Woningmarkt nog altijd zwaar in mineur

66

Onze reguliere media heeft ons de laatste weken bestookt met enkel positieve berichtgeving over de Nederlandse woningmarkt. Het gaat volgens de MSM weer fantastisch met de woningverkopen. Ik durf het echter aan om te beweren dat ondanks hogere verkoopcijfers er nog geen sprake is van een herstellende woningmarkt. Bij een gezonde woningmarkt in een dichtbevolkt land als Nederland zouden de prijzen in alle regio’s moeten stabiliseren. Eerder zou je niet kunnen spreken van een landelijk florerende huizenmarkt. Als er sprake is van een “grote volksverhuizing” vanuit de plattelandregio’s naar de stedelijke gebieden, dan hebben we geen gezonde woningmarkt maar juist een markt die uit balans is geraakt.

woningmarkt

Een min van 2,1%

Daar lijkt het nu een beetje op omdat alleen in de grote steden de prijzen van huizen omhoog zijn gegaan. In het overgrote deel van de regio’s is nog altijd sprake van een (gezonde) prijsdaling. Per saldo is de gemiddelde prijsdaling over de laatst gemeten maand nog altijd zo’n 2,1 procent, conform een bericht van het CBS (Bestaande koopwoningen waren in maart 2,1 procent goedkoper dan in maart 2013. De prijsdaling ten opzichte van een jaar eerder is groter dan in februari, toen bestaande koopwoningen 1,7 procent goedkoper waren dan een jaar eerder.)

Prijsstijging alleen in grote steden

Het feit dat de woningen alleen in de grote steden duurder zijn geworden, ligt voor de hand na een jarenlange prijsdaling vanaf het jaar 2009. In een lange neergaande lijn vindt altijd wel een correctie plaats. Want wat wil je, in de druk bevolkte steden worden potentiële huizenkopers vanzelf ongeduldig als je na lang wachten op een zolderkamer, en inmiddels als één van de gelukkigen toch in het bezit van een vaste baan, je eindelijk je droomhuis voorbij ziet komen waarvan de prijs voor de derde keer is verlaagd. Momenteel is er volgens mij alleen een tijdelijke opleving die na verloop van tijd weer vanzelf langzaam wegebt als er geen structurele verbeteringen zichtbaar worden achter de horizon.

Tegenstrijdige berichten in de media

Het kan toch niet bestaan dat bij een grote onzekerheid in de lopende politieke discussie m.b.t. de afschaffing van de hypotheekrenteaftrek de vraag naar woonhuizen toeneemt? Tevens kan het mijn inziens ook niet zo zijn dat bij een toenemend banenverlies in ons polderlandje, tegen al het gedrang bij de UWV-loketten in, de prijzen van woningen stijgen door een grotere vraag? De berichtgeving in onze pers is daarom nogal contrair. Als er zoveel onzekerheid is, dan kan ik het niet verklaren dat onze huizenmarkt in een herstelfase zou verkeren zoals o.a. de NVM en de DNB beweren (dat doen ze oveirgens al jaren). Het ruikt naar wensdenken. In dit verband wil ik wijzen op een aantal persberichten van de laatste dagen, zoals bijvoorbeeld de publicatie op NU.nl. In dit bericht wordt zo maar eventjes meegedeeld dat in het afgelopen halfjaar meer dan 100.000 woningbezitters hun hypotheekrente niet konden betalen. Wel zegt het BKR (Bureau Krediet Registratie) er bij dat de scherpe stijging iets lijkt af te vlakken maar nog altijd heel fors is. Het is dan toch volkomen duidelijk dat we een groot NL-schuldenprobleem herkennen en bij het lezen of horen van zulke berichten zullen veel woningzoekenden huiveren bij de gedachte om een hypotheek te moeten nemen.

