De definitie van geld

21

Geld en schuld zijn elkaars natuurlijke vijanden net als water en vuur; geld wist schuld uit net zoals water het vuur blust.” Charles Holt Carrol

Eén van de meest gestelde vragen van mensen die iets willen begrijpen over financieel beheer is; wat is nu eigenlijk de definitie van geld?

geld

Definitie van geld

Hier gaat het niet om de eigenschappen van geld en ook niet over het gebruik, maar over de definitie. Als we een wiskundig probleem willen oplossen en onze definities zijn niet duidelijk, dan zullen onze pogingen het probleem op te lossen, vastlopen. Als we hetzelfde proberen met financiële of monetaire problemen zullen onze pogingen voor een oplossing ook falen, tenzij we een duidelijke definitie van geld hebben om mee te werken.

Geld is datgene dat alle schuld vereffent

Om dit te begrijpen moeten we goed naar ieder woord van deze definitie kijken. Natuurlijk, geld is nu gedefinieerd en dat is goed. Schuld is een zaak van een persoon die wat aan een ander iets van waarde verschuldigd is. Schuld kan op vele manieren ontstaan, maar het eindresultaat is altijd hetzelfde. De schuldenaar is iets aan de schuldeiser verschuldigd.

Lenen

Als je een kilo suiker leent van je buurman, dan ontstaat er een schuld aan je buurman. Op het moment dat je de kilo suiker teruggeeft is de schuld opgeheven. Maar de definitie zegt dat geld alle schuld opheft. En ondanks dat de kilo suiker, die teruggegeven wordt de suikerschuld opheft, gaat dit niet op bij andere soorten van schuld.

Als je werk hebt en je wordt betaald voor je arbeid met suiker in plaats van geld, dan ben je daarmee niet echt geholpen om in je levensbehoeften te voorzien. Je zou immers vele kilo’s suiker moeten verslepen en ze proberen te ruilen voor zaken die je echt nodig hebt. Eigenlijk verwacht je jouw salaris in de vorm van geld te ontvangen, zodat je met dat geld de zaken kunt aankopen die je nodig hebt. Suiker kan niet alle schuld vereffenen. Daarom is suiker ook geen geld.

Het opbouwen van krediet

Als je werkt bouw je krediet op bij je werkgever. D.w.z. de werkgever heeft een schuld aan jou, een schuld die dagelijks aangroeit. Op de betaaldag geeft die werkgever jou het opgebouwde krediet als geld in handen en daarmee is zijn schuld aan jou vereffend. Als de werkgever jou een cheque geeft is de schuld nog niet vereffend, maar overgeheveld naar de bank waar het geld gestort is.

Als je vervolgens de cheque incasseert, dan pas is de schuld vereffend. In het andere geval is het de bank die geld aan jou verschuldigd is, d.w.z. het geld dat jouw werkgever je gaf in de vorm van een cheque of overschrijving. Jouw werkgever is van nu zijn verplichting ontheven en de bank is nu dus het geld aan jou verschuldigd.

Een ander voorbeeld is bij aankoop. Als je iets in de winkel koopt, wordt er dus een schuld geschapen en als je cash betaalt is die schuld meteen vereffend. Als je met een creditcard betaalt wordt die schuld overgeheveld naar de uitgever van die creditcard. In plaats van dat je geld aan de winkel verschuldigd bent, ben je het bedrag voor die aankoop verschuldigd aan de creditcard maatschappij. De schuld is dus verplaatst en niet opgeheven. Krediet vereffent geen schuld, krediet is geen geld.

Papiergeld en wettig betaalmiddel

Laten we nu geld als wettig betaalmiddel toetsen aan de definitie. Voldoet papiergeld of wettig betaalmiddel nu aan de definitie van geld? Is het zo dat papiergeld alle schulden uitwist? Het woordje ‘alle’ is volkomen duidelijk, want als we een schuld in dollars willen betalen met euro’s zal dit niet lukken. Voordat we die schuld in dollars kunnen betalen moeten we eerst euro’s tegen dollars wisselen. Dan pas kunnen we de schuld in dollars betalen. Het is net als met het salaris in kilo’s suiker, eerst moet je de suiker verkopen voor geld en vervolgens kun je het geld gebruiken voor wat je maar wilt.

