Gelukkig ben ik Wopke niet: Minister van Financiën wacht een helse klus

44

In de Telegraaf las ik een artikel over onze minister van Financiën die als “Blokkeerfries” niet zo heel goed ligt bij onze zuidelijke vrienden van de EU. Ik benijd zijn baantje niet in deze ongekende periode van economische tegenslag. Natuurlijk is hij een politicus en dan weet je van te voren waar je aan begint. Als je een ministerspost ambieert, met beheer over de schatkist, dan moet je wat in de pocket hebben. Anders had hij beter belastingambtenaar kunnen worden. Die halen de centjes binnen en zien met lede ogen toe hoe de diverse ministeries de belastingcenten weer verkwisten. Heb daar zelf een trauma aan over gehouden. Daarom ben ik nu kritisch in mijn columns over het beheer van onze schatkist.

Status van onze schatkist

Ons kabinet dat met diverse politieke kleuren onder controle van ons parlement met nog meer kleurtjes met gemak beslissingen neemt over de besteding van onze zuur verdiende belastingcenten. Vooral na de alsmaar groter wordende bijdrage aan de EU-pot is het beheer over onze staatshuishouding een complex geheel geworden. Onder de bevolking heerst een gerede angst over de onnodige verkwisting van belastinggeld in duistere projecten achter een verre zuidelijke horizon. Deze angst is in een paar maanden tijd veel groter geworden nadat vanuit het zuidoosten een pandemie de grens overstak. 

Mooie sier voor minister van Financiën

Het coronavirus bracht behalve een gezondheidscrisis ook een economische crisis die nog maar net in gang is gezet. De voorspellingen van economen en analisten liggen ver uiteen als het gaat om het berekenen van de te verwachten economische krimp. Er worden krimpcijfers genoemd van 5 tot 10 procent over een volledig kalenderjaar. Gezien de wijde bandbreedte tussen het hoogste en laagste krimpcijfer is er sprake van veel onduidelijkheden. De pandemie kwam ook zo onverwachts dat bijna niemand daarvoor de nodige reserveringen opzij had gelegd. Toch was Nederland als één van de weinige EU-lidstaten wel op z’n hoede. Dankzij een verstandig beleid op het Ministerie van Financiën was namelijk onze staatsschuld een mooi stukje afgelost. Vorig jaar is ongeveer 11 miljard afgelost en komen we daarmee op een percentage van 49 procent van het BBP. Ruim beneden de EU-norm van 60 procent. Hoe goed komt dat nu van pas wanneer we overvallen worden door rampspoed. Minister Hoekstra kan daarmee mooie sier maken als politicus.

Wopke is ook een politicus

Dankzij een gedegen financieel beleid kan de minister nu volop steun bieden aan armlastige bedrijven om daarmee te voorkomen dat er massa ontslagen vallen en bedrijven omvallen. Als kritisch duider mag ik daarover best een positieve opmerking maken. Niet dat ik een grote fan ben van Wopke, want Hoekstra is en blijft een politicus en bij een politicus past altijd enig wantrouwen. Ik was in eerdere columns wel lovend over zijn optreden in de eurogroep ministerraad. Wopke deed zijn bijnaam als ‘Blokkeerfries’ eer aan en weigerde mee te doen met de uitgifte van eurobonds. Tot zover heb ik een behoorlijk vertrouwen in deze minister. Maar voor hoe lang is de grote vraag. Wopke is en blijft ook een politicus en is lid van het CDA. Deze partij wil met Hoekstra scoren in de verkiezingen van volgend jaar. Als gulle minister is Wopke nu populair. Hij heeft toegezegd om maar liefst 92 miljard vrij te maken voor herstel van de economische schade. Hij kan makkelijk lenen op de kapitaalmarkt omdat er een behoorlijke ruimte ligt en bovendien is het geld voor niets, althans wat betreft het rentetarief. 

Kiezen tussen kwaden

Maar we leven in ongekende tijden en het worstcasescenario verslechtert met de dag. Zoveel ruimte er leek te zijn in januari, zoveel minder wordt dat verderop in de tijd. Bij een economische krimp daalt namelijk het BBP en de voorspellingen liegen er niet om. Zou in het ergste geval zomaar 10 procent kunnen worden. Daarmee wordt de ruimte om bij te lenen een stuk kleiner. In 2019 bedroeg ons BBP de lieve som van 812 miljard euro. Bij een krimp van 10 procent zou dat eind dit jaar nog 730 miljard kunnen zijn. Wopkes toezegging om 92 miljard te lenen zou betekenen dat we met gemak de 60 procent EU-norm overschrijden. Daarmee gaan we dan ook behoren tot de vele EU-lidstaten met teveel staatsschuld. En dan gaat het moeilijk worden voor een minister van Financiën. Het wordt dan kiezen tussen meerdere kwaden. Een minister van Financiën die toezegt om de coronarekening niet af te wentelen op de belastingbetaler zal dan moeten overstappen op een ander beleid dan dat hij voorstond voor de intrede van de pandemie.

We gaan weer lenen

Oké, nood breekt wet. De begrotingstekorten die met enorme snelheid oplopen tot ongekende hoogte zal hij volledig moeten financieren. Dat is desastreus voor een klein polderlandje met een verzorgingsstaat die bol staat met sociale voorzieningen. Wil je die overeind houden dan moet Wopke zich suf lenen. Dat druist in tegen zijn standpunt dat hij eerder innam in het overleg van de eurogroep-ministers. Niet teveel schulden aangaan die zwaar drukken op de Rijksbegroting en daarmee afbraak doen aan de verzorgingsstaat. Wopke Hoekstra kon zich op de borst kloppen en wees vol trots naar de kloppende NL-begroting van 2019 met een overschot dat werd gebruikt om af te lossen. Het commentaar van de noodlijdende zuidelijke EU-lidstaten was niet van de lucht. Ineens stonden de tegenstellingen tussen noord en zuid weer lijnrecht tegenover elkaar. Geen goeie basis voor samenwerking in een tijdvak waarin nog veel tegenslagen zijn te verwachten. Met de huidige lage rentetarieven worden overheden ongewild gedwongen om hun tekorten te lenen op de kