Private Equity: meer dan een alternatief voor de beurs

25

Gezien het sinds 2008 verslechterende financieel/monetaire klimaat waarin centrale banken naar het laatste redmiddel van monetaire expansie grijpen en de beurs bijgevolg maar één richting (omhoog) kan, wordt het voor beleggers na alle marktmanipulatie zaak niet al hun centjes aan de financiële markten te blijven toevertrouwen, zeker waar het gaat om de pensioenopbouw.

Voor de hand ligt dan om ten minste voor een deel buiten de beurs om te opereren. Maar hoe doe je dat en met wie ga je in zee? Immers, zonder een adequaat antwoord lijkt en blijft de beurs tot dusver het meest voor de hand liggende beleggingsalternatief te zijn. Dat blijkt althans uit de niet aflatend stijgende beurs sinds 2009, het jaar dat QE (tot dan een onbekend fenomeen) in combinatie met ZIRP (Zero Interest Rate Policy) in de V.S. grootschalig van start ging gevolgd door Europa met zelfs NIRP (negative interest) en Japan en daarop ‘the world over’. Dit alles om de economische groei te stimuleren, terwijl deze de 2% nauwelijks haalt. Dit geldt zowel voor de V.S., Europa als Japan maar ook elders. Los hiervan staat de kans op een ‘melt down’ voortvloeiend uit het uiterst ongewisse mondiale bankensysteem.

Centrale bankiers hebben immers geen idee hoe deze monetaire politiek te beëindigen op straffe van ongekende gevolgen, over een ‘exit’ strategie gesproken. Waar de beurzen tegen all-time highs aanhikken als reflectie van een zonnige economie maakt onderstaand beeld overduidelijk waarom de financiële markten juist op een delicaat breekpunt zijn beland.

markt bronckel

Voor beursgeoriënteerde beleggers vallen bovenstaande ontwikkelingen naar ratio niet meer uit te leggen en dat brengt een gevoel van onzekerheid en onbehagen met zich mee.

Alternatieven

Doordat banken bovendien nog geenszins staan te popelen om geld in de vorm van krediet uit te zetten, zoekt het bedrijfsleven naar alternatieve oplossingen. Crowd funding, venture capital en private equity raken steeds meer ingeburgerd. Maar ook deze markt wordt intussen beheerst door Yin en Yang.Om bovengenoemde redenen was er alle aanleiding deze ‘secundaire’ markt nader onder de loep te nemen. Het meest bekende voorbeeld op het terrein van private equity is het vermaarde Blackstone (New York – BX) dat vlak voor de beurscrash in 2008 beursnotering had aangevraagd om vervolgens binnen een jaar vanaf de IPO koers van $30 terug te vallen naar beneden $5. Was de intrinsieke waarde in die tijd met meer dan 80% gedaald? Welnee! De daling was slechts het gevolg van het paranoïde beurssentiment. De koers is daarna wel weer opgeveerd tot boven $40 maar zo’n val deed wel behoorlijk schrikken plus dat het een aantal jaren kostte voordat de koers weer op niveau kwam. Zou Blackstone ‘private’ zijn gebleven dan zou deze technische om niet te zeggen tektonische beweging zich nooit hebben kunnen voordoen.

Naar blijkt kunnen helaas niet alle venture capital of private equity partijen bogen op een vlekkeloos blazoen. Bekend zijn o.m. de voorbeelden van Apax, Alpinvest, Apollo Global Management, Carlyle, CVC, KKR, Providence, Sun Capital, Waterland en zo meerdere die “bij voorkeur” dikwijls weinig transparant met de hun toevertrouwde en ingelegde vermogens omgaan, ook al staat het tegendeel in hun “geloofsbrief” gegrift. Vooral het feit dat er door het management bij winst een fors aandeel wordt getoucheerd maar bij verlies buiten schot blijft, heeft kwaad bloed gezet. Bovenden wordt er maar al te vaak met geleend geld geopereerd om bij winst maximaal van het hefboomeffect te kunnen profiteren dan wel dat er sprake is van zgn. propriety trading (speculeren met het door hun beleggers toevertrouwde kapitaal waartegen junk bonds worden uitgegeven).

Dit soort abjecte praktijken draagt bepaald niet bij tot een gezonde wijze van beleggen hetgeen uitermate schadelijk voor het vertrouwen is. Maar er zijn uiteraard ook positieve uitzonderingen.

