De vernietiging van de vrije markt

7

Met het einde van de Koude Oorlog leek de vrije markt te hebben gezegevierd in het Westen, dat stond voor kapitalisme, individualisme en democratie. Maar op dit moment zijn we al een schokkend eind op weg richting een planeconomie, beter bekend als het communisme. Dit ten koste van onze vrijheid. De vrije markt is een systeem waarin ongehinderd kan worden gehandeld. Door vraag en aanbod komen prijzen tot stand die voor consumenten en producenten de signalen zijn waarop zij hun gedrag aanpassen. Aan de hand van prijzen kunnen zij beslissen meer of minder te consumeren dan wel te produceren – deze beslissingen zijn de tandwielen van de vrijemarkteconomie. De vrije markt werkt uiterst democratisch omdat iedereen die deelneemt aan het proces van vraag en aanbod daardoor meebeslist over de prijs.

De vrije markt werkt alleen wanneer deze zichzelf kan corrigeren. Een producent die te veel investeert zal zijn genoodzaakt de producten die hij verkoopt hoog te prijzen waardoor hij minder verkoopt. Hierdoor zal hij vanzelf zijn investeringen terugschroeven. Als hij uiteindelijk zijn lasten niet meer kan dragen en failliet gaat, zal het gat in de markt dat hij achter laat worden opgevuld door een producent die gezond investeert. Het is onmogelijk dat iedere producent winstgevend is. Daarmee zijn faillissementen onderdeel van een gezonde marktwerking, ze verwijderen ongezonde onderdelen uit de markt.

Het einde is zoek
Als een overheid zich gaat bemoeien met de vrije markt door prijzen te beïnvloeden of faillissementen te voorkomen dan verstoort zij de marktwerking. Als niet-winstgevende onderdelen in een economie kunstmatig overeind worden gehouden raakt de markt ontregeld en zal het prijssysteem niet meer functioneren. Eenmaal ontregeld zien overheden geen andere mogelijkheid dan nog meer bemoeienis in de hoop de markt draaiende te houden. Van de ene marktinterventie tuimelt de overheid in de volgende interventie, die vervolgens weer een nieuwe interventie noodzakelijk maakt, enzovoorts. Het einde is zoek.

Tegenwoordig worden al vele prijzen beïnvloed door de overheid. Denk hierbij aan aandelen, obligaties en grondstoffen. Sinds 1988 is er in de VS het Plunge Protection Team (PPT), dat na een zwarte handelsdag in het leven is geroepen om neerwaartse beurskoersen op te vangen. Vanaf dat moment kan het PPT bepalen wat de prijs van aandelen is. Deze interventies hebben tal van negatieve effecten. Het leeglopen van een aandelenbubbel, dat in een gezonde markt een natuurlijke correctie is, wordt belemmert en tevens is invloed op de beurs gevoelig voor corruptie. In Europa is het niet ongewoon dat toezichthouders een short ban afkondigen wanneer zij dat nodig achten. Dit betekent dat het handelaren wordt verboden te speculeren op dalende koersen. Dergelijke speculaties versterken neerwaartse bewegingen op de beurs, maar hebben wel een  functie binnen de marktwerking.

Wereldwijd draaien de geldpersen van centrale banken overuren om staatsobligaties op te kopen. Deze aankopen zijn bedoeld om de rentes van de betreffende obligaties laag te houden. Tevens verstoren centrale banken de vrije markt door private banken geld te lenen tegen praktisch nul procent rente. De gevolgen zijn dat ongezonde banken solvabel worden gehouden en dat het gratis geld opzoek gaat naar rendement alwaar het speculatieve bubbels veroorzaakt.

Griekenland slechts in leven door noodkrediet
De vrije markt heeft al lang bepaald dat Griekenland failliet is. En terecht, het land staat stijf van de corruptie en is zeer creatief geweest in zijn boekhouding. In 2010 steeg de rente van Griekse staatsobligaties dusdanig dat het land deze kosten niet meer kon ophoesten. De Europese Commissie negeerde deze signalen van de markt en in plaats van een faillissement, waarna het land opnieuw opgebouwd had kunnen worden, werd gekozen voor een noodlening. Griekenland werd kunstmatig solvabel gehouden met als doel de schuldeisers (Europese banken) te beschermen. Daarvoor was het nodig het laatste beetje geld uit de Griekse bevolking te knijpen. Toen de Grieken niet wilde meewerken, besloot de Europese Commissie de toenmalig Griekse premier af te zetten, en hem zonder verkiezingen te vervangen door oud-bankier Papademos. Het werd duidelijk wat een verstoring van de vrije markt voor consequenties voor de democratie heeft. In Italië gebeurde hetzelfde. Ook daar werd de democratie “tijdelijk” afgeschaft, om een regering aan de macht te laten die volgens Brussel het beste met de financiële markten kon omgaan.

