Deflatie: echt? Grondstofprijzen stijgen rap

30

Veel economen vrezen een daling van de consumentenprijzen als de duivel. Zo is IMF-baas Christine Lagarde een fervent pleitbezorger van een ruimer monetair beleid om het “deflatie-gedrocht” tegen te houden. Ze drong zelfs bij ECB-voorzitter Draghi aan om met ziel en zaligheid “de lage inflatie te bestrijden”. Maar behalve dat het zeer onwaarschijnlijk is dat prijzen voor langere tijd zullen dalen, hebben we niets te vrezen van dalende consumentenprijzen.

voedselprijzen

Grondstofprijzen stijgen rap

Ondanks de waarschuwingen van Lagarde, stijgen de voedselprijzen op termijnmarkten de afgelopen tijd flink. Zo steeg de prijs van sinaasappelsap vorige week naar een tweejarig hoogtepunt. Rundvleesprijzen piekten in februari tot een 14-jarige recordhoogte en ook de prijs van varkensvlees nam op soortgelijke wijze toe. Niet alleen vleesprijzen stijgen, ook zeevruchten blijven niet gevrijwaard van de recente prijsstijgingen: garnaalprijzen liepen op tot een 14-jarig hoogtepunt in het eerste kwartaal van 2014. Ook de Mexicaanse tortilla’s zullen duurder uitvallen: maïsprijzen stegen de afgelopen drie maanden met 18%, terwijl ook tarwe in Q1 met 15% omhoogschoot. Koffie is geen uitzondering: de bonen die uitmonden in Neerlands favoriete drankje stegen met meer dan 50% in 2014.

Eten en drinken heeft slechts kleine weging

Eten en drinken vormen ongeveer 15% van de gehele (CPI) consumentenprijsindex in de VS, maar iets minder dan 10% van het PCE. Uiteraard, mensen die kunnen zonder rundvlees, varkensvlees, garnalen, brood of maïs zullen niet getroffen worden door deze stijgingen. Overigens maakte voormalig Fed-voorzitter Ben Bernanke er een gewoonte van om naar de PCE exclusief voedsel en energie te verwijzen als inflatiemaatstaf. Volgens de Federal Reserve is betaalbare spek blijkbaar angstwekkend. “Let them eat iPads!”, zegt Bernanke tussen de regels door, zeker als we ons beseffen dat deze prijsindices ooit bedacht zijn om een ‘mandje’ goederen te weerspiegelen waaraan een doorsnee consument zijn geld besteedt.

Inflatie en deflatie gaan niet over prijzen

Goed, er is geen deflatiegevaar ophanden. Maar zelfs als consumentenprijzen zouden dalen, dan hoeven we daar niet voor te vrezen. Het is eenvoudigweg onjuist dat er iets als een “deflationaire spiraal” voor consumentengoederen bestaat. We hebben immers gedurende de geschiedenis langdurige, zeer voortvarende periodes met dalende prijzen gehad. Consumentenprijzen horen te dalen. Naarmate we productiever worden, verschijnen producten en diensten in een grotere overvloed op de markt en gaan prijzen omlaag. Laten we eerlijk zijn, u koopt geen verjaardagscadeau zes maanden na dato omdat prijzen dalen, noch stopt u met eten omdat voedselprijzen zullen dalen, noch stelt u de aankoop van een computer uit ondanks dat ze ieder jaar goedkoper worden.

Enorme kredietexpansie

Wat we wél beleefden was een enorme kredietexpansie sinds de milenniumwisseling, omdat centrale banken rentes laag hielden als nooit tevoren. Een dergelijke kredietexpansie niet gedekt door werkelijke besparingen (middelen zijn schaars!) leidt tot economische rampspoed, daar prijssignalen worden verstoord en dit uiteindelijk uitmondt in een onverbloemde financiële crisis. Wat wij momenteel beleven is een deleveraging, een noodzakelijke economische zuivering na de uitwassen van goedkoop krediet. Deze financiële uitwassen ontstonden niet vanwege hebzucht, of omdat men hebzuchtiger is geworden, maar omdat de Federal Reserve volhardde in een ongekende periode van lage rentes (negatief zelfs, in rëele termen) en balansverruiming.

Dalende consumentenprijzen niet van belang

De risico’s liggen vandaag de dag in roekeloos fiscaal en monetair beleid, niet in de noodzakelijke deleveraging die we (tot op zekere hoogte) doormaken. Waninvesteringen die gedaan werden tijdens de hausse worden geliquideerd en overgenomen door anderen en naar die bedrijfstakken omgezet waar ze economisch gezien wel zinvol zijn. We gaan door een broodnodige fase na jaren van roekeloze overheidsuitgaven en bankleningen, en dat betekent dat sommige activaprijzen ongetwijfeld zullen dalen (zoals vastgoed in vele markten in de wereld).

Goud en deflatie

Sommigen menen dat wanneer er werkelijk sprake van deflatie is dat we dan ons goud moeten verkopen en dollars (of euro’s) zouden moeten aanhouden. Niettemin, als consumentenprijzen op een zeker moment inderdaad dalen, dan is dat waarschijnlijk het resultaat van een wereldwijde deleveraging, niet van een toenemende productiviteit en een grotere overvloed aan producten en diensten. Het is bovenal activa-deflatie, en dat betekent doorgaans slecht nieuws: afschrijvingen op bankbalansen, failliete overheden, bankfiasco’s en/of instortende markten. Het is goed denkbaar dat goud het dan zelfs beter doet dan alle andere beleggingensklasses in nominale termen, en derhalve in rëele termen, als en wanneer de wereld in een deflationaire ineenstorting terechtkomt.

Maar er is dan, zoals je waarschijnlijk al opmerkte, geen sprake van een deflationaire ineenstorting omdat consumentenprijzen dalen, maar omdat de deleveraging vele malen pijnlijker blijkt te zijn dan men momenteel aanneemt. Er is dan sprake van activa-deflatie, niet simpelweg prijsdeflatie. Ondanks wat men zegt, kan het kopen van goud dan wél lonen.

Inflatie- / deflatiedebat onbelangrijk

Inflatie of deflatie: het is relatief onbelangrijk voor beleggers. Een verstandig belegger concentreert zich daarentegen op de uitzichtloze schuldenlast in de gehele westerse wereld en niet op een eventueel gevolg van de deleveraging die zich links- of rechtsom zal voltrekken.

Over deze schrijver

Olav is marktanalist bij GoldRepublic, hét handelsplatform om fysiek goud en zilver te kopen. Hij is daarnaast PhD-kandidaat in (Oostenrijkse) economie aan de Universiteit Rey Juan Carlos in Spanje. Zie ook zijn persoonlijke website.