Nederland binnenkort 2e rangs welvaartsstaat?

61

De betiteling van deze column is nogal gewaagd en zal mogelijk (boze) reacties oproepen. Toch durf ik het aan om in deze column de armoede te benoemen zoals die in een westers welvaartsland wordt gevoeld door meer mensen dan menig Nederlander denkt. We kunnen nu nog stellen dat we leven in een land met een hoge levensstandaard met vele sociale verworvenheden, vergaande technologische ondersteuning op allerlei gebied, de beste infrastructuur, goed onderwijs, vrijheid van meningsuiting, tolerantie, en nog heel veel meer factoren die alles te samen maken dat we volgens verschillende onderzoeken vooralsnog tot één van de gelukkigste volkeren behoren op  deze aardkloot.

groei bbp welvaart

We kunnen het zo gek niet opnoemen of we hebben het. Van televisie, internet, mobiele telefonie, tot koelkast, wasmachine, centrale verwarming en ga maar door. Alle geneugten des werelds. We  hebben onderdak en genoeg te eten, of in eigendom, of wel in de buurt. We hoeven niet te verhongeren, want we kennen voedselbanken en kerkelijke hulpverlening. Kortom, wanneer saamhorigheid en menslievendheid nog bestaan in Nederland, dan hoeft niemand van honger en kou om te komen. Dus Nederland is nog steeds een welvaartsstaat. Een mooie stelling om in deze column aan de kaak te stellen.

Welvaart op retour

De welvaart waarin we nu leven is opgebouwd in tijdperken van groei, recessie en depressie, oorlogen, wederopbouw, natuurrampen en herstel, kortom in voor- en tegenspoed. Er zijn meerdere economische theorieën, zoals de Kondratieff-golf, die beweren dat een periode van lange economische groei vaak een periode van 60 tot 80 jaar bevat met er achteraan een recessie die meestal uitmondt in een depressie. Kijken we terug naar de periode die volgt op de Tweede Wereldoorlog(1940-45) dan zal het duidelijk zijn dat we een lang tijdperk achter de rug hebben van economische voorspoed. Een wederopbouw na een grote oorlog geeft vanuit zichzelf een enorme boost. Het is heel goed mogelijk dat we daar een lange tijd de (wrange) vruchten van hebben geplukt. Alleen worden de druiven een beetje zuur zo zachtjes aan. De groei is er uit, we sukkelen van de ene naar de andere recessie met tussendoor een te lage economische groei om de boel overeind te houden. De koek is op. Nu nog koek zonder boter en straks moeten we de koek met z’n allen verdelen voor wat er nog over is. We zien nu wel heel duidelijk de signalen van een afbrokkelende welvaart en versobering van ons sociaal voorzieningenstelsel.

Toename bijstandsuitkeringen

Ons sociaal verzekeringsstelsel staat op punt het te begeven nu zoveel mensen een beroep moeten doen op een uitkering. Niet alleen stijgen de WW-uitkeringen, maar nog verontrustender is de enorme toename van de bijstandstrekkers. In 2013 is het aantal bijstandsuitkeringen gegroeid met 33.000 naar 413.000. Een toename van maar liefst 9 procent in vergelijking met een jaar eerder. Dit betekent dat heel veel mensen niet meer meedoen op de arbeidsmarkt en dat er veel banenverlies is opgetreden het laatste jaar. Al deze mensen zijn aangewezen op een uitkering waarvoor alle premies moeten worden opgebracht door de premiebetalers. De premieplichtigen zijn al diegenen met een inkomen uit werk. Naar mijn idee zijn we het punt overschreden waarbij de enorme premiedruk niet meer is op te brengen en dus tot een hoger tekort gaat leiden straks op de rijksbegroting. Het gevolg, opnieuw bezuinigen dus. We geraken geleidelijk aan in een 2e rangs welvaartstaat waarbij de ogen van kredietbeoordelaars kritisch op Nederland blijven gericht met af en toe negatieve vooruitzichten. Logisch als we kijken naar de enorme nationale schuld, staatsschuld en private schuld samen 1,3 biljoen euro. Hierdoor leven 1,2 miljoen inwoners van onze welvaartsstaat onder de armoedegrens. Dat betekent dat er een grote (stille en verborgen) armoede heerst in een land dat hoog genoteerd staat in de lijst van welvarende landen. Volop tegenstrijdigheden dus. Hoe kan Nederland hoog staan in de lijst wanneer nauwelijks sprake is van economische groei? Als de schuld die rust op de schouders van de eigen-woning-bezitters te hoog is en de belastingbetalers opdraaien voor de alsmaar groeiende staatsschuld. Wie kan mij dat uitleggen?

We moeten optimistisch blijven

Toch moeten we optimistisch blijven denken zeggen onze beleidsmakers, want het gaat straks weer beter worden. Ik snap alleen niet waardoor, want waar is dan zo enorm in geïnvesteerd de laatste jaren? Er waren alleen begrotingstekorten en afdrachten aan de EU. O ja, natuurlijk, ik snap het. Alle afdrachten aan de EU worden uitgeleend via de zogenaamde noodfondsen en geïnvesteerd in mooie projecten in de zuidelijke eurolanden waar straks flinke winsten uit voortvloeien die vervolgens worden gebruikt om hun schuld met rente af te lossen aan de noordelijke eurolanden. Dat heet rentenieren, of zo u wilt, beleggen. Veel geld uitlenen en dan lui achterover hangen, want uitgeleend geld genereert rente en maakt ons nog rijker dan we al waren. Dat is waarom zovelen niet meer hoeven te werken in “Nederland-luilekkerland”. We lenen geld uit via de EU-noodfondsen en met de rente financieren we ons sociale verzekeringsstelsel. Straks nog een paar miljard naar de Oekraïne. Komt vanzelf weer terug met rente maar dan moet er wel eerst een oorlog voor worden gevoerd, want anders kun je geen groei genereren uit een wederopbouw. Ik vereenzelvig mij momenteel een beetje met Hans Christian Andersen, de bekende schrijver van sprookjes, alleen waren zijn sprookjes mooier.

