Vertrouwen aangetast door politieke crisis

6

Het vertrouwen in de economie is iets beter dan de voorgaande maand, maar nog steeds negatief. Een verdere daling van het vertrouwen is goed mogelijk, nu het kabinet in zijn geheel ontslag heeft aangeboden aan de koningin. Een politieke crisis is nooit goed voor het algemene vertrouwen. Het vertrouwen van Nederlandse consumenten kwam volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek in april uit op -32. De indicicator van het vertrouwen meet hoe optimistisch of pessimistisch Nederlanders zijn over de toekomt van het economisch klimaat en hun eigen financiële situatie. Tevens wordt ook de koopbereidheid van de consumenten meegenomen in de peiling.

De deelindicator die gaat over het economische klimaat kwam uit op -53. Dit is een lage uitkomst, maar wel een verbetering ten opzichte van een maand eerder. Behalve over de economie waren consumenten ook minder somber over hun eigen financiële situatie. Ze vonden de tijd verder iets minder ongunstig voor het doen van grote aankopen, zoals meubels, een wasmachine of een televisie. De deelindicator koopbereidheid steeg 3 punten, naar -19. De koopbereidheid is daarmee echter nog altijd zeer gering.

Omdat het vertrouwen laag is, worden er vanzelfsprekend ook minder aankopen gedaan. De consument houdt de hand op de knip. De politieke crisis zal waarschijnlijk een negatief effect hebben op zowel het vertrouwen als de consumptie. Nederlandse huishoudens hebben in februari 2012 ongeveer 1,3% minder geld uitgegeven aan goederen en diensten in vergelijking met een jaar geleden. Volgens Detailhandel Nederland moet de politiek snel actie ondernemen, omdat anders het consumentenvertrouwen verder zal worden aangepast. Maar snelle verkiezingen zitten er niet in. Pas 12 september 2012 moeten de Nederlanders weer naar de stembus. Het is afwachten in hoeverre hun grote aankopen zullen uitstellen.

Door het winterse weer was het gasverbruik van Nederlanders in februari 2012 veel hoger dan in de relatief warme februarimaand van 2011. Bij een gelijk gasverbruik was de krimp van de totale consumptie op bijna 3% uitgekomen. Natuurlijk is dit wel een vorm van ‘noodzakelijke consumptie’. Aan duurzame goederen is 9% minder besteed. Consumenten gaven onder andere veel minder uit aan auto’s. De consumptie van voedings- en genotmiddelen was bijna 2% lager.