‘Diepste punt crisis is nog niet bereikt’

6

Er zijn veel puinhopen in een natie“, schreef Adam Smith. Zijn punt was dat het een lange tijd duurt voordat naties omvallen, zelfs als ze een wandelend lijk zijn geworden. En hij had zeker gelijk. Amerika kreeg honderd jaar geleden haar fatale klap in 1913 met de oprichting van de particuliere Federal Reserve Bank voor het beheren en uitgeven van US wettig betaalmiddel – dat ten onrechte geld wordt genoemd. Maar het diepste punt is nog niet bereikt. Dat is een langzaam proces, maar eigenlijk ook wel relatief snel in vergelijking met de Romeinen. Toen duurde het enkele eeuwen om op te blazen en in te storten. Het diepte punt werd twee keer uitgesteld – telkens door massale tussenkomst van de kant van de FED en centrale bankiers. De eerste, na de recessie van 2001. De tweede, als gevolg van de huidige recessie van 2007-2009. Maar ze kunnen dit lot niet voor altijd uitstellen. Het echte diepte punt ligt nog steeds in de toekomst, hoewel grote keerpunten in aandelen, obligaties en goud nu beginnen te verschijnen. Aandelen en obligaties zijn op de weg naar omlaag. Goud is op de weg naar omhoog.

Schuld-gedreven expansie duurt niet eeuwig. De private sector bereikte haar maximum in 2007. Het kon niet meer schulden accepteren. Een correctie begon, om het teveel aan schulden uit het systeem te wringen door middel van wanbetalingen, faillissementen en waardeverminderingen. Een door goud gedekte munt houdt schulden onder controle, terwijl een fiat systeem flexibeler is – meer armslag geeft aan overheden. “Krediet uitbreiding is door het dak geschoten. De wereld economie groeide. Maar de expansie in het westen werd niet gedreven door stijging van de reële productiviteit. Deze werd gedreven door de toename van krediet. Het kan een lange weg worden, of reeds na de eerst opkomende bocht zijn afgelopen. Hoe dan ook, het zal een hel worden. Wacht maar tot de lange-termijn rente 5% – of 10% wordt. Hoeveel regeringen, bedrijven, steden en pensioenfondsen zullen dan nog steeds solvabel zijn? Een kwestie van afwachten om dat te weten!”

Dit is de reden waarom tegenwoordig de gemiddelde burger minder koopkracht heeft dan hij in de jaren 1960 had. De reële economie wordt niet geholpen door de toevoeging van triljoenen eenheden nieuw fantasie-geld en kredieten. Uiteindelijk wordt het punt bereikt waarop de trend zal keren – waar het vertrouwen afneemt en obligatierendementen omhoog gaan. Trends in de obligatiemarkten zijn langzamer in de ontwikkeling, maar veel belangrijker. Het is de reden waarom de lange rente nooit stabiel is. Zolang obligatierendementen dalen, kunnen leners zich veroorloven om meer te lenen. Maar als de rente omhoog gaat is de schuldenaar in grote problemen. Niet meer in staat om zijn schuld terug te betalen. De pijn is dan voor de uitlener, die zal zijn geld niet terug krijgen. Centrale bankiers blijven in de weg staan van de markt om die het werk te laten doen en de pijn op te lossen. De pijn is nu voor beleggers – die obligaties kochten – en er niet meer in slagen hun geld terug te krijgen.

Als rentevoeten dalen, gaan leners dieper in de schuld. Maar als de hoeveelheid van die schuld toeneemt, neemt de kwaliteit ervan af. Of, anders gezegd, “als samenwerking en vertrouwen omhoog gaan, dalen de obligatierendementen, het fundament onder de waarde van obligatie is het vermogen van de lener om zijn schuld terug te betalen, zo niet gaat het vertrouwen onderuit.” Uiteindelijk wordt het punt bereikt waarop deze trend zich keert – waar het vertrouwen afneemt en obligatierendementen omhoog gaan. In deze fase is de wereld nu belandt. Ter verduidelijking; dit impliceert dat als obligaties in prijs dalen, gaan de opbrengsten omhoog. En samen met dit de financieringskosten. Dit verkleint snel de winstmarges, waardoor over-geleveragede instituten failliet gaan.

De overheid bracht de rente op bijna nul procent en drukte trillions nieuwe dollars. De lage rente dwongen de beleggers massaal naar riskantere, meer rendabele activa. De trillions nieuwe dollars zorgden ervoor dat nog meer geld stroomde in activa. Met andere woorden, de kwantitatieve verruiming (QE) stimuleerde de markten. Maar heeft QE nog iets anders bereikt dan de prijsstijging in activa? Heeft deze de reële vraag van consumenten vergroot of het BBP versterkt en de werkeloosheid verminderd met een overtuigend percentage? Het lijkt erop dat de Federal Reserve – de overheidsinstantie die verantwoordelijk is voor de QE – daar niet van overtuigd is. Een onderzoekrapport onlangs gepubliceerd door de Federal Reserve Bank van San Francisco concludeert “de effecten van QE op de economische groei zijn minimaal.Lees verder op Edelmetaal-Info.

Over deze schrijver

Berichten van externe websites en andere bronnen.