Dus papiergeld ontbreekt het dus aan globale inwisselbaarheid, de mogelijkheid om overal alle schuld te vereffenen. Maar laten we nu eens kijken of papiergeld aan het tweede, meer kritische deel van de definitie voldoet. Vereffent papiergeld schuld, of verplaatst het die schuld alleen maar?

Transformatie van het systeem

Om dit te kunnen vaststellen moeten we kijken naar de geschiedenis van papiergeld. Oorspronkelijk stond er op een bankbiljet dat het biljet inwisselbaar was tegen een vaste hoeveelheid goud of zilver. Deze hoeveelheid was afhankelijk van de opgedrukte waarde op het biljet. M.a.w. het biljet was inwisselbaar tegen goud of zilver aan toonder en het was niet meer noodzakelijk om het biljet tegen ‘geld’ te verkopen. En in tegenstelling tot obligaties en ander schuldpapier konden deze biljetten te allen tijde ingewisseld worden tegen goud of zilver. Het woord inwisselbaar houdt wel een garantie in op hoeveelheid en te allen tijde. Verkopen daarentegen is afhankelijk van verkrijgbaarheid en marktprijs.

En zie nu eens wat een ongelooflijke transformatie er zich heeft voltrokken. Welhaast onschuldig, zou je kunnen zeggen. Als bankbiljetten gebruikt worden om een schuld te vereffenen in plaats van goud en zilver, dan is die schuld niet uitgewist. Het bankbiljet, dat eigenlijk zelf een promesse is, is overgegaan van schuldenaar naar schuldeiser. Gouden en zilveren munten zouden die schuld definitief vereffenen, maar bankbiljetten verplaatsen de schuld alleen maar. Net alsof we onze suikerschuld terugbetalen niet in suiker maar met een promesse, een belofte om suiker op aanvraag te leveren.

En dit is dan de basis van papiergeld, een belofte om echt geld aan toonder te betalen. En alles zou volkomen in orde zijn zolang de uitgevende bank maar genoeg goud en zilver in haar kluizen had, of ‘real bills’ die op de vervaldag (niet langer dan 91 dagen in de toekomst) tot uitbetaling komen, om alle bankbiljetten te kunnen inwisselen. Dit zou de facto een 100% goud gedekte valuta zijn. De verplaatste schuld zou altijd vereffend kunnen worden door de bankbiljetten in te wisselen tegen goud of zilver. Dat zou net zoiets zijn als tegen je buurman te kunnen zeggen: ik heb de suiker op voorraad liggen en je kunt het ophalen wanneer je maar wilt. Hij kan zelfs die promesse aan iemand anders overdoen en de nieuwe houder van de promesse kan deze inwisselen tegen suiker.

Bank run

Een bank run is niet meer mogelijk, want er is altijd voldoende goud voorhanden om aan alle aanvragen te kunnen voldoen door, of het uit de kluis te nemen, of door verdiscontering van de real bills in portefeuille. Bij verdiscontering wordt de real bill ingewisseld tegen cash goud. Zoals ook de bedoeling van dit systeem was, was de balans van de bank altijd in evenwicht. De bezittingen behelsden cash goud en zilver (specie) en real bills. Als je buurman de suiker wil, dan geef je het hem gewoon, of je geeft het aan de toonder van de promesse.

