Hoe staan we er nu werkelijk voor?

19

vraagtekensRegelmatig horen, zien en lezen we in de mainstream-media (MSM) diverse berichten over de economische ontwikkelingen in onze “welvaartsmaatschappij”. Cijfers die laten zien hoe de werkloosheid zich beweegt, of hoe het consumentenvertrouwen toeneemt of afneemt, hoe de banengroei verloopt, de beweging op de woningmarkt en de stand van de AEX, de Dollar, de olieprijzen, goudprijs en noem maar op. Er zijn vele reeksen van cijfers die ons een bepaald beeld moeten geven van de economische ontwikkelingen. In positieve of negatieve zin. De cijfers van onze financiële markten zijn belangrijk voor beleidsmakers, investeerders en beleggers. Het is namelijk wel handig om te weten wanneer je gaat investeren of beleggen hoe de verwachtingen zijn met betrekking tot het wel of niet aantrekken van de verkoop van bijvoorbeeld luxe badmutsen. Aan de andere kant kan de stroom van cijfers ook bepalend zijn op het sentiment van de consument. En daar wil ik in deze column naar toe.

Sentiment van de consument

Het sentiment van ons consumenten wordt onbewust beïnvloed door diverse factoren. Onze gevoelens zijn nu eenmaal makkelijk te manipuleren. Dat weten we allemaal, maar toch laten we ons met het grootste gemak verleiden. Kijk in de supermarkt. Daar kost een product geen 2 euro, maar 1,99. De collecterende filantropische instellingen met afschrikwekkende beelden over mensonterende wantoestanden, de listige aanprijzingen van financiële (wan)producten door onze banken en verzekeraars door middel van aanlokkelijke advertenties. Zo zijn we allemaal, iedereen op een eigen wijze, gevoelig voor lovende teksten en indrukwekkende beelden. Zo worden we vaak onbewust bewerkt door bepaalde gestuurde media met hun subjectieve manier van berichtgeving. Zo werkt het ook met de nieuwsberichten over de ontwikkelingen binnen onze economie. Er is alles aan gelegen om meer positiviteit te kweken m.b.t. de economische ontwikkelingen. Vertrouwen in de economie kun je aanpraten door opbeurende berichten de wereld in te slingeren. Vertrouwen bij de consument kun je opwekken door te beloven dat iedereen koopkrachtverbetering tegemoet kan zien. Vertrouwen in de huizenmarkt kun je opbouwen door te roepen dat de bodem van de prijsdaling is bereikt. Enzovoort, enzovoort.

Terug naar groei?

Begin januari hebben we flink wat positieve berichten om de oren gekregen. Diverse verwachtingen werden naar boven bijgesteld. Dat hoort allemaal bij het spel. In het nieuwe jaar wensen we elkaar gezondheid en voorspoed toe, dus waarom zou onze overheid dat niet doen. Natuurlijk gaan we elkaar niet de put inpraten. Van het zogenaamde doemdenken worden we niet beter van. Moeten we niet willen. Kom op, vooruit met de geit. Allemaal makkelijk gezegd in een tijd dat we elkaar het beste toewensen. Maar gaan we dan echt de goede kant uit met straks economische groeicijfers van hele procenten? Of blijft het kwakkelen met plusjes van 0,1, 0,2 of misschien wel 0,5 procent? De voorspellingen van de ECB en het IMF blijven behoorlijk gerelativeerd. Groeicijfers voor de meeste EU-landen beneden de 1 procent. En dat is natuurlijk echt te weinig om daarmee begrotingstekorten van 3 procent of meer terug te dringen. Daarvoor zijn groeicijfers van 3 procent of meer nodig. Wat of wie gaat ons dat brengen? Niet ons marionettenkabinet Rutte met een beleid van “een beetje minder van dit en een beetje meer van dat.” Echte groei kun je na een lange recessie alleen bereiken door radicale hervormingen en stimuleren van innovatie. Het kan niet vaak genoeg gezegd worden. Met Rutte: “geen iene miene mutte en geen tien pond grutte en geen tien pond kaas, want Brussel is de baas.” (Wat voor waarheden kinderrijmpjes kunnen bevatten).