Koophuis of huurhuis

Dan liever een huurwoning? Maar ja, daar gaan we weer, ook bij de huurhuizen betalen we de hoofdprijs als er jaarlijks huurverhogingen van 4 tot 6,5 procent worden doorgevoerd. Zelfs in dit segment van de woningmarkt vliegen we totaal uit de bocht doordat voor veel mensen een beetje woonruimte al vaak onbetaalbaar wordt. Dan toch maar een koophuis? Wat ben ik blij dat ik al jarenlang eigenaar van een woning ben. De jongere generatie staat voor een groot dilemma. Het is kiezen uit twee kwaden. Of een hoge huurprijs voor weinig vierkante meters of de molensteen van hoge hypotheek. Hoezo verbetering in onze woningmarkt? In de huidige tijd van deflatie en nog een beetje inflatie is het wonen in NL zo ongeveer onbetaalbaar geworden. De woningprijzen moeten nog duidelijk verder naar beneden en ook de verhuurders moeten met hun “woekerhuren” naar beneden. In een deflatietijdperk waarin alle vaste waardes naar beneden gaan, en ook pensioenen, uitkeringen en de lonen al jaren niet met de inflatie mee of eigenlijk boven de inflatie uitstijgen, mag het niet bestaan dat de woonlasten een steeds groter deel van ons inkomen opslokken. In een tijd dat deflatie en inflatie hand in hand gaan (biflatie) is de gemiddelde burger die niet vermogend is dik de klos. Vooral in een dichtbevolkt land met een grote vraag naar woningen, waar speculatie en stimulering door hypotheekrenteaftrek de prijzen van woningen tot ongekende hoogte heeft gedreven.

Onverantwoord kabinetsbeleid

Hier in NL is een onverantwoord beleid gevoerd door de diverse opeenvolgende regeringen. Hiervoor gaan we met ons allen nu de prijs betalen. Lees daarom ook het bericht in de Telegraaf van 24 april. Hier wordt ons nog even fijntjes door de OESO duidelijk gemaakt dat ons kabinet harder moet ingrijpen met betrekking tot de hypotheekrenteaftrek. Woningeigenaren met een aflossingsvrije hypotheek zouden moeten worden gedwongen om hun lening af te gaan betalen. “Er moeten steviger hervormingen komen zodra het herstel op de huizenmarkt duurzaam is”, zo schrijft de denktank. Dat is duidelijke taal en onze regering kennende worden in het algemeen dergelijke adviezen meestal ter harte genomen. Het is een helder signaal dat Nederland behoorlijk terrein verliest in de club van rijke industrielanden en dat moeten we niet willen natuurlijk want daarmee verslechtert onze concurrentiepositie en gaan we minder exporteren en hebben we weer minder banen en weer minder potentiële huizenkopers. U ziet het, daar komt-ie weer, de negatieve spiraal. Kortom, er moet flink wat gebeuren willen we er bij die club nog een beetje bijhoren. Ik kan u voorspellen dat daar nog veel narigheid achter weg gaat komen indien onze regering het bedenkt om straffe maatregelen in te voeren om onze hypotheekschuld af te lossen.

Moeten we nog meer aflossen?

Wat te denken van nog meer aflossen dan dat we tot nu toe al deden. Het blijkt volgens het CBS elke maand weer dat we met z’n allen minder geld uitgeven. Oorzaak: aflossen op leningen betekent geld weghalen uit de economie. Gevolg 1: minder omzet bij ons MKB. Gevolg 2: toenemende leegstand winkelunits door stakende ondernemers. Gevolg 3: Verder dalende prijzen van de vastgoedmarkt (deflatie). Gevolg 4: banenverlies in het MKB. Gevolg 5: Nog meer werklozen in de rij bij UWV. Kort gezegd, één grote optelsom van minpunten. En met teveel negatieve elementen in onze maatschappij zal een economie onvoldoende kunnen groeien om daarmee weer meer loonruimte en meer banen te creëren . Gevolg 6: Op langere termijn dalende woningprijzen. Gevolg 7: nog meer hypotheken onder water. Gevolg 8: nog meer afschrijven op slechte leningen bij de banken. Gevolg 9: voorzichtigheid troef bij uitgifte van kredieten. Gevolg 10: bij minder krediet nog minder investeringen. Eindconclusie als volgt: bij minder investeringen, zoals de laatste jaren constant het geval is worden te weinig nieuwe banen gecreëerd en zo is de vicieuze cirkel van een krimpende maatschappij weer rond.

Schuldafbouw door algehele kwijting

De enorme schuldenopbouw van tientallen jaren moet worden afgebouwd en als dat gaat gebeuren in een zelfde tempo van de opbouwperiode dan kunnen we nog even zo doormodderen. Tenzij onze maatschappij zover is dat wordt ingezien dat een nationale schuldenkwijting van zowel staatsschuld als private schuld de echte oplossing is. Ik vrees echter dat onze politiek en het bankwezen nog niet zover zijn en we gewoon blijven doormodderen en velen bij het slootje springen de overkant niet meer halen.

Gerrit Welbergen

Over deze schrijver

Gerrit heeft het unieke vermogen om helder en zorgvuldig een uiteenzetting te geven over de economische ontwikkelingen in voornamelijk het Hollandse polderlandschap. Hij doet dat vanuit een burgerlijke nuchterheid en maatschappelijke betrokkenheid.