‘Er bestaan geen garanties meer’

33

Een duik in de Noodwet Financieel Verkeer 1978 | Voordat je dit artikel gaat lezen moet ik eerst even melden dat ik geen jurist ben en zodoende ook geen conclusies mag trekken op basis van wetteksten, want het is voor mij moeilijk om wetteksten te verklaren. Wetteksten zijn voor mij moeilijk te begrijpen, maar ik baseer dit artikel op basis wat ik ervan begrijp en hoe ik het lees en interpreteer. Eerder dit jaar schreef ik een artikel over de gedachte dat ons spaargeld in gevaar zou zijn door onder andere de perikelen rondom de financiële situatie in Cyprus. Zeker gezien het feit dat mevrouw Lagarde, baas van het Internationale Monetaire Fonds, had laten weten dat door de financiële crisis de burger weleens een deel van zijn spaargeld zou moeten opgeven om eventuele in nood verkerende banken te mogen redden, was dit gegeven iets om rekening mee te houden.

garanties

Noodwet Financieel Verkeer 1978

Minister Dijsselbloem, als zijnde hoofd van de Eurogroep, had het over de welbekende template of blauwdruk waarover veel gesteggel is ontstaan toen Cyprus in problemen kwam en waardoor de burgers een deel van het spaargeld moesten inleveren om de Cypriotische banken te redden van de ondergang. Nu kwam ik in de reacties hierop een opmerking tegen van Max29, een bezoekers van Biflatie.nl, waarin hij de Noodwet Financieel Verkeer van 1978 in Nederland benoemde. Ik ben hier maar eens ingedoken… Kort samengevat komt het er op neer dat de minister van Financiën uit hoofde van de familie van Amsberg de macht over ons complete financiële stelsel naar zich toe kan trekken: al het geld, zowel contant als giraal, kan met een pennenstreek ongeldig verklaard worden, beurzen kunnen worden stilgelegd, uitkeringen in de vorm van verzekeringen en pensioenen kunnen worden stopgezet en bezittingen van burgers kunnen worden onteigent, zowel binnenlandse als buitenlandse bezittingen.

Wat is een Buitengewone Omstandigheid?

Dit alles middels de volgende zin in het wetsartikel: ‘Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regelen te stellen inzake voorzieningen op het gebied van het financiële verkeer in geval van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden.’ Let wel, ten tijde van oorlog zullen er natuurlijk maatregelen genomen moeten worden, zover snap ik dat ook wel, maar vooral die laatste bepaling: of andere buitengewone omstandigheden baart mij zorgen wanneer ik dit vorm geef in de hedendaagse ontwikkelingen en dreigende omstandigheden waarin wij ons momenteel bevinden. Want wanneer is iets een buitengewone omstandigheid? Wanneer een grote bank omvalt? Wanneer de rente op staatsobligaties extreem omhoog dreigt te gaan? Dit is wat mij betreft een vrij ruim begrip en alleen de Koning bepaalt wanneer iets een buitengewone omstandigheid betreft: Artikel 2 bepaalt dat deze wet in werking wordt gesteld wanneer de omstandigheden naar Ons Oordeel (bij Koninklijk besluit) dit toelaten. Meer wordt er niet over vermeld.

De minister bepaalt alles

Een best wrede constatering dat men in de wet heeft moeten vastleggen is dat wanneer er misschien ooit in de toekomst een buitengewone omstandigheid uitbreekt, de minister bepaalt of een verzekering uitgekeerd mag worden. Artikel 20 van deze wet sluit uit dat verzekeringsmaatschappijen zomaar mogen gaan uitkeren, nee in dat geval bepaalt de minister. Aan de ene kant logisch natuurlijk gezien de omvang van schade, slachtoffers et cetera, aan de andere kant komt ook hier de volledige macht omtrent geldcirculatie en andere financiële macht volledig bij de verantwoordelijke minister te liggen.

U heeft geen enkele garantie

Andere bepalingen die zijn vastgelegd in deze wet bevatten onder andere de macht over de beurzen (artikel 24a), waarover de minister mag beslissen wat ermee moet gebeuren. De minister kan besluiten de beurzen en daarmee alle transacties te doen stilleggen of te sluiten voor onbepaalde tijd. Buitenlandse bezittingen van burgers, goudvorderingen en andere financiële betrekkingen van burgers, bedrijven en de Staat zelf komen onder de verantwoordelijkheid van de minister te vallen. U heeft niks meer te zeggen over uw eigen bezittingen in het buitenland. Heeft u een pensioenuitkering of een ander soort van uitkering? Volgens artikel 19 tot en met 24 kan de minister alles veranderen, stopzetten of blokkeren naar het hem dunkt, zolang er maar een “buitengewone omstandigheid” plaatsvindt. Door hem of de koning te bepalen…

Uw spaargeld geconfisqueerd

De minister kan middels deze wet ook bepalen tot welk bedrag je van je rekening mag halen, ongeacht hoeveel spaargeld er op je rekening staat. Het staat er echt in artikel 4.1: Onze Minister is bevoegd te bepalen, dat het aan anderen dan banken verboden is zonder een door of namens hem verleende algemene of bijzondere vergunning over schuldvorderingen op deze banken of op de Bank, in contanten te beschikken, met dien verstande, dat rechthebbenden op opeisbare tegoeden op rekeningen bij banken of bij de Bank, de vrije beschikking behouden over een door Onze Minister te bepalen bedrag per rekeninghouder. Anders gezegd, je totale eigen vermogen mag wettelijk gezien geconfisqueerd worden door de Staat.

Ook de renteafspraak mag veranderd worden

Ook mag de minister ten tijde van de bijzondere omstandigheden de vergoeding op je spaargeld te bepalen. Dat wil zeggen dat alle bestaande afspraken omtrent jou te ontvangen rente op je spaargeld gewijzigd kunnen worden (Artikel 6): Onze Minister is bevoegd – zo nodig in afwijking van andere wettelijke regelingen – voorschriften te geven met betrekking tot vergoedingen voor diensten op het gebied van het bankwezen in de ruimste zin en van de geld- en kapitaalmarkt, voor zover zij het karakter van rentevergoeding dragen.

Uiteraard is geheimhouding verplicht

Zo staan er meer bizarre regels en voorschriften in deze wet, teveel om hier allemaal te behandelen, al wil ik er nog wel eentje doen. En dat gaat over het feit dat het voor elke persoon die enige taak vervult bij het in werking treden van deze wet, het verboden is om hierover enige informatie aan anderen te delen. Kortom, Artikel 33 verplicht volledige geheimhouding over de te nemen maatregelen. Deze regeling is dan weer de enige waar ik me niet over verbaas…

U bent gewaarschuwd!

Voor zover ik me deze wettekst eigen kan maken en begrijp, zijn de uitspraken van afgelopen jaar van Lagarde en Dijsselbloem serieuze waarschuwingen als het gaat om ons eigen geld, onze eigen bezittingen en daarmee onze eigen soevereiniteit. Er hoeft maar iets te gebeuren dat onder de geheimzinnige en onduidelijke bepaling “bijzondere omstandigheid” val. Er bestaan geen garanties meer en we zijn volledig overgeleverd aan de regels en wetten van onze Koning en Ministers en daarmee is een totalitaire staat een feit.

Over de auteur

Meneer Teun ontdekt graag de geheimen van onze instituten, systemen en bankiers. Hij bezit een gezonde dosis scepticisme en wijst mensen er graag op dat veel in ons leven anders is dan het lijkt. Twitter: @Meneer_Teun