Groei afgeremd door onze schuldenberg

Ik blijf wijzen op onze omvangrijke schuldenberg, met al zijn rente- en aflossingsverplichtingen. Een schuldenberg die nog altijd groeit. De rente is bewust naar het laagste niveau gemanipuleerd omwille van de betaalbaarheid van onze schulden. Het is dan ook goed te begrijpen dat na 6 jaar dalende woningprijzen en dalende hypotheekrente uiteindelijk de woningverkopen weer aantrekken. Daar kon je op wachten. Veel potentiële kopers hebben alsmaar hun beslissing tot aankoop uitgesteld en in ons dichtbevolkte polderlandje zal de vraag naar woonruimte altijd blijven. Maar of nu ineens de weg omhoog is gevonden waag ik te betwijfelen. Het blijkt wel uit de cijfers dat alleen in centraal Nederland de woningaankopen zijn aangetrokken en beslist niet in het afgelegen Noorden. Ik neem daarom aan dat de tendens van dalende prijzen maar even wordt  onderbroken door deze tijdelijke opleving. Er worden momenteel meer hypotheken verstrekt door onze banken en soms met tegenzin. Banken zijn bang om teveel uitstaande vorderingen op hun balansen te hebben i.v.m. de naderende stresstest. De nieuwe hypotheken zijn ook nog eens op annuïteitenbasis waarmee door het aflossen de maandlasten flink hoger zijn. Al heb je nu lage rentepercentages, toch betaal je de hoofdprijs door het annuïteiten-aflossingsschema. Hierdoor treedt het effect op dat jonge woningeigenaren opgezadeld worden met hoge maandelijkse woonlasten. Er blijft dan weinig over om nog te consumeren. Tel hierbij op de extra aflossingen van veel woningeigenaren op hun (te) hoge hypotheekschulden en het sommetje maakt duidelijk dat zeker in 2014 en volgende jaren veel “oudere en jonge” woningeigenaren minder consumeren ten gevolge van (te) hoge schulden. Bijgevolg 1: blijvend laag bestedingspatroon in ons kikkerlandje; bijgevolg 2: blijvend lage omzetten in de detailhandel met alle gevolgen van dien.

Hoe dan verder

Voorlopig alleen maar door sukkelen. Stimuleren met 6 miljard bezuinigingen zal nooit lukken. Een economie uit het slop trekken met alleen maar mooie praatjes zal ook niet werken. Praatjes vullen geen gaatjes. Het wachten tot de economie vanzelf weer aantrekt door zogenaamde stimulerende maatregelen via een “benauwd” samenwerkingsverband tussen overheid en centrale banken resulteert in een mallemolen van onnatuurlijke geldstromen die niet de echte maatschappij bereiken. Geld moet verdiend worden door noeste arbeid, handel en kapitaalsinvesteringen in renderende maakindustrie. Het laten rondtollen van geld in een carrousel  en het  uitdelen van geld in een frauduleus toeslagensysteem voegt totaal niets toe in onze verouderde economie. Daar gaan we niet van groeien. Hervormingen van ons politieke stelsel en onze overheid en vernieuwing in onze nijverheid door middel van kleinschalige industrie, dat is wat we nodig hebben. Geen grootmachten zoals multinationals die onze productie de grens over jagen omdat produceren in eigen land te duur is. Er moet flink wat veranderen om het volk weer te motiveren en het geloof herwinnen om te vertrouwen in het eigen kunnen.

De “welvaartsmeter” of telling cliënten voedselbank

Ik begon mijn artikel met een opsomming van verschillende economische berichten zoals die over ons heen worden gestort. Cijfers die ons (moeten) wijzen op een aantrekkende economie. Echter is de telling van het werkloosheidscijfer niet meer een juiste meting van onze welstand omdat steeds meer langdurig werklozen uit de WW raken en terecht komen in de bijstand, dan wel eerst moeten interen, of ZZP’er worden. De participatiegraad van de beroepsbevolking wordt angstwekkend minder. Het wordt zachtjes aan tijd om ook in Nederland de (verborgen) armoede te meten. Dat kan tegenwoordig heel makkelijk door de cijfers te verzamelen van de aantallen cliënten van alle voedselbanken in Nederland. Deze vervolgens publiceren naast alle andere economische berichten. Pas wanneer deze aantallen een (blijvend) dalende lijn gaan vertonen mogen we hosanna roepen. Even ter vergelijking: in de VS leven bijna 50 miljoen Amerikanen van voedselbonnen en zakte evenwel de werkloosheid in de maand november naar 7 procent. De niet actieve beroepsbevolking groeit in de VS dus ook onrustbarend. Wellicht heb ik met mijn uitleg in deze column een gevoel kunnen geven van hoe we er werkelijk voor staan. De onverschillige cijfertaal van onze statistici is gevoelloos.

Gerrit Welbergen

Over deze schrijver

Gerrit heeft het unieke vermogen om helder en zorgvuldig een uiteenzetting te geven over de economische ontwikkelingen in voornamelijk het Hollandse polderlandschap. Hij doet dat vanuit een burgerlijke nuchterheid en maatschappelijke betrokkenheid.