Van elke euro uit het noodfonds die nu naar Griekenland gaat, wordt slechts 19 % in dat land zelf besteed. De overige 81 % gaat direct naar de schuldeisers (Europese banken). Als er genoeg geld van het noodfonds (de belastingbetaler) naar de banken is overgeheveld zal pas het faillissement worden voltrokken. Er is al twee jaar tijd gerekt, we zullen de Europese poppenkast nog een paar maanden moeten uitzitten.

Strooien met geld
Toen in 2008 de huizenbubbel in de VS uit elkaar spatte, verstrekte de Amerikaanse overheid 700 miljard dollar aan noodleningen aan private banken. De Federal Reserve deed hier nog een schepje bovenop, maar weigerde bekend te maken om welk bedrag het ging. Bloomberg eiste openheid van zaken en via een rechtszaak gingen de boeken open, waaruit bleek dat de Fed tussen 2007 en 2010 voor minstens 8 biljoen dollar aan noodleningen had uitgedeeld. De ECB deed hetzelfde tussen november 2011 en februari 2012 voor meer dan 1 biljoen euro.

Door noodleningen worden ongezonde bedrijven kunstmatig overeind gehouden. Dit heeft een verwoestende uitwerking op de vrije markt omdat natuurlijke correcties worden verhinderd. Ongezonde banken, die bijvoorbeeld te veel risico hebben genomen, worden niet gedwongen hun gedrag aan te passen of toegestaan failliet te gaan. Bankiers kunnen zich ieder gewenst salaris uitkeren en onverantwoord speculeren met het geld van klanten. Door noodleningen zullen zij altijd worden gered als het misgaat. Dit veroorzaakt een prikkel voor bankiers om veel risico’s te nemen. Graaien door bankiers wordt niet afgestraft maar gestimuleerd. Terwijl de media zich voornamelijk richt op de bonuscultuur bij banken, zijn de noodleningen de oorzaak van dit graaigedrag. Zolang bankiers kunnen rekenen op noodleningen zullen zij hun gedrag nooit veranderen.



Centrale banken maken vrije markt kapot

In tegenstelling tot de ECB windt de Federal Reserve er tenminste geen doekjes om en erkent het een lender of last resort te zijn. Dit betekent dat als banken in zwaar weer belanden zij als laatste redmiddel een beroep kunnen doen op de geldpers van de Fed. Hierdoor worden faillissementen onmogelijk gemaakt en dit veroorzaakt het buitensporige gedrag van bankiers (met de huidige economische crisis als gevolg). Centrale banken spelen de grootste rol in de vernietiging van de vrije markt.

De reden dat overheden zich bemoeien met de vrije markt moet gezocht worden in de belangen van politici. Waar ondernemers zijn geprikkeld om zoveel mogelijk winst te maken, daar zijn politici geprikkeld zo veel mogelijk macht te verkrijgen en uit te voeren. Om macht te verkrijgen proberen ze kiezers te winnen met beloftes omtrent een overheid die alle problemen in de samenleving kan oplossen. Deze beloftes zijn een droom die ze aan het electoraat verkopen. Eenmaal aan de macht beginnen ze aan het realiseren van de droom. Door talloze wetten op te stellen en megalomane projecten te lanceren (de Europese Unie), proberen ze ieder detail in de maatschappij naar hun hand te zetten – het uitvoeren van zoveel mogelijk macht. Gaande weg in dit proces zal blijken dat de vrije markt niet altijd wil meewerken in het realiseren van de droom, door bijvoorbeeld een tekort aan geld. En zo wordt begonnen met interveniëren in de markt, geld lenen en geld drukken. De droom moet uiteindelijk worden gefinancierd door centrale banken, om de ontwaking almaar uit te stellen. In feite worden stemmen gekocht met de geldpers.

Vrije markt verwijderd rotte appels
Wanneer na een overheidsinterventie het prijssysteem van de vrije markt niet meer functioneert ontstaat een vicieuze cirkel van meer interventies, bemoeienis en noodleningen. Deze cirkel is op dit moment snel aan het accelereren. De gevolgen voor de democratie, en dus de vrijheid van burgers, komen hiermee al zichtbaar in het geding. Het is te hopen dat het volk zich hier kranig tegen zal verzetten, maar waarschijnlijk komt de massa pas in beweging als onze welvaart afneemt, hetgeen onherroepelijk gaat gebeuren. Door interventies zijn marktcorrecties (recessies) uitgesteld, maar deze zijn onafwendbaar. Ooit zal de markt zich moeten corrigeren. Het alternatief is een planeconomie, geen vrije markt. De oplossing is het opheffen van centrale banken en daarmee de macht van overheden rigoureus indammen. Zonder centrale banken kunnen ongezonde onderdelen uit de vrije markt worden verwijderd, waarna deze volledig kan herstellen.

Jan Nieuwenhuijs