Op weg naar Nederland Denkland

29

Kennis is communicatie: vluchtig en verstrooiend en het huidige onderwijs leidt tot ‘zombificering’ van onze samenleving. Twee meningen waarmee René Tissen de discussie op scherp zet dat onderwijs niet om hapklare en meetbare kennis gaat, maar om denken. “Zodra het onderwijs de overstap van kennis naar denken maakt, ontstaan er nieuwe kansen voor het onderwijs om een funderende bijdrage aan mensen en aan de samenleving te leveren.”

kennis

De essentie van het onderwijs aan jongeren in Nederland was, is en zou altijd gericht moeten zijn op het ambitieus ontwikkelen, stimuleren en begeleiden van hun vermogen om zelfstandig te kunnen denken. Zowel in de context van onze nationale identiteit – de wijze waarop de samenleving dingen deed – als onze nationale cultuur – de wijze waarop de samenleving dingen doet –. Het onderwijs moet jonge mensen helpen mentaal open en scherp te kunnen bewegen tussen hun eigen denken en dat van anderen. Uiteindelijk gaat het niet om kennis. Uiteindelijk gaat het om denken.

Zombificering

Momenteel lijkt echter van het tegenovergestelde sprake te zijn. Het huidige onderwijs draagt bij aan wat ik de ‘zombificering’ van de samenleving noem, waaronder ik het proces versta van ontgeesting van mensen. Dat begint bij de standaardisering en modularisering van kennis en wordt momenteel krachtig versneld door een brede waaier van technologische innovatie op het gebied van communicatie en media. Ongewild, onbedoeld en nog grotendeels ongemerkt leiden we in Nederland mensen op tot consumptieve dombo’s. De parallel met de wereld van werk en organisaties dringt zich op. Eerst stond in ondernemingen handwerk centraal. Toen dat geautomatiseerd werd nam kenniswerk de zaak over. De stand van de techniek is nu al zover gevorderd dat ook hoofdwerk door niet-mensen kan en wordt verricht. De tijd dat een organisatie een gebouw is met mensen die er naar toe gaan, erin werken en eraan loyaal zijn is allang voorbij. Voor jonge mensen zijn organisaties niet veel meer dan Apps waarmee vluchtige kennis wordt geproduceerd en geconsumeerd.

Technologische innovatie

Sinds lang wordt technologische innovatie als het grootste goed van de moderne samenleving beschouwd. Vandaar ook in Nederland de maatschappelijke nadruk op productie en techniek en op de exacte wetenschappen, inderdaad terreinen waarin wij opmerkelijk achter zijn gebleven ten opzichte van menig concurrerend buitenland. Vroeger was de Sociale Academie belangrijk (ik kom er zelf uit voort). Nu draait alles om ict en die is veelzijdig maar zonder denken uiteindelijk voor mens en samenleving ondermijnend, voor zover de wereldwijde rat race richting het maken van de eerste volledig aan mensen gelijke robot succesvol zal blijken te zijn. Hoewel ik bijna 59 jaar ben en de (hersen)ziekte van Parkinson heb, verwacht ik over enige tijd zeker nog een nieuw mediaprogramma te zullen zien, een soort ‘Wie van de drie’, waarin twee echte mensen het opnemen tegen een (bijna) niet van echt te onderscheiden humanoïde.

Geneuzel?

Onze westerse samenleving is inmiddels al zover afgestompt dat we de gevaren van deze ontwikkeling niet willen zien en als dat wel het geval is, deze afdoen als geneuzel van oudere generaties die ‘vergeten’ zijn dat nieuwe technologieën altijd tot nieuwe mogelijkheden leiden en dus tot welvaart en welzijn alom. Het argument dat nog niet eerder in de geschiedenis technieken in ontwikkeling zijn die ons mens zijn kunnen en zullen zombificeren, wordt door veel jongeren als weinig tot niet spannend afgedaan. Er wordt kennis van genomen. Maar wordt er ook over nagedacht? Ik meen van niet.

Het merendeel van de kennis die relevant is in ons leven is routine kennis. Dat moet ook zo zijn want anders moeten we het wiel telkens weer opnieuw uitvinden en dat is onwerkbaar en onleefbaar. Kennis moet en kan efficiënt in organisaties en het onderwijs worden ingezet, bij voorkeur met behulp van ondersteunende technologieën. In het onderwijs is inmiddels vrijwel alles in kennisvakjes en -doosjes gestopt en van leerdoelen en labeltjes voorzien, zelfs in die mate dat het onderwijs zichzelf in snel tempo overbodig aan het maken is. Ik ben zelf verbonden aan Nyenrode, een prestigieuze universiteit voor bedrijfskunde, maar zelfs daar wordt alle lesstof verpakt in hapklare en meetbare brokken, in voorverpakte vormen die uitnodigen tot gemakkelijke kennisconsumptie. Tegelijkertijd kun je de tegenwoordige lesstof net zo goed op het net zetten, gratis toegankelijk voor een breed publiek – zoals bijvoorbeeld Harvard doet – en met docenten die naast inhoud ook scoren op vermaak. Kennis is een glijmiddel geworden dat de kelen smeert en de mond niet doet opdrogen. Kennis is communicatie, vluchtig en verstrooiend.

