Oprichting Federal Reserve mijlpaal voor bankiers

108

Omdat de oprichting van centrale banken zo belangrijk is geweest voor de machtsbasis van de huidige elite ga ik in dit artikel dieper in op de totstandkoming van de Federal Reserve. Er waren al eerder pogingen gedaan een centrale bank op te richten in de VS die mislukt waren. Het was voor de bankiers dan ook bittere noodzaak dat het begin 20e eeuw wel zou slagen omdat anders de kansen misschien wel voorgoed verkeken waren en de VS zich monetair onafhankelijk verder had kunnen ontwikkelen. Wie weet hoe de wereld er dan uit had gezien?

federal reserve

Hier nu de ietwat verkorte passage uit het boek Revolutie door Schuld: De historie van de VS laat zien dat de strijd om het oprichten van een Amerikaanse centrale bank geen gemakkelijke was. Jacob Schiff moest eind 19e eeuw een hernieuwd initiatief nemen met Paul Moritz Warburg. Paul Warburg was, net als zijn broer Felix Warburg en Jacob Schiff, partner bij Kuhn Loeb & Co. en eerder bestuurder van de Duitse investeringsbank M.M. Warburg & Co. Dit was de private investeringsbank uit de familiedynastie van de Warburgs, opgericht in 1798. De bank is nog altijd in handen van de familie. De Warburgs stonden altijd in nauw contact met de Rothschilds.

Paul Warburg was voor de assistentie bij het opzetten van een centrale bank in 1897 vanuit Duitsland overgekomen. Warburg zou trouwen met Nina Loeb, dochter van Solomon Loeb, de oprichter van Kuhn, Loeb and Company. Zijn broer Felix Warburg trouwde dan weer met Frieda Schiff, de dochter van Jacob Schiff. De joodse hoofdrolspelers werden familie van elkaar. Schiff hield in 1906 een gewichtige toespraak tegenover de New York Chamber of Commerce waarbij hij beargumenteerde dat een nieuw en modern bankensysteem met een meer elastische valuta nodig was voor Amerika. Hij zei verder de dreigende woorden:

Unless we have a central bank with adequate control of credit resources, this country is going to undergo the most severe and far reaching money panic in its history

Oktober 1907 was het moment dat Schiffs woorden bewaarheid werden. De internationale bankiers wisten dat veel kleine banken een te lage kapitaalratio hadden en dus te kleine reserves. Door manipulatie van de aandelenmarkt, raakte deze in een vrije val waardoor iedereen aandelen begon te verkopen. Door de paniek wilden veel mensen hun geld opnemen en veel van de banken konden niet aan die hoge vraag voldoen door de te lage reserves zodat zogenaamde bank runs gewoon werden in Amerika. Dit zorgde er voor dat veel kleinere banken failliet gingen en de macht zich kon concentreren bij de grotere banken. Daarnaast raakten veel mensen door de gebeurtenis er van overtuigd dat Paul Warburg, die al langere tijd openlijk pleitte voor een centrale bank, gelijk had.

Door de wijdverspreide paniek die er heerste en het daarna goed geregisseerde kordate optreden van J.P. Morgan werd hij door toenmalig Princeton University president en later Amerikaans president Woodrow Wilson onthaald als held. Wilson zei zelfs:

All this trouble could be averted if we appointed a committee of six or seven public spirited men like J. P. Morgan, to handle the affairs of our country.

FEDERAL RESERVE

President Theodore Roosevelt had na de paniek een wet getekend waarbij de “National Monetary Commission” werd gecreëerd. Deze commissie moest het bankenprobleem gaan onderzoeken en aanbevelingen doen aan het Congres. In de commissie zaten medewerkers van J.P. Morgan en Jacob Schiff. De voorzitter was senator Nelson Aldrich van Rhode Island. Zijn dochter trouwde met John D. Rockefeller Jr., de enige zoon van John D. Rockefeller Sr. Samen hadden ze vijf zoons (waaronder Nelson Rockefeller, die later vice-president zou worden in 1974 en David Rockefeller, hoofd van de Council on Foreign Relations (1970-1985), oprichter van de Trilateral Commission en frequent bezoeker van de Bilderberg Groep). Na de vorming van deze commissie ging senator Aldrich langs bij de centrale banken van Groot-Brittannië, Duitsland, en Frankrijk. Paul Warburg hield ondertussen in Amerika positieve toespraken voor de oprichting van een nieuwe centrale bank. De centrale bank moest in de ogen van academici en de publieke opinie een noodzaak worden. Die strategie zou verder worden uitgewerkt.

