gebreke blijven te beschermen.

Als er een onderpand is, dan zijn die percentages lager, maar de waarde van het onderpand is dan gewoonlijk hoger dan de waarde van de lening. Neem bijv. een standaard hypotheek, waarbij de geldverstrekker beschermd is ook indien de waarde van het onderpand in waarde daalt, net zoals van de dag bij velen het geval is.

Krediet in tegenstelling tot schuld wordt gegeven en niet aangegaan. De enige overeenkomst tussen krediet en lenen als schuld is dat er voor betaald moet worden. Een soort van oordeel over hoe betrouwbaar we zullen zijn in het terugbetalen van een schuld. Hoe dan ook krediet is niet de keerzijde van schuld.

Vergelijk eens het lenen van geld met het verhuren van een huis; de huurder betaalt voor het gebruik van het huis, voor een vaste periode tegen een vastgestelde prijs. En dit is analoog met leningen waar de lener betaalt voor het gebruik van het geld, ook voor een vaste periode tegen een vastgelegde prijs.

Kijk nu eens naar de analogie met het in consignatie geven van je fiets; stel je wilt je fiets verkopen, maar de fietsenwinkel wil jou niet de prijs betalen die jij ervoor hebben wilt. In plaats daarvan geef je de fiets in consignatie aan de fietsenwinkel. De fiets wordt nu zichtbaar voor vele potentiële klanten met een goede kans dat hij inderdaad verkocht wordt. Maar hier komt nog geen geld aan te pas. Dus geen lenen, uitlenen of schuld.

Als de fiets verkocht wordt krijgt de fietsenwinkel een afgesproken commissie voor het gebruik van zijn verkoopruimte, maar als hij niet verkocht wordt, blijft die fiets van jou. Dit is een transactie die voor beide partijen voordeel kan opleveren, maar er komt geen geld bij te pas. Tot het moment en alleen dan als de fiets door iemand gekocht wordt.

Dergelijke transacties vinden plaats iedere keer als er een trucklading groente, zuivelproducten, vlees, brandstof of wat voor consumentengoederen waar veel vraag naar is, bij het wederverkoperspunt arriveert. De goederen worden geleverd, maar er gaat geen geld over van de ene in de andere hand. De winkel die de goederen ontvangt ondertekent een document waarin het aangeeft de goederen volgens specificatie ontvangen te hebben en verklaart tevens om betaling van het volledige factuurbedrag op een toekomstig vastgelegd tijdstip te voldoen. En dat kan zijn 30, 60 misschien zelfs wel 90 dagen, al naar gelang is overeengekomen.

De groothandelaar heeft nu een document in handen met betrekking tot de geleverde goederen, getekend door de ontvanger die ermee instemt op de afgesproken dag te betalen. Dit document komt overeen met het document dat ondertekend is in bovengenoemde fietsen deal. Behalve dat er nu geen sprake kan zijn van het teruggeven van de goederen, want aan bederf onderhevige goederen kunnen nu eenmaal niet geretourneerd worden. De enige mogelijkheid voor de wederverkoper is dus dat hij deze goederen verkoopt aan de eindafnemer. En als hij dit niet kan waarmaken, dan moet hij zijn eigen kapitaal aanspreken om de rekening volgens contract te kunnen voldoen.

Dit soort transacties vinden altijd en overall plaats. Iedere keer als er een tankwagen met benzine zijn 30.000 liter brandstof bij een benzinepompstation aflevert bijvoorbeeld. Hier komt geen geld aan te pas, geen lenen of uitlenen, maar toch wordt er krediet verleend. Waarom? Wel, omdat het onder de streep een win-win situatie oplevert voor de groothandelaar en de retailer. Het benzinepompstation heeft een duidelijk voordeel; hij krijgt goederen in consignatie, zonder vooraf kosten te moeten maken, geen leningen hoeven afgesloten te worden, dus ook geen rentebetalingen.

