Korte maar bijzondere geschiedenis van de olieprijs

15

3 januari is een memorabele dag voor liefhebbers van grondstoffen. Op die dag in 2008 noteert een vat olie voor de eerste maal boven de 100 dollar. In die tijd is er heel veel veranderd.

11 september 2001 is een belangrijke dag geweest voor de olieprijzen. Terwijl de wereld zich schrap zet voor een derde wereldoorlog zakken de prijzen van de toen duizelingwekkende prijs van 40 naar een schamele 20 dollar.

De verslindende tweede Golfoorlog stuwt de prijzen in geen tijd opnieuw naar de 60 dollar. Men zou haast denken dat de inval in Irak niets met massavernietigingswapens te maken gehad heeft.

De orkaan Katrina geeft de petrodollar in 2005 opnieuw een steuntje in de rug. Honderden mensen laten het leven, maar de petrodollar verstevigt haar positie daardoor wel als wereldreservemunt en breekt door de grens van de 70 dollar.

De renteverlaging van de Fed in 2007 stuwt de olieprijzen naar 90 dollar. Je zou haast gaan denken dat lage rentes niets te maken hebben met “het aanzwengelen van de economie”.

Op 2 januari 2008 is het dan eindelijk zo ver: politieke onrusten in grote olienatie Nigeria stuwen de olieprijs boven de psychologische grens van de 100 dollar. The powers that be (petrodollars!) financieren beide kanten van twee door elkaar lopende conflicten: lokale warlords die mekaar de duvel willen aandoen, en – of wat had je gedacht – de spanningen tussen de christenen en de moslims.

Nigeria heeft een christelijke meerderheid en een grote islamitische minderheid, maar het is vooral die minderheid die zich meester heeft gemaakt van de olie-ontginning en raffinage, met dank aan OPEC.

Dat zorgt natuurlijk voor spanningen, en is voor de Amerikanen een lucratieve bron van conflict gebleken.

In maart en april 2008 pieken de olieprijzen tot wel 120, en zelfs kort 130 dollar per vat. Het zijn de hoogdagen voor enerzijds Rusland, die haar politieke leverage opbouwt om haar ex-kolonies als Oekraïne de duvel aan te doen, en de Saoedi’s, die hun superwinsten aanwenden om Al Qaeda, en later IS in stelling te brengen.

In 2014-15 is het sprookje ten einde en bezwijkt de olieprijs onder het gewicht van het aanbod en de slabakkende economie van de groeilanden.

Het kan verkeren. Vandaag betaal je nog geen 37 dollar per vat. Dat is een evenaring van de “paniekprijs” bij de inval in Irak tijdens de tweede Golfoorlog en nog ruim onder de 40 dollar tijdens de eerste Golfoorlog, in september en oktober 1990.

De hoge olieprijzen hebben van Rusland opnieuw een geopolitieke wereldspeler gemaakt en de Islam toegang verschaft tot quasi onuitputbare fondsen.

Dat olie nu een slachtoffer van haar eigen succes is geworden, biedt dan weer opnieuw kansen voor Europa. We moeten ze alleen durven grijpen. We kunnen het Midden-Oosten versmachten in hun eigen overproductie en zo de bron van honderdduizenden doden en wereldwijde angst en miserie dooddrukken. We mogen deze kans niet laten schieten.

Bron: Beurs.com

Over deze schrijver

Biflatie.nl publiceert artikelen over de crisis en de huidige (macro)-economische situatie. Ook nieuws over bitcoin & cryptocurrencies, de huizenmarkt, goud & grondstoffen, de machthebbers en het monetaire systeem. Twitter: @Biflatie