It is recognized generally that before legislation can be had there must be an educational campaign carried on, first among the bankers, and later among commercial organizations, and finally among the people as a whole.

J.R. Duffield, secretaris van de Bankers Publishing Company, zei het treffend tegen James Forgan in de Forgan Papers, 3 januari 1908

Na zijn terugkomst uit Europa klom Aldrich op 22 november 1910 met een aantal van Amerika’s rijkste en machtigste mannen in het striktste geheim in New Jersey aan boord van een eigen privé treincoupé. Ze werden naar de kust van de staat Georgia gereden om van daaruit naar de vakantieclub voor miljonairs, van mede-eigenaar J.P. Morgan, op het verlaten Jekyll Island te gaan. In deze groep zat wederom ook Paul Warburg, J.P. Morgan en Jacob Schiff. De Rothschilds, Warburgs en Schiffs maakten eigenlijk deel uit van dezelfde familie omdat er binnen de families onderling getrouwd werd. Trouwerijen tussen andere gegoede joodse bankiersfamilies als bijvoorbeeld Seligman, Goldman, Sachs, Oppenheimer, Lehman, etc. waren ook heel gewoon.

De geheimzinnigheid van de ontmoeting op Jekyll Island was zo groot dat iedereen alleen elkaars voornaam mocht gebruiken zodat bedienden hun identiteit niet konden ontdekken. Jaren later klapte een deelnemer van de bijeenkomst uit de school. Frank Vanderlip, president van de National City Bank en vertegenwoordiger van de Rockefeller familie, bevestigde de Jekyll Island trip door in 1935 in zijn autobiografie te schrijven:

I was as secretive, indeed I was as furtive as any conspirator. Discovery, we knew, simply must not happen, or else all our time and effort would have been wasted. If it were to be exposed that our particular group had got together and written a banking bill, that bill would have no chance whatever of passage by Congress…I do not feel it is any exaggeration to speak of our secret expedition to Jekyll Island as the occasion of the actual conception of what eventually became the Federal Reserve System.

Niet alleen het opstarten van een centrale bank stond op de agenda van de bankiers. Andere problemen moesten ook opgelost worden. Het marktaandeel van hun grote nationale banken daalde snel doordat er in de eerste tien jaar van de 20e eeuw veel nieuwe spelers in de bankbranche bijkwamen. Het aantal verdubbelde naar meer dan 20.000. In 1913 waren slechts 29% van alle banken nationale banken.

Een van de doelen was daarom ook deze nieuwe regionale banken onder controle te krijgen. Deze waren steeds concurrerender geworden en dat kostte de grotere bankiersfamilies belangrijk marktaandeel. Daarnaast was de economie zo sterk dat ondernemingen hun expansie uit eigen reserves begonnen te financieren in plaats van financiering door middel van leningen. De Amerikaanse industrie werd onafhankelijker van banken en de bankiers zaten daar natuurlijk niet op te wachten.

Er werd veel gediscussieerd over de naam van de nieuwe centrale bank op Jekyll Island. Warburg dacht dat het woord bank niet moest worden genoemd in de naam. Warburg wilde de nieuwe wetgeving de National Reserve Bill of de Federal Reserve Bill noemen. Het moest lijken dat het doel achter de oprichting het stoppen van bankruns was en het monopolie op geldcreatie moest ook gemaskeerd worden. Daarnaast moest de naam zo gekozen zijn dat deze zou impliceren dat het om een overheidsinstelling ging. Uiteindelijk werd de wet die het oprichten van de nieuwe centrale bank (die Federal Reserve, Fed, zou gaan heten) de Aldrich Bill genoemd. Na negen dagen op Jekyll Island ging de groep weer uit elkaar om direct een educatiefonds voor economieprofessoren van de beste universiteiten op te zetten, om op die manier hun goedkeuring te verkrijgen voor de nieuwe centrale bank. Hierbij zouden ze het concept dan gelijk kunnen promoten.

De nieuwe bank kreeg een monopolie op de geldcreatie in de VS. Om het volk te laten denken dat het onder controle van de overheid stond, werd de Board of Governors van de Fed aangesteld door de president die daarna goedgekeurd moest worden door de Senaat. Dit kon niet echt problemen opleveren voor de bankiers omdat ze hadden ervaren dat hun geld invloed kocht binnen de politiek. Zo zou de Board of Governors altijd uit de personen bestaan die zij voordroegen.