Maar ook de groothandelaar profiteert; als hij geen krediet zou geven, zouden zijn verkopen hem veel meer moeite kosten. Omdat de wederverkoper het geld (nog) niet heeft om de volledige rekening te betalen, kan alleen de zekerheid dat hij dit verkoopt aan de eindconsument dit tot een werkend en sluitend geheel maken. Door hem krediet te verlenen kan de groothandelaar zijn verkopen opvoeren zonder extra kosten te moeten betalen, zoals bijv. dat hij meerdere keren kleine hoeveelheden zou moeten afleveren. De wederverkoper verdient dit krediet vanwege zijn branchekennis en omdat hij weet wat zijn klanten willen en waarvoor zij graag zullen betalen. Hij koopt zijn goederen in met de wetenschap wat er precies nodig zal zijn en zal ook nooit in gebreke blijven bij betaling.

Het waardepapier dat door de groothandelaar is uitgegeven heet een factuur. En zo’n groothandelaar kan best veel uitstaande facturen hebben bij al zijn wederverkopers. De totaliteit hiervan wordt door hem geregistreerd als debiteuren. Debiteuren vertegenwoordigen een waarde. En inderdaad kan de groothandelaar met deze facturen naar de bank stappen om tegen zijn openstaande debiteuren geld te lenen, als hij dat wenst. Maar bedenk wel dat de kosten verbonden aan dit soort leningen aanzienlijk hoger zijn, niettemin is het een mogelijkheid.

Het zaken doen onder de zgn. Goud standaard verliep heel anders dan nu, eerlijker, transparanter en vooral veel simpeler. Iedereen kon begrijpen wat er gebeurde. Facturen werden uitgeschreven voor consumentengoederen waar veel vraag naar was en gingen een eigen leven leiden. Het werden dan ook niet langer facturen genoemd maar Bills of Exchange (wissels) of Real Bills. Rekeningen die op de vervaldag echt geld opleverden; goud. Zelfs de wetgeving respecteerde dit verschil. Een factuur kon wel eens niet betaald worden om vele redenen, maar een Bill of Exchange (wissel) moest ten alle tijden betaald worden. Gebeurde dat niet dan zou de wisselmarkt ernstig bedreigd worden.

Een rekening moet betaald worden tegen het volledige bedrag op de vervaldatum. Als de kleinhandelaar dit niet zou doen dan zal hem geen krediet meer verstrekt worden en zullen hem geen goederen meer in consignatie geleverd worden. Hij kan dan alleen nog kopen op de conditie COD (Cash On Delivery), of zoals wij zeggen onder rembours of zelfs vooruitbetaling. En dit zal vaak een onmogelijkheid blijken te zijn, tenzij de koper hier over voldoende middelen kan beschikken.

Het kon ook wel gebeuren dat als de verkoop heel snel verliep, omdat de consumenten makkelijk hun geld uitgaven, waardoor de kleinhandelaar in staat was zijn rekening voor de vervaldatum te betalen. Uiteraard tegen een vergoeding. En dit is cruciaal, de rekening, mits betaald voor die vervaldatum krijgt dan een discount (korting). Het kon voor de groothandelaar best heel interessant zijn om zijn cash eerder te krijgen dan verwacht.

Deze manier van vooruitbetaling ontstond op heel natuurlijke wijze en is voor beide betrokken partijen een win-win situatie. De kleinhandelaar betaalt minder dan volledige bedrag van de rekening en kan dat geld bij zich houden of voor andere doeleinden gebruiken en de groothandelaar krijgt onmiddellijk cashgeld tegen erg lage kosten. In ieder geval beduidend minder dan wanneer hij zou hebben moeten lenen.

Maar wat heel belangrijk is om te beseffen is dat er niet slechts één kleinhandelaar en één groothandelaar is, maar er zijn er miljoenen over de hele wereld verspreid. Er is ook niet slechts één groothandel/kleinhandel transactie, maar vele miljoenen. Het bedrag dat bij het eerder betalen dan vereist door deze enorme hoeveelheid aan deelnemers, gaat dan collectief onder de naam van discount bedrag (percentage), net zoals bij de miljoenen leners en uitleners van geld zij collectief een rentepercentage vormen.