Binnen mijn relatiekring kwam enkele jaren geleden een instituut in beeld dat qua opzet, innovatie en rendement meer dan een serieus alternatief bleek in de context van de Strategische Modelportefeuille met ‘features’ als:

  1. Een ambitieus en buitengewoon kundig team, dat als grootaandeelhouder zelf altijd voor een aanzienlijk deel participeert in de fundings (incentive en commitment)
  2. Een bovengemiddelde groei met een balansverviervoudiging in de afgelopen 3 jaar
  3. Speerpunten: clean technology (o.a. houder van een wereldpatent*) alsmede planmatige gebiedsontwikkeling in regionale groeimarkten
  4. Een uitstekend project- en risicomanagement met een dito exit strategie en een projectlooptijd van 3 – 5 jaar
  5. Uitgebreid kennisnetwerk, volledige transparantie, regelmatige rapportage en verantwoording alsmede een persoonlijk contact met hun investeerders/beleggers
  6. Beleggers/investeerders tonen dikwijls voorkeur voor herinvestering in nieuwe projecten.

Nadere oriëntatie

Private equity verschaft kapitaal aan niet beurs genoteerde bedrijven waarbij het risicomanagement een centrale rol vervult. In tegenstelling tot de passieve rol van de banken gaat het bij private equity juist om het actief toevoegen van reële waarde. Zie hieronder een vergelijkend overzicht uit de V.S.

bronckel

Afbeelding 1.2: U.S. Private Equity Index and Selected Benchmark Statistics – klik voor een grotere weergave

Wat Europa betreft mogen de resultaten er ook zijn. Zo werd er tussen 2007 en 2013 voor meer dan €233 miljard in Europese bedrijven geïnvesteerd. Volgens de laatste gegevens van de European Private Equity and Venture Capital Association (EVCA) die gebruik maakt van data van meer dan 1200 Europese private equity instituten, hebben deze partijen in 2014 voor bijna €38 miljard aan “exits” gerealiseerd. De hierbij betrokken Europese bedrijven verbeterden hun productiviteit met gemiddeld 7% per jaar. Verder produceerden de 350 best presterende private equity fondsen een rendement op geïnvesteerd vermogen van gemiddeld 21,2% op jaarbasis (bron: Thomson Reuters). Dat is op zich een fraai cijfer. In Nederland dragen actieve private equity partijen intussen voor 14% bij in het BBP.

Een belangrijk voordeel voor de investeerders bij private equity is de vrije beschikking over voorkennis, althans voor zover er reëel sprake is van volledige transparantie. Op deze wijze kunnen investeerders hun beslissing baseren op inside informatie uit de eerste hand en daarmee een veel beter (risico)beeld verkrijgen. Een groot verschil met beursfondsen is dat beleggers in private equity directe invloed op het te voeren beleid kunnen uitoefenen. Het beleid van beursfondsen is voorts vooral gericht op de kwartaalresultaten zonder altijd een scherp oog te hebben voor de (middel)langere termijn. Een nadeel is de directe liquiditeit zoals op de beurs maar ‘pooling’ biedt desgewenst uitkomst.

Na een “vergelijkend warenonderzoek” binnen deze markt bleek Momentum Capital (MC) met zetel in Amsterdam gezien de resultaten, kwaliteit van bestuur, visie met focus op *innovatie (zie http://bit.ly/1CVKWtS) sterke voorkeur te hebben.

Focus en funding MC

Met focus op substantiële waardegroei (value investing) vormen de ingebrachte (externe) specialismen zowel strategisch, tactisch als operationeel een integraal onderdeel van het management. Een dergelijke inzet vereist een bestuurder die het groeipotentieel adequaat weet aan te sturen, de aanpak om dat potentieel maximaal te benutten en de performance te optimaliseren. In dat groeiproces speelt de exit strategie een belangrijke rol met opties als een beursgang, fusie of overname dan wel verkoop.
Voor welke partijen biedt MC een serieus alternatief?

  • Vermogende particulieren vanaf €100.000 per deelname, eventueel te splitsen onder familie of relaties
  • Ondernemers/grootaandeelhouders
  • Institutionele partijen als pensioenfondsen

Samengevat: de aanpak van MC kenmerkt zich met name door substantiële waardecreatie middels actief management in niet-beursgenoteerde ondernemingen, zonder gebruikmaking van bankfinanciering en/of hefboomconstructies (risico), met continuïteit, innovatie en toekomstbestendigheid als belangrijkste uitgangspunten.

Middels een vrijblijvende afspraak verkrijgt de investeerder/belegger via een persoonlijke presentatie een uitstekend inzicht in de wijze waarop wordt geopereerd waarbij het risico in de aanloopfase nooit voor rekening van de participant komt. Verder staat altijd de mogelijkheid open ook met andere bestaande deelnemers kennis te maken. Sinds oprichting in 2004 werkt MC intussen samen met ruim 500 participanten die voor een niet onbelangrijk deel hun kapitaal na het bereiken van “de exit” opnieuw wensen in te zetten.

Tenslotte, afhankelijk van de fiscale wensen bestaat in overleg desgewenst de mogelijkheid tot aangepaste investeringsmogelijkheden waarbij te denken valt aan een VBI of BOF modus.

Bron: Robert Broncel

Over deze schrijver

Berichten van externe websites en andere bronnen.