Opmerkelijk: Een man die in 1979 op straat aangereden was door een Federal Reserve Bank vehikel klaagde de staat aan om compensatie te eisen. De zaak Lewis vs. The United States werd in 1982 besloten in het nadeel van Lewis. De Federal Reserve, zo luidde het oordeel van de rechtbank, is geen overheidsinstelling maar een ”independent, privately owned and locally controlled corporation”. De staat kon daarom niet aangeklaagd worden voor compensatie omdat de Federal Reserve hier geen deel van uitmaakt.

Wanneer er nog enige twijfel mocht bestaan of de Fed een privéonderneming is hoeft men alleen maar in het telefoonboek te kijken. Bij de overheidspagina’s staat de Federal Reserve niet in de lijst. De Fed staat echter wel in de pagina’s voor bedrijven…

In 1912 werd de Aldrich Bill gepresenteerd aan het Congres om erover te discussiëren. Het werd al snel als een wet gezien om de bankiers te bevoordelen. Niet in de minste plaats door getuigenissen als die van Republikeins Congreslid Charles A. Lindbergh.

Het bankierssyndicaat in New York werd in die tijd ook wel eens de “Money Trust” genoemd. Lindbergh legde de commissie uit hoe de bankiers te werk waren gegaan en de door hen veroorzaakte crises gebruikten om de oplossing van een centrale bank te kunnen presenteren. De Hegeliaanse Dialectiek van probleem, reactie, oplossing was bij de elite niet onbekend en werd al vaker gebruikt om tot een nieuwe consensus te komen. Het bleek een effectief middel om veranderingen te bewerkstelligen. Een bewust gecreëerd probleem gaf de aanleiding om steun te verkijgen voor de gewenste verandering. Onderstaande passage geeft de bevindingen weer van de commissie die moest onderzoeken hoe geconcentreerd de macht van het kapitaal en krediet was in het begin van de 20e eeuw. De commissie zou bekend komen te staan als de Pujo Committee.

If by a ‘money trust’ is meant an established and well-defined identity and community of interest between a few leaders of finance…which has resulted in a vast and growing concentration of control of money and credit in the hands of a comparatively few men…the condition thus described exists in this country today…To us the peril is manifest…When we find…the same man a director in a half dozen or more banks and trust companies all located in the same section of the same city, doing the same class of business and with a like set of associates similarly situated all belonging to the same group and representing the same class of interests, all further pretense of competition is useless….

Passage uit het Congresrapport van de “Committee Appointed to Investigate the Concentration of Money and Credit”, pag. 55-56, 89, 129, 140

De commissie zou concluderen dat een groep invloedrijke financiële leiders de controle had verworven op productiefaciliteiten, transport, mijnbouw, telecommunicatie en bankieren. De namen die de commissie noemden in het rapport waren: J.P. Morgan, Paul Warburg, Jacob H. Schiff, Felix M. Warburg, Frank E. Peabody, William Rockefeller and Benjamin Strong Jr. Een aantal van deze bankiers werden ook persoonlijk ondervraagd. Met de conclusie van het rapport werd echter niet veel gedaan en de bankiers wisten de aandacht er van af te leiden. J.P. Morgan overleed in 1913.

Terwijl het debat voortging over de centrale bank realiseerden de bankiers zich dat ze nog niet genoeg politieke steun hadden en brachten de Aldrich Bill daarom ook niet in stemming. In plaats daarvan zouden de bankiers zich op de Democratische Partij gaan focussen en ze financierden Woodrow Wilson, de Democratische kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 1912. Het Congres was in 1910 al in handen van de Democraten gekomen en in de jaren die volgden wilden ze ook dat de Senaat door hen gedomineerd zou worden met Wilson als president. Zo zou de wet de meeste kans hebben aangenomen te worden aangezien de Republikeinen dan nergens een meerderheid hadden om tegen te stemmen.

De joodse Wall Street bankier, Bernard Baruch, kreeg de leiding over het project Woodrow Wilson samen met Colonel Edward Mandell House. House had nooit in het leger gediend maar kreeg de titel Colonel als dank voor bewezen politieke diensten aan de Texaanse gouverneur in die tijd. House zou de persoon zijn die als Wilsons alter ego functioneerde en Wilson zou hem in zijn geschriften ook zo benoemen. Colonel House stond in nauw contact met het establishment in Engeland via Sir William George Eden Wiseman. Wiseman was een geheim agent en bankier. Hij stond aan het hoofd van de Britse geheime operaties in Amerika. Hij bracht zijn vakantie in augustus 1918 met House en Wilson door. Na de oorlog zou hij deelnemer aan de Parijse Vredesbesprekingen in 1919 zijn. Later was hij werkzaam bij Kuhn Loeb and Co. waar hij in 1929 partner kon worden.