Weten en vergeten

Toegegeven, jongeren zijn goed in kennisconsumptie. Zelfs zo goed dat ze het onderwijs er niet meer voor nodig hebben. Voor de meeste jongeren is kennis iets om kennis van te nemen en die zo snel mogelijk weer te vergeten. Jongeren zitten daar vervolgens helemaal niet mee en toeteren alles op elk moment naar elkaar door, niet eens in de hoop dat er iets zal blijven hangen. Daarvoor is kennis te vluchtig en te makkelijk vervangbaar door andere kennis. Eén plus één is niet langer drie, maar gewoon nul, tenzij er van een toevalstreffer sprake is.

Ook leerkrachten vallen ten prooi aan zombificatie, niet alleen omdat zij in toenemende mate gestandaardiseerd-methodisch moeten werken, maar ook omdat zij uniform les moeten geven. Het simpele gegeven dat alle docenten aan universiteiten tenminste over de BKO-leskwalificatie moeten beschikken, komt op menigeen als modern en professioneel over, maar maakt eenheidsworst van de betrokkenheid en bevlogenheid van leerkrachten en leidt er uiteindelijk alleen maar toe dat ook het voor de klas staan verder geautomatiseerd zal gaan worden. De trend dat leerkrachten in de toekomst als de quasi-persoonlijke ‘Avatar’ van leerlingen zullen worden ingezet leidt al op dit moment tot een verschuiving van het zelfbeeld van docenten, namelijk van leiders met kennis tot arbeiders in de moderne kennisindustrie met leveringsplicht. Op hun beurt voelen klanten zich verlost van de noodzaak tot denken en hebben zij niet in de gaten dat ze tot een product zijn gereduceerd.

Het duurt even

Technologische innovatie op scholen komt in Nederland niet snel, maar wel degelijk van de grond. Vrijwel alle scholen gebruiken smart tools en zijn gedeeltelijk of geheel op tablets gebaseerd. De Maurice de Hond scholen blijven een omstreden fenomeen, niet vanwege de visionaire blik van deze maatschappelijke ondernemer, maar omdat scholen nog onvoldoende in staat zijn de overstap van kennis naar denken te maken. Het is inderdaad moeilijk om die twee los van elkaar te zien, maar dat is wel essentieel als het gaat om modern onderwijs voor jong en oud.

Weten wij wat denken is en zo ja, kunnen mensen daar dan in worden opgeleid? Als het over denken gaat dan zijn daar in de aloude traditie van de beroemde filosofen volle bibliotheken over geschreven, echter die kennis (!) bedoel ik niet. Ik zie denken meer als het vermogen van mensen om wijs te worden uit hun eigen omgeving en de actuele context waarin zij zich bevinden, in relatie tot zichzelf en datgene wat zij denken te kunnen c.q. te leren. In mijn denken staat denken gelijk aan mentaal ondernemerschap, in de context van het zelfstandig en met elkaar verkennen van de geestelijke ruimte van mensen en de inzichten en mogelijkheden die daaruit voortkomen richting het ontwikkelen en realiseren van nieuwe mogelijkheden voor een goed bestaan van henzelf in relatie tot de huidige en gewenste samenleving. Ik zie daarom denken als een min of meer gewone utiliteit die door kennis geprikkeld kan worden en door onderwijs aangeleerd kan worden en tot volle wasdom gebracht. Daarbij komt dat denken pas echt betekenisvol en nuttig wordt, wanneer dat denken tot stand komt in confrontatie met eigen en gedeelde morele kaders van goed en kwaad. Ook die processen kunnen onderwezen worden en leiden ertoe dat mentaal ondernemerschap op een gegeven moment maatschappelijk ondernemerschap wordt, ten gunste van het gewenste bestaan van mensen en de gewenste samenleving.

De geregelde werkelijkheid

Met de samenleving is overigens veel aan de hand. We worden telkens weer verrast door snel opeenvolgende crises, de een nog bedreigender voor ons voortbestaan dan de ander. Uit alle macht proberen we zaken onder controle te krijgen c.q. te houden, onder andere door steeds meer en steeds fijnmazigere regelgeving en georganiseerd toezicht. Voor elk maatschappelijk probleem van enige indringendheid wordt een ‘achteraf’-commissie in het leven geroepen, die moet, mag en wil leren van datgene dat is fout gegaan, maar doorgaans er slechts toe leidt dat kennis het denken verdrijft en zelfs uitbant.

Sterker nog, met enige geloofwaardigheid kan gesteld worden dat de huidige westerse samenleving alles met kennis heeft en niets met denken. Niet geheel onterecht beweren sommige critici zelfs dat denken niet van mensen verwacht wordt en al helemaal niet zelfstandig denken. Burgers – jong en oud – moeten zich als makke lammetjes en schapen gedragen en worden niet veronderstelt wezenlijk onderscheid te kunnen maken tussen wat goede en kwade informatie en kennis is en dus wat al dan niet goed voor hen en hun denken is. Ik zeg niet dat de overheid ons de heersende – politiek correcte – paden wil laten bewandelen, omdat zaken als kuddegedrag en tunnelvisie veel voorkomende fenomenen zijn die zich spontaan voordoen en niet rechtstreeks aan kennis en denken gekoppeld kunnen worden. De rol van emoties en het rood voor de ogen zien, vormen cultuur bepaalde zaken die vaak verward worden met kennis en denken – als collectieve uitkomsten daarvan – maar daar niet zoveel mee te maken hebben.