Fractioneel bankieren

Nu kun je de volgende stap wel raden. De bank geeft meer bankbiljetten uit (leent uit tegen rente) dan dat het kan inwisselen op aanvraag en dit heet dan fractionele reserve. En als eenmaal dit fractioneel reserve idee in zwang is geraakt, veranderen de dingen opnieuw fundamenteel. Stel dat je voor 6 kilo suiker promesses hebt uitgeschreven, terwijl je er maar 2 in voorraad hebt. Als nu alle promessehouders tegelijkertijd komen om de hen uitstaande hoeveelheden suiker op te eisen, heb je een probleem. In feite bent je schuldig aan fraude. Het doen van beloftes die je niet kunt nakomen is de definitie van fraude. Deze fraude komt slechts alleen aan het licht als er meer suiker gevraagd wordt, dan er in voorraad is. In het andere geval kom je weg met deze fraude… tenminste voor een tijdje.

Onthoudt hierbij goed, dat deze fractioneel gedekte bankbiljetten nog steeds inwisselbaar zijn. De mensen zouden dit anders nooit als geld hebben aanvaard. Dit leidt natuurlijk tot een probleem. Wat als meer vraag naar goud is dan dat er beschikbaar is? En dat is nu een bank run, ofwel, de fraude komt nu aan het licht.

Liquiditeit

Dit betekent niet dat de balans van de bank niet langer in evenwicht is, maar wel dat de bezittingenkant van de balans niet langer beperkt is tot cash goud of real bills. Die bezittingen bestaan nu uit staatsobligaties, ofwel meer schuldpapier. En als de mensen nu hun goud willen hebben, moeten er eerst obligaties verkocht worden. De prijs voor die obligaties zou ineenstorten als er teveel op het hetzelfde op de markt kwamen. Daarmee is de vraag over liquiditeit ontstaan, net zo goed als de vraag naar de kwaliteit van die bezittingen.

Met betrekking tot de oplossing voor liquiditeit zijn Centrale banken in het leven geroepen. Een laatste toevluchtsoord voor leningen. Als een bank nu het slachtoffer wordt van een bank run, zal de Centrale bank bijspringen en net zoveel geld uitlenen tot de run gestopt wordt. Maar wat nu als de Centrale bank zelf niet voldoende geld heeft om dat proces te stoppen? Welke entiteit is er dan nog over om de zaak te redden? Juist ja, de belastingbetaler natuurlijk!!

Niemand kan de vraag opwerpen over de kwaliteit van de bezittingenkant van de balans als deze zich beperkt tot cash goud en/of real bills. Beiden zijn 100% liquide en zeer gewilde bezittingen. Staatsobligaties zijn een heel ander verhaal, want zij berusten op ‘vertrouwen en krediet’ dat de uitgevende autoriteit geniet. Obligaties zijn zaken van een negatieve waarde… ofwel schuld. In plaats van dat goud de bankbiljetten dekt, worden de bankbiljetten gedekt door andersoortige promesses, in dit geval staatsobligaties.

Vandaag de dag is de situatie nog veel ernstiger. Bankbiljetten zijn niet meer inwisselbaar tegen wat dan ook. M.a.w. het is een loze promesse die belooft te betalen in WAT??? Dat ‘wat’ is niets anders dan nog andere bankbiljetten. Nog ten overvloede, de Centrale bank heeft niets anders aan zijn bezittingenkant van de balans staan dan obligaties en bankbiljetten…. Dus SCHULD DEKT SCHULD.

Echte probleem van de crisis

Hier ligt het echte probleem van de financiële crisis. Negatieve waarden (schulden) staan zowel aan de debet als de creditzijde van de balans van de Centrale bank. Er is beslist niets dat nog enige positieve waarde bezit. Alleen ‘het volledig vertrouwen en krediet’ van de uitgevende autoriteit geeft nog een enig gevoel van waarde. Maar ook deze perceptie neemt steeds sneller af. Vooral als de hoeveelheid obligaties en bankbiljetten, in tegenstelling tot de hoeveelheid goud, alleen beperkt wordt door de terughoudendheid van de politici.

Bron: Rudy Fritsch

Over de auteur

Altijd geïnteresseerd in de goud- en zilvermarkt. Artikelen vaak geschreven vanuit een historische invalshoek. Dick is in september 2016 overleden.