Over geld lenen en het kapitalisme

23

Eén van de vele reacties op Biflatie sprong er wat mij betreft de laatste tijd uit. Bertus schreef 16 januari in een reactie op dit artikel:

De mensen die het geld lenen, zijn in principe net zo schuldig als het geldsysteem die het uitleent. Het grootste deel van de volwassenen zijn net als kinderen,ze kunnen niet wachten tot ze iets verantwoord kunnen aanschaffen. Kocht je een huis in 1970,was het ok, kocht je hem in 2004, dan ben je de sjaak. Het financiële systeem weet dat de werkende klasse hebberig is en z’n vergaarde hebbedingen ook graag aan z’n omgeving wil tonen. In het kapitalistische systeem, moet je goed kunnen inschatten waar het op dat moment tijd voor is.

Puntsgewijs zou ik daar de volgende kanttekeningen bij willen maken.

‘De mensen die het geld lenen, zijn in principe net zo schuldig als het geldsysteem die het uitleent.’

Dit lijkt me een waarheid als een koe. Als er geen mensen zijn die geld willen lenen is er ook voor de uitleners van dat geld geen bestaansrecht meer. M.a.w. ons lenen geeft dus bestaansrecht aan diegenen die dat geld willen uitlenen en daaruit volgt dat we dit systeem indirect over onszelf afgeroepen hebben. Mensen moet je hier natuurlijk heel breed zien en geldt voor naties, banken, bedrijven en particulieren. Dit allemaal nog afgezien van wat nu eigenlijk geld is en dat er arbeid verricht moet worden om dit geld te kunnen verdienen.

‘Het grootste deel van de volwassenen zijn net als kinderen, ze kunnen niet wachten tot ze iets verantwoord kunnen aanschaffen.’

Naar mijn idee een direct gevolg van het bovengenoemde. De vraag die men zich bij aanschaf van wat dan ook zou moeten stellen is: wat is voor mij het praktisch nut. En dat is natuurlijk een vraag die ieder voor zich totaal verschillend zal kunnen beantwoorden. Nou is het vaak wel zo dat kinderen nog voor rede vatbaar zijn, bij volwassenen ligt dit echter anders. Niet dat volwassenen daarom hun basisideeën hebben laten varen, maar eigenlijk omdat ze meer gezien zouden moeten hebben over oorzaken en gevolg. Dit brengt je natuurlijk op de psyche van de mens en de omstandigheden waaronder de mens is opgegroeid, die hem of haar hebben gevormd tot het individu wat hij nu is.

‘Kocht je een huis in 1970, was het ok, kocht je hem in 2004, dan ben je de sjaak.’

Dat voorbeeld van dat huis vind ik wel aardig. Er zijn maar heel weinig verbruikszaken die in waarde toenemen. Alle economische verbruiksgoederen zijn onderhevig aan waardedaling door het gebruik, alleen is dat blijkbaar niet zo met huizen. Als ik de economische berichten erop nalees komt die huidige prijsverlaging door een verstoring van vraag en aanbod. De waardestijging van huizen over de geschetste periode 1970 tot 2004 – in fiatgeld dan – kan men natuurlijk ook toeschrijven aan inflatie. Dit zijn slechts 3 van de aannames die men in het algemeen commentaar spuit, ongetwijfeld zullen er nog wel meerdere ideeën rondgaan.

‘Het financiële systeem weet dat de werkende klasse hebberig is en z’n vergaarde hebbedingen ook graag aan z’n omgeving wil tonen.’

Dit is een wat moeilijker onderwerp. Het is natuurlijk niet zo vreemd dat je arbeid verricht om je bepaalde privileges te kunnen verschaffen. Wat voor zin heeft arbeid anders? Zelfs bij slaven zag je dit. De opperslaaf had meer privileges dan de gewone, maar hij bleef hoe dan ook een slaaf. Verder is het zo dat de werkende klasse dit financiële systeem over zichzelf heeft afgeroepen. Dit is een proces van vele eeuwen geweest dat in het begin langzaam verliep en daarom niet zo opviel. Dat proces heeft zich inmiddels behoorlijk versneld en daarbij vele onregelmatigheden opgeleverd. Onregelmatigheden die nu uitgegroeid zijn tot uitwassen, die moeilijk af te stoppen zijn. En juist het tentoonspreiden van de vergaarde hebbedingen aan de omgeving roept bij velen een gevoel op van: dat wat hij heeft wil ik ook. Naar praktisch nut wordt steeds minder gekeken.  Praktisch nut moet je hier wel bekijken als praktisch nut voor het bepaalde individu. Wat voor nut heeft een blikopener als er geen blikken zijn om te openen. Leuke woordspeling trouwens.

‘In het kapitalistische systeem,moet je goed kunnen inschatten waar het op dat moment tijd voor is.’

Ook dit is een waarheid als een koe, hoewel dit zich niet beperkt tot alleen kapitalisme. Alleen lijkt me dit toegespitst op materieel opzicht en consensus, niet zozeer op een gelukkiger, beter of evenwichtiger leven. En ook weer gezien vanuit het blikveld van het individu.

Nou wil ik beslist niet de moraalridder uithangen, want ook ik heb mijn ideeën (idealen) best wel aangepast in de loop der jaren. Maar één van de zaken waar ik me over het algemeen wel steeds aan gehouden heb is de vraag, die ik me constant stel: wat is voor mij het praktisch nut? En dat kan nogal variëren afhankelijk van het onderwerp. En ja, ik ben nogal individueel aangelegd, maar hou echt wel mijn omgeving in de gaten. Bedankt Bertus, zonder jou had ik dit nooit geschreven.

About Author

Altijd geïnteresseerd in de goud- en zilvermarkt. Artikelen vaak geschreven vanuit een historische invalshoek. Dick is in september 2016 overleden.