Col. House became alerted to Woodrow Wilson when the latter became Governor of New Jersey, in Trenton; when he began to make “political nesting noises”, directed to the top king makers, the early one worlders. With the approval of the advisors, Col. House became duly affixed to Woodrow Wilson and became his political self starter, advisor, and alter ego.

Curtis B. Dall, schoonzoon van Franklin D. Roosevelt, in zijn boek “FDR, my exploited father in law”, pag. 108

Colonel House schreef in 1912 een boek genaamd “Philip Dru: Administrator” waarin hij duidelijk liet blijken voorstander te zijn van een socialistisch systeem met een Mussolini-achtige dictator als leider. De dictator zou als doel hebben in Amerika een centrale bank op te richten, een progressief belastingstelsel in te voeren en beide politieke partijen te controleren. Alle drie de doelen waren binnen twee jaar na verschijning van het boek realiteit geworden. Dit verklaarde later de verschillende beleidskeuzes van Wilson. Tijdens de Democratische presidentiële campagne leek het alsof de Democraten de Aldrich Bill niet steunden.

De “House of Banking and Currency” was het orgaan van het Huis van Afgevaardigden dat de gehele financiële dienstenindustrie moest overzien. Daarnaast overzag de commissie ook de Federal Reserve, het ministerie van financiën en de U.S. Securities and Exchange Commission (SEC, de zogenaamde beurswaakhond). McFadden was voorzitter van de commissie van 1920 tot 1931 door zijn ongekende financiële expertise. Dit maakte hem ook direct een autoriteit op het gebied van monetaire geschiedenis, inclusief de Federal Reserve, waardoor aan zijn toespraken waarde gehecht moest worden.

J.P. Morgan steunde tijdens de verkiezingen van 1912 Woodrow Wilson, kandidaat voor de Democratische Partij. De gebroeders Paul en Felix Warburg en Otto Kahn van Kuhn Loeb & Co. steunden ieder een van de Republikeinse kandidaten die voor het presidentschap in 1912 streden. De deelname van oud president en Republikein Theodore Roosevelt kwam onverwacht en verminderde de kansen voor de zittende Republikeins president Taft omdat de Republikeinse stemmen nu verdeeld zouden worden tussen de twee kandidaten. Wellicht was het een vooropgezet plan aangezien de achterban van de Republikeinen altijd tegen een centrale bank was geweest, waardoor wetsvoorstellen van de bankiers vaak niet door het Congres en Senaat heen kwamen. Door Roosevelts deelname had Wilson een veel grotere kans om te winnen. Opmerkelijk was Roosevelts toespraak in augustus 1912, waarin hij zei:

Political parties exist to secure responsible government and to execute the will of the people. From these great tasks both of the old parties have turned aside. Instead of instruments to promote the general welfare they have become the tools of corrupt interests, which use them impartially to serve their selfish purposes. Behind the ostensible government sits enthroned an invisible government owing no allegiance and acknowledging no responsibility to the people. To destroy this invisible government, to dissolve the unholy alliance between corrupt business and corrupt politics, is the first task of the statesmanship of the day.

De zittende president Taft was behoorlijk populair. Wilson was dat een stuk minder maar hij voerde campagne tegen een centrale bank tijdens de presidentsverkiezingen. Oud president Theodore Roosevelt kwam pas later meedoen aan de strijd en als voormalig Republikein trok hij zodoende veel stemmen van Taft weg. De bankiers konden eigenlijk niet verliezen doordat alle drie de kandidaten door hen gefinancierd werden, maar Wilson had duidelijk hun voorkeur. Wilson was onervaren en daarom makkelijker te sturen. Hij zou ook de meeste kans bieden om een centrale bank geïnstalleerd te krijgen omdat de Republikeinse Partij al decennia lang had tegengewerkt. De partij was toen nog veel onafhankelijker van Wall Street.