Een ander heel belangrijk aspect, de groothandelaar kan naar wens deze rekeningen vasthouden. Als hij ze vasthoudt tot de vervaldatum weet hij dat deze rekeningen binnen 91 dagen tegen het volledige rekeningbedrag afgerekend zullen worden. Alle echte rekeningen vervallen binnen 91 dagen of minder en veranderen in goud op die vastgestelde datum.

Als de groothandelaar mocht besluiten ze eerder van de hand te doen, dan zijn er genoeg andere partijen met cash goud om ze van hem te kopen, als opbrengst genererende bezittingen. Bezittingen die kwalitatief bijna net zo goed zijn als goud zelf. Deze rekeningen zijn risicovrij en brengen een winst, in dit geval dus het bedrag aan korting. Discount Houses zijn de handelaren in die Real Bills; zij kochten die rekeningen en verkochten ze, of hielden ze vast tot de vervaldatum. Dat was hun manier van zaken doen en dat was een solide en ook eerlijk bedrijf.

De belangrijkste functie van de Real Bills was echter monetair. De groothandelaar hoefde die rekeningen niet aan te houden tot de vervaldatum, noch was het nodig deze door te verkopen aan het Discount House. Hij kon ze ook gebruiken om zijn eigen leveranciers mee te betalen. De olieraffinaderij was best in zijn nopjes om dat soort rekeningen als betaling aan te nemen, net zoals de kippenboer, de graanboer enzovoorts.

Zoals consumentengoederen stromen van de producent naar de groothandel, de kleinhandel en de consument, zo gingen die rekeningen precies de omgekeerde weg van kleinhandel naar groothandel en producent, waarbij de goederen met veel vraag op weg naar de consument ervoor zorgden dat alles ordelijk verliep, zonder gebruik van goud, maar door middel van rekeningen. Die rekeningen dienden hier als geld, tijdelijk geld weliswaar, omdat alles in goud werd omgezet binnen die 91 dagen, en weer verdween uit het circuit.

De totale waarde van alle rekeningen in omloop werd dus bepaald door de consumentenvraag en de talenten van de leveranciers om hieraan te kunnen voldoen. Niet meer of minder, dat was niet nodig. Tegenover deze rekeningen stonden alleen de geleverde goederen die op weg waren naar de finale consument. En dan geheel in tegenstelling tot fiat geld, op het moment dat die rekeningen vervielen, verdwenen ze uit de circulatie om te worden vervangen door nieuwe rekeningen die de huidige wensen van de consumenten en mogelijkheden van de leveranciers vervulden.

Dit snel reagerende dynamische proces is van groot belang voor de economische stabiliteit. Het prijsmechanisme is te langzaam om op snelle fluctuaties van de markt in te spelen en leidt tot instabiliteit van het systeem. Het moet toch opgevallen zijn dat onze huidige economie extreem cyclisch geworden is. Op en neer gaande prijzen, rente tarieven, werkloosheid enz.. Eén van de voornaamste redenen voor deze instabiliteit is het niet gebruiken van het verrekenmechanisme dat de Discount Houses boden en er zo goed in slaagde deze tijdens de Goud standaardstabiel te houden.

Geldhoeveelheid heeft weinig te maken met de waarde van de rekeningen die in omloop zijn; er kan een ongelimiteerde hoeveelheid geld in omloop komen, gebaseerd op goederen die geleverd zijn. Net zo goed als goud ongelimiteerd lenen kan financieren d.m.v. goud rekeningen, als de factor tijd maar in het oog gehouden wordt. Dus kan goud ongelimiteerd commercieel krediet ondersteunen door de Goud/Real Bill markt; maar alleen als er tegenover die rekeningen echte goederen staan, waar veel vraag naar is.

