Hoe geld te scheppen zonder geld te hoeven drukken en ook weer te laten verdwijnen

16

Eigenlijk gaat dit over krediet dat op basis van echt vertrouwen gestoeld is. Krediet hier te zien als geld dat verschijnt als het nodig is en weer verdwijnt als de behoefte daartoe verdwijnt. En dit krediet kan de kosten van het zaken doen, de basis voor elke economie en gemeenschap, heel aanzienlijk reduceren. Het is niet beperkt tot bepaalde sectoren maar is van toepassing op alles.

De Real Bills ofwel Bills of Exchange

geldcreatie

En dat in tegenstelling tot onze huidige door centrale planners gedomineerde wereld waar alleen maar enige sectoren van dit huidige, op valse gronden uitgegeven, krediet zullen kunnen genieten. Daar waar dat toch echt mogelijk zou moeten zijn voor iedereen. En inderdaad was het ooit mogelijk onder de zgn. Klassieke Goud Standaard zoals die gezien en omschreven werd door de natuurfilosoof Adam Smith.

Adam Smith

Adam Smith zag heel duidelijk in dat de enorme vooruitgang in de wereldhandel in zijn tijd niet bereikt werd door de circulatie van geld (toentertijd gouden en zilveren munten), maar door de Bills of Exchange. Later werd dit door sommigen genoemd ‘The Real Bills Doctrine van Adam Smith’, alsof Adam Smith deze doctrine had uitgevonden, hetgeen dus beslist niet geval was.

Net zoals iedere andere ware natuurfilosoof observeerde Adam Smith niets anders dan de realiteit en keek daar met een klare onbevooroordeelde blik naar en schreef toen zijn bevindingen op, waarna hij zijn observaties omzette in hypothesen. Overigens net zoals Newton deed in zijn Philosophiae Naturalis Principia Mathematica. De basis van onze huidige zgn. wetenschappelijke benadering. En waarbij de hedendaagse wetenschap eigenlijk helemaal aan voorbijgaat. Immers worden observaties nu vaak geselecteerd om een bepaald dogma te ondersteunen.

Haast magische kwaliteiten van Real Bills

Hoe dan ook zag Adam Smith de bijna magische kwaliteiten van de Real Bills, een andere uitdrukking voor Bills of Exchange. De Real Bills vertegenwoordigen de commerciële rekeningen voor de hoogst noodzakelijke goederen die aan de klein- of detailhandel in een economie geleverd worden tegen bepaalde condities. D.w.z. die rekeningen hebben een vervaldatum in de toekomst, terwijl als de kleinhandel die goederen in de tussentijd verkoopt dit normaal gesproken tegen contant geld gaat.

Totdat het moment aanbreekt waarop deze rekeningen volledig betaald moeten worden, hebben deze Real Bills de waarde van de goederen waartegen zij uitgegeven werden en kunnen en zullen zij ook circuleren als betaalmiddel. Dit verhoogde de effectiviteit van goud- en zilvergeld tot vele malen. Zij worden ook wel Bills of Exchange genoemd omdat zij van eigenaar kunnen wisselen door middel van overdracht.

Verschil tussen Discount (korting) en Rente

Zij worden ook wel Real Bills genoemd omdat zij de waarde vertegenwoordigen van goederen die al geleverd zijn. Dit soort goederen zijn over het algemeen de meest essentiële levensbehoeften (voedsel, kleding, onderdak), waarvoor de afnemers zullen betalen met contant geld (goudmunten), waardoor het mogelijk wordt dat de rekening aan de kleinhandelaar op tijd betaald kan worden. En als de omloopsnelheid van die goederen heel hoog is, is het mogelijk om die rekening eerder te voldoen dan noodzakelijk, uiteraard ook weer tegen bepaalde voorwaarden. En het is juist deze conditie van vooruitbetaling, die de basis vormt tot de discount rate (een korting op het voortijdig te betalen bedrag). In tegenstelling tot rente dat zijn oorsprong vindt als kosten voor geleend geld, geldt voor discount (korting) juist het betalen voor de vooraf bepaalde vervaldatum van de rekening.