De Democraten luisterden daarnaast ook gewillig naar de plannen van hun adviseurs uit de bankenwereld omdat hun laatste presidentiële verkiezingsoverwinning dateerde van twintig jaar geleden. Wilson zou positieve pers krijgen en op 5 november 1912 werd Woodrow Wilson tot president van Amerika gekozen. J.P. Morgan, Paul Warburg, Bernard Baruch en consorten schoven via Wilson, ondanks zijn presidentiele campagne tegen de centrale bank, vrij snel een nieuw plan naar voren dat de Federal Reserve heette. De Democratische Partij noemden de wet die de Federal Reserve mogelijk moest maken de Glass-Owen Bill. Deze wet werd gepresenteerd als het tegenovergestelde van de Aldrich Bill, terwijl beide wetten vrijwel identiek waren.

Since I entered politics, I have chiefly had men’s views confided to me privately. Some of the biggest men in the United States, in the field of commerce and manufacture are afraid of somebody, are afraid of something. They know that there is a power somewhere so organized, so subtle, so watchful, so interlocked, so complete, so pervasive, that they better not speak above their breath when they speak in condemnation of it.

Woodrow Wilson, legde in zijn boek “The New Freedom” (1913) uit dat er een ongrijpbare en totale macht buiten het democratisch systeem heerst. Pag. 13-14

De Democraten waren fanatiek in hun bewering dat de Glass-Owen Bill anders was dan de Aldrich Bill, terwijl senator Aldrich en Frank Vanderlip (president van Rockefellers National City Bank) publiekelijk oppositie voerden tegen de wet om zo iedereen te laten denken dat de wet radicaal anders was dan de Aldrich Bill. Dit werkte zo goed dat Paul Warburg, ontwerper van beide wetten, zijn betaalde vrienden in het Congres nogmaals moest informeren dat de wetten vrijwel gelijk waren en dat zij dus voor de wet moesten stemmen. Het voorval liet ook een tactiek zien waarbij beide tegengestelde kanten van een discussie beheerst werden door dezelfde groep. Op die manier was het mogelijk de discussie beter te controleren en uiteindelijk naar het gewenste resultaat te sturen.

Het debat ging niet de goede kant op voor de bankiers, veel senatoren hadden door dat de wet corrupt en misleidend was. Toch werd op 22 december 1913 de wet met een ruime meerderheid aangenomen door de Senaat en het Congres. De Federal Reserve Act passeerde het Congres met 298 stemmen voor en 60 tegen. In de Senaat waren 43 stemmen voor en 25 stemmen tegen. Een ruime meerderheid kan men zeggen, ware het niet dat er 27 senatoren niet hadden gestemd. De meeste senatoren die niet hadden gestemd waren degenen met kritiek op het nieuwe wetsvoorstel. Die waren tijdens de stemming al onderweg naar huis om kerstmis met hun familie te vieren en waren eerder verzekerd dat het stemmen pas plaats zou vinden na het kerstreces. Ondanks dit opvallende voorval werd de wet aangenomen, Wilson ondertekende de wet en Paul Warburg zou de eerste voorzitter van de Fed worden. Representative Charles A. Lindbergh zei op de historische dag dat de wet werd aangenomen tegen het Congres:

This Act establishes the most gigantic trust on earth. When the President signs this bill, the invisible government by the Monetary Power will be legalized. The people may not know it immediately, but the day of reckoning is only a few years removed. The trusts will soon realize that they have gone too far even for their own good. The people must make a declaration of independence to relieve themselves from the Monetary Power. This they will be able to do by taking control of Congress. Wall Streeters could not cheat us if you Senators and Representatives did not make a humbug of Congress. . . . If we had a people’s Congress, there would be stability.

The greatest crime of Congress is its currency system. The worst legislative crime of the ages is perpetrated by this banking bill. The caucus and the party bosses have again operated and prevented the people from getting the benefit of their own government.

Desalniettemin werd de wet aangenomen en was het ontstaan van de Federal Reserve een feit. Daarmee kon de monetaire geschiedenis van de VS opgedeeld worden in de volgende perioden:

  • 1782-1791: Bank of North America
  • 1791-1811: First Bank of the United States
  • 1816-1836: Second Bank of the United States
  • 1836-1863: Free bank era and independent treasury system
  • 1863-1913: National Banks
  • 1913-nu: Federal Reserve (Fed)

Rein de Vries – auteur Revolutie door Schuld

Over deze schrijver

Biflatie.nl publiceert artikelen over de crisis en de huidige (macro)-economische situatie, biflatie, de huizenmarkt, de eurocrisis, goud & grondstoffen, de machthebbers en het monetaire systeem. Twitter: @Biflatie