Gaat het echt beter?

Het vorenstaande is op z’n zachts uitgedrukt redelijk fantasierijk, maar je moet anno 2014 wel over een behoorlijke fantasie beschikken om te begrijpen dat we weer economische groei tegemoet gaan zien. Althans, dat is wat ons wordt voorgeschoteld. Oké, de laatste jaren is er flink geld verdiend door beleggers op de beurzen. Al 5 jaar een stierenmarkt met stijgende koersen van aandelen wat op zich goed is voor onze pensioenfondsen die een waardestijging juist nu best kunnen gebruiken. Hoewel altijd met het onderliggende risico dat door de geopolitieke spanningen een plotselinge duikeling goed mogelijk is. In het echte groeitijdperk wat volgens mij al vele jaren achter ons ligt betekende een bullmarkt dat de economische groei de uitgesproken verwachtingen meestal wel volgde. Vaak met een vertraging van een half jaar op de stijgende financiële markten. Wat we nu al 5 jaar zien is het zogenaamde wensdenken van onze beleidsmakers die roepen dat het straks weer beter gaat. Verwachtingen die men o.a. afleidt van de stijgende aandelenmarkten. Echter worden de financiële markten momenteel alleen maar opgeblazen door het bijna gratis geld wat door de centrale banken wordt rondgepompt via het reguliere bankencircuit. Het op deze wijze gecreëerde geld verdwijnt via de beleggers in de beursnoteringen van de multinationals. Pure speculatie met goedkoop geld. Makkelijker kun je het niet verdienen. Waarom zou je investeren in startende ondernemers met alle risico’s van dien wanneer je het grote geld met gokken op de beurs door lui achterover te hangen veel makkelijker kunt verdienen?

Wie snapt het nog?

De ondernemerslust in Nederland-luilekkerland is behoorlijk tanende als je als startende ondernemer constant tegen muren oploopt bij banken die nauwelijks nog risico durven nemen. De banken blijven op hun geld zitten in afwachting op de stresstest i.v.m. de oprichting van de EU-bankenunie. Hoe kan het dan zijn dat er economische groeiverwachtingen worden voorgeschoteld in een periode dat het grote geld blijft ronddraaien in de financiële markten. Het geld komt niet in de echte economie en maatschappij terecht waar (startende) ondernemers met slimme ideeën willen investeren in slimme projecten waarmee flinke winsten zijn te behalen. Echte productie en echte handel, uitgevoerd met  menselijke inzet. Naar mijn mening kan alleen echte groei worden gegenereerd door te investeren in de maatschappij en niet door het bijna gratis geld te vergokken in het casino van de aandelenmarkten, zoals we momenteel volop zien gebeuren. Dat gaat natuurlijk fout aflopen.

Economische groei anders meten

Vanaf 1 september 2014 gaan we geconfronteerd worden met nieuwe meetsystemen om economische groei uit te drukken. De samenstelling van het Bruto Binnenlands Product(BBP) wordt anders berekend volgens een nieuwe definitie van Eurostat, het statistiekbureau van de EU. Hierdoor zou ineens een veel hoger groeicijfer tevoorschijn worden getoverd. Er is wat voor te zeggen dat in 20 jaar tijd behoorlijk wat veranderd is door o.a. het internetgebruik. Vooral daarom wil men een nieuwe berekening maken van het BBP. Maar het feit dat we volgens de nieuwe berekening straks ineens een hoger groeicijfer  krijgen voorgeschoteld neemt bij mij niet het gevoel weg dat onze economie alleen maar achteruit gaat als het gaat om het maatschappelijk welzijn. Wanneer we vanuit de winter het voorjaar in gaan met hogere aangename temperaturen gaat ook niet ineens de economische groei met de temperatuur mee. Wel wordt het sombere winterse pessimisme verdrongen door het zomerse optimisme, maar dat is pure emotie. Nu bestaat onze maatschappij ook voor een groot deel uit emotie en worden onze gevoelens vaak ongewild door allerlei factoren beïnvloed. Dat heeft soms een positief effect op het economisch groeicijfer. Uiteindelijk vallen we weer snel terug in de realiteit wanneer blijkt dat onze portemetniks toch niet meer maar eerder minder is gevuld. Zo zal ook de uitwerking zijn wanneer we straks een hoger groeicijfer krijgen gepresenteerd. Eventjes een kleine opleving door pure opgeklopte emotie maar al snel “back to basis” en misschien wel met een flinke kater, want de spaarcentjes zijn ingeteerd. Kortom, we zakken af naar een 2e rangs welvaartsstaat, waarin economische groei door de beleidsmakers over ons wordt afgeroepen. Zonder geloof vaart niemand wel.

Gerrit Welbergen

Over deze schrijver

Gerrit heeft het unieke vermogen om helder en zorgvuldig een uiteenzetting te geven over de economische ontwikkelingen in voornamelijk het Hollandse polderlandschap. Hij doet dat vanuit een burgerlijke nuchterheid en maatschappelijke betrokkenheid.