Marginal Productivity of Labour – de marginale productiviteit van arbeid

De kosten in het hele proces van zaken doen door het lenen van geld om de goederen en dit proces voor te financieren zijn erg hoog. Al gauw gaat zo’n 50% van de netto te realiseren winst op aan het financieren hiervan. En om te zien hoe nadelig dit kan uitwerken op werkgelegenheid, laat ons eens kijken naar de Marginal Productivity of Labour. Een ingewikkelde term, dat is waar, maar het achterliggende idee is simpel als je je iets meer verdiept in die materie.

Margin (marge) is de scheidslijn hier tussen de twee zaken, net zoiets als bijv. de grens tussen twee landen. De productiviteit van arbeid is simpelweg hoeveel waarde een uur werken oplevert. En of dit werk nu is kolen delven, het verrichten van hersenoperaties of het knippen van haar, het doet er niet toe want al die zaken vallen in de categorie arbeid. En de eerder genoemde marge is dus de scheidslijn tussen waar arbeid winstgevend is of niet. En dit heet dan zo mooi de ‘Marginal Prudctivity of Labour’, ofwel de scheidslijn tussen winstgevende en verlies opleverende economische activiteit.

Voor de aardappel eters en telers

Laat ons eens aannemen dat de verrichte arbeid om 40 kg aardappelen te rooien € 20 kost. Dat wil dan zeggen dat het rooien en in 40 kg zakken verpakken klaar voor verzending van die aardappelen een waarde van € 20 vertegenwoordigt. Verder nemen we aan dat een geschoolde aardappelrooier 40 kg in 1 uur kan doen (waarde € 20), een minder geschoolde of gemotiveerde 30 kg (waarde € 15) en een totaal ongeschoolde 20 kg (waarde € 10).

De geschoolde man creëert een waarde van € 20 per uur, de minder geschoolde € 15 en de totaal ongeschoolde € 10. Ook nemen we aan dat de overhead kosten voor het rooien van die aardappelen € 10 is en het minimum loon € 5 per uur. Overhead zijn de indirecte kosten, lonen daarentegen directe kosten. Overhead zijn de kosten die het zakendoen met zich meebrengt en behelst o.a. de kosten voor het geïnvesteerde kapitaal en andere niet direct toe te rekenen kosten zoals belastingen enz.. Directe kosten zijn de kosten van de arbeider die direct met het werk van aardappel rooien te maken hebben.

Als we nu de € 10 overhead nemen en daarbij het loon van € 5 optellen dan zien we dat de netto waarde bij de geschoolde arbeider ligt op € 5 (€ 20 – € 15 = € 5). Deze netto waarde toevoeging zorgt voor de winst of uitbreiding van de zaak of wat dan ook. Nemen we de minder geschoolde arbeider dan is die netto waarde toevoeging nog maar € 15 – € 15 = € 0. Ofwel break-even. En hier is er geen ruimte voor winst, bonussen, uitbreiding van de zaak. Dit is wat we dan noemen de ‘Marginal Productivity of Labour’ en in dit voorbeeld van het aardappel rooien ligt dit dus op € 15 per uur.

En als we dan de totaal ongeschoolde bekijken zullen we zien dat deze helemaal geen waarde toevoeging geeft, maar zelfs een verlies oplevert van € 5 (€ 10 – € 15 = -€ 5). Het heeft dus helemaal geen zin om de totaal ongeschoolde arbeider aan te nemen uit oogpunt van continuïteit van het zaken doen.

Hoe de situatie te verbeteren

Dus wat kunnen we doen om die situatie te verbeteren? Daarover geeft het verschillende met redenen omklede standpunten.

Het standpunt van het verhogen van het minimum loon, zal juist meer arbeiders zonder werk laten zitten, omdat het verhogen van de kosten ook de marginale productiviteit van arbeid zal verhogen. Dus meer werknemers zullen buiten de boot vallen. Als het minimumloon naar € 10 gaat, zal zelfs de geschoolde arbeider geen netto waarde toevoeging bijdrage meer leveren, werkloos worden en het bedrijf uiteindelijk om zeep helpen. Of het zal juist een prijsverhoging voor de consument van aardappelen veroorzaken om gelijke tred te houden met de kostenverhogingen. En daar zit de eindconsument nou ook weer niet bepaald op te wachten.

Aan de andere kant kan het afschaffen van het minimumloon er juist voor zorgen dat er meer arbeiders nodig zijn, maar dan wel tegen een lager of hongerloon.