Goud rekeningen ondersteunen uitlenen; maar dan moet er goud gespaard worden om dat uitlenen mogelijk te maken, net zo goed als dat er een vraag is naar lange termijn geld is om aangewend te worden voor productieve doeleinden. Het rentepercentage hier wordt dan beïnvloed door de bereidheid tot sparen. Goud rekeningen ondersteunen ook consumeren; er moet ook goud gespendeerd worden aan consumentengoederen, net zo goed als aan het aanbod van dergelijke goederen. Het bedrag aan discount hier wordt beïnvloed door de bereidheid tot uitgeven (consumeren), waarbij het uitgeven aan consumptie een heel ander dynamisch proces is.

En om dit alles in een historisch perspectief te plaatsen grijpen we terug op Adam Smith die deze circulatie van Real Bills observeerde en inzag hoe deze Real Bill circulatie enorme hoeveelheden goud kon vervangen om het op deze manier vrij te maken voor vele andere vitale economische doeleinden. Hij noemde deze Real Bill markt een ‘Magic Tramway (Magische Carrousel)’. En hij zag in hoe de macht van deze rekeningen de handel veel verder kon brengen, ver voorbij wat iedereen toen voor mogelijk hield.

Voor de 1e Wereldoorlog en de daarbij horende opheffing van deze Bill markt en goudstandaard was de multilaterale internationale handel, welke toen geregeerd werd door de rekeningen circulatie zo groot, dat dit niveau van wereldhandel pas voor het eerst weer in de 1970’s gehaald werd. De overwinnaars uit de 1e Wereldoorlog verbanden deze rekening circulatie in een mislukte poging om alles weer onder controle te krijgen en vormden daarmee juist een enorme weerstand tegen de internationale handel. En daarin zijn zij erg goed geslaagd.

Om het ronduit te zeggen, een goudstandaard kan niet bestaan zonder rekeningen. Met een vaste hoeveelheid geld is er geen mechanisme om op veranderende omstandigheden in de vraag in te spelen, zoals bijv. Sinterklaas- en Kerstaankopen of andere seizoensmatige fenomenen, er is dan geen flexibiliteit in de hoeveelheid geld in circulatie. En het is precies deze zoektocht naar ‘flexibiliteit’ in geld dat de inflationisten als excuus gebruiken; dat de wereld ‘flexibel’ geld nodig heeft. Natuurlijk is dit niet waar. De wereld heeft een flexibel, niet inflatoir, markt gedreven verrekening mechanisme nodig begeleid door goud. En dat is wat de Magische Carrousel van de Real Bills nou juist wel biedt. En dat zal weer gebeuren, wanneer goud weer terug in circulatie komt.

Net zo goed als een goudstandaard niet kan bestaan zonder het verrekening mechanisme van de Discount Houses met deze rekeningen circulatie, kan ook de Real Bill markt niet bestaan zonder goud als geld in circulatie. Alleen een dwaas zou zijn Real Bill, gebaseerd op de werkelijke waarde van goederen waar veel vraag naar is en op weg naar de verlangende consument, willen inruilen voor een stukje fiat papier dat nog sneller in waarde afneemt dan de discount, laat staan nog sneller afneemt dan het rentepercentage.

In de tussentijd worstelen we met fiatgeld, met Zirp, met Nirp, afin met vele ideeën van Keynes tot in het absurde doorgetrokken. En dat alles in een ultieme vergeefse poging om de fiat wereld, die onder onze voeten vergaat, in stand te houden. Onze enige verdediging die we hebben tegen al dit geweld is vast te houden aan goud en zilver. En zoals de Grieken nu gedwongen worden om met circulerende rekeningen te werken om te kunnen betalen voor hun zo brood nodige goederen en diensten, omdat de bankiers de Grieken het gebruik van fiat geld verbieden in een poging hen verder in slavernij te brengen.

Bron: Rudy J. Fritsch

Over deze schrijver

Altijd geïnteresseerd in de goud- en zilvermarkt. Artikelen vaak geschreven vanuit een historische invalshoek. Dick is in september 2016 overleden.