Spannende denkplekken

Van het Nederlandse onderwijs kan gezegd worden dat het braaf en beheersbaar is. Spannend is het geenszins. Zeker, leren wordt zo aantrekkelijk mogelijk gemaakt omdat we er anders geen trek in hebben en soms worden er nieuwe leerwegen ontwikkeld om te laten zien dat het onderwijs bij de les is, maar spannende plekken waar ‘het’ gebeurt zijn scholen al lang niet meer, mogelijk met uitzondering van het kleuteronderwijs waar voor de jongsten alles nog fris en nieuw is en zekerheid en vertrouwen van kennis (nog) belangrijker zijn dan het denken op zich. De technologie die het mogelijk maakt om spannende denkomgevingen voor iedereen te maken, met behoud en (financiële) erkenning van de persoonlijke mentale inspanningen van mensen, is mondjesmaat in opkomst en zeker niet wijdverspreid. Het zal nog een tijd duren voor dat mijn toekomstige kleinkinderen hun Socratische computer zullen raadplegen en hun bestaan kunnen ontlenen aan hun mentale ondernemerschap. Maar het komt eraan. Ik ben er zeker van. Of ik dat leuk zal vinden? Wel als mensen, mensen kunnen blijven.

Nederland Denkland: Kennissamenleving

De afgelopen decennia heeft Nederland zich ontwikkeld tot een hoogwaardige kennissamenleving. Er was zelfs enige tijd sprake van het doorontwikkelen van Nederland tot een van de belangrijkste concentratieplekken voor de Europese kenniseconomie, waarmee we als land goed ons brood zouden kunnen verdienen. Van handelsnatie tot kennisnatie. Allengs begint steeds duidelijker te worden dat met de meeste kennis geen droog brood valt te verdienen en dat de meeste mensen juist deze kennis hebben. Kennis blijkt daarenboven veel minder grensoverschrijdend te zijn dan aanvankelijk werd gedacht. Wat voor de een waardevolle kennis is, is voor de ander waardeloze informatie. Zelfs het efficiënt en industrieel produceren van kennis, leidt niet tot economisch voordeel omdat de technologie die er voor nodig is vervangen wordt nog voordat deze er aan toe is.

Met denkwerk kun je alle kanten op

Voor kennis om waarde te hebben moet er denken ingestopt worden. Zoveel is zeker. Omdat denken alle richtingen en vormen kan aannemen, variërend van kennisarm tot kennisrijk, gaat het er vooral om het vermogen tot denken van mensen te activeren, te ondersteunen en maatschappelijk te waarderen. Zodra het onderwijs de overstap van kennis naar denken maakt, ontstaan er nieuwe kansen voor het onderwijs om een funderende bijdrage aan mensen en aan de samenleving te leveren. De geografisch geconcentreerde samenleving wordt er herkenbaarder door. De virtueel vrije samenleving wordt er waardevoller door.

Vindt er dan helemaal geen denken meer in het onderwijs plaats? Moet denken van iedereen verwacht worden? Nederland kenmerkt zich aantoonbaar als een modern land, waarin onderwijs, onderzoek en ontwikkeling steeds beter op elkaar zijn afgestemd en elkaar onderling versterken. Daarbij komt dat niet iedereen een Willy Wortel kan zijn. Het vermogen en de wil tot denken is bij mensen onderling verschillend en daar moet ruimte voor zijn. Vaststaat dat in de aloude industriële samenleving niet iedereen arbeider was. Net zomin als in de moderne samenleving iedereen denker moet zijn. Tenzij er geen werk zonder denken meer is. Dat laatste is in toenemende mate het geval. We gaan onmiskenbaar een toekomst tegemoet waarin er geen werk meer is, in ieder geval geen werk op basis van een reguliere arbeidsovereenkomst. Ook Nederland zal in de (verre?) toekomst geen werknemers meer kennen, maar ondernemers. De ‘BV-ik’ is groeiende. Nu al is Nederland een economie van zzp’ers; hoogopgeleid, weinig werk en slecht betaald. Tegelijkertijd is er een constante vraag in de wereld naar verbetering en vernieuwing en naar voorlopers in de ontwikkeling en spin-offs van kennis. Daar is vermogen tot denken voor nodig, zelfs essentieel. Het onderwijs moet hiervoor zorgen en krijgt er een nieuwe ‘license-to-operate’ door. Het wachten is momenteel op de omslag van kennis naar denken. De tijd is er rijp voor.

René Tissen

De auteur is als hoogleraar Business Studies verbonden aan Nyenrode Business Universiteit. Dit artikel is met medewerking van Barry (Barendina) Rooimans tot stand gekomen.

Over deze schrijver