Geen van deze twee benaderingen zijn terecht. Het werkelijke antwoord is het reduceren van de kosten om zaken te doen. Anders gezegd, het verlagen van de marginale productiviteit van arbeid. Maak het winstgevend om ook minder productieve arbeiders op te nemen.

Verlagen van de marginale productiviteit in geld

Als de overheadkosten teruggebracht kunnen worden van € 10 naar € 5 door het verlagen van de kapitaalkosten voor geïnvesteerd kapitaal, overige bijkomende kosten, belastingen enz.; dan zal de minder geschoolde arbeider ineens een netto toegevoegde waarde produceren van € 15 – € 10 = € 5. Ook de geschoolde arbeider zou meer netto waarde produceren (€ 20 – € 10 = € 10). En dat kan tevens inhouden dat die geschoolde arbeider meer kan gaan verdienen.

En onze ongeschoolde arbeider dan? Hij produceert nu voor een waarde van € 10 per uur, met overhead kosten van € 5. De ongeschoolde arbeider is nu eigenlijk het break-even punt geworden. Als het minimumloon nog verder verlaagd kan worden naar bijv. € 4,50 onder deze nieuwe omstandigheden, dan kunnen we er eigenlijk wel van uitgaan dat ook deze ongeschoolde arbeider weer een gerede kans maakt aan het werk te komen. Wat voor hem betekent dat hij in een positie komt om bij te leren door deel uit te maken van het werkend legioen in het arbeidsproces en zijn ongeschooldheid om te zetten in redelijk tot goede geschooldheid en misschien ook wel de 30 kg of 40 kg kan gaan halen.

Structurele werkloosheid

Als we dit scenario nu zouden uitzetten over al het zaken doen, alle banen en alle arbeiders wereldwijd, dan wordt het duidelijk dat er geen structurele werkloosheid meer is, zoals dat destijds het geval was onder goud. De kosten van het lenen werden vervangen door Real Bills winsten. En onder volledige toepassing van een Bill Market is er een behoefte bij de kleinhandelaar om zijn rekening vooruit te betalen om een korting te krijgen. Hij koopt eenvoudig rekeningen van andere kooplieden op omdat hij weet dat die betaald gaan worden door de eindconsumenten met goud, als blijkt dat dat voor hem meer voordeel oplevert. En hij kan de winst realiseren op deze rekeningen op het moment dat deze betaald moeten worden of ze tussentijds overdoen. Dat verlaagt per saldo dus zijn marginale productiviteit.

Als u nu denkt dat dit vergeleken kan worden met de situatie waarbij de kleinhandel nu gebruik maakt van gelddeposito’s en geldleningen om een extra inkomen te verdienen op zijn kasoverschot, dan heeft u het mis. Het gebruik van discount in de Real Bills in de economie levert veel meer op dan degene die geld moeten lenen bij de bank tegen veel hogere rentepercentages of het uit moet zetten tegen een laag rentepercentage. Het geld dat de kleinhandel verdient met deze Real Bills is nooit in geleend of uitgeleend geld en zal dus nooit de winst van een ander reduceren. Het komt helemaal voort uit de neiging van de consument om zijn geld uit te geven aan wat hij produceert.

Onthoudt goed dat zowel de klein- als groothandel, d.w.z. zowel degene die de Bill uitgeeft als de ontvanger daarvan, beiden profiteren. De kleinhandelaar krijgt de goederen in consignatie (waaraan geen kosten verbonden zijn) en de groothandel kan dan meer goederen afzetten. Beide partijen profiteren hiervan, immers anders zouden zij die deal nooit sluiten. En daarbij is er absoluut geen sprake van lenen of uitlenen.

De structurele werkloosheid waaronder we nu lijden zal niet uit zichzelf verdwijnen. Uitkeringen zijn geen vervanging voor lonen en winsten die eerlijk verdiend zijn. De wereldeconomie zal nooit verbeteren als gevolg van meer leningen of hogere uitgaven.

Bron: Rudy Fritsch

Over deze schrijver

Altijd geïnteresseerd in de goud- en zilvermarkt. Artikelen vaak geschreven vanuit een historische invalshoek. Dick is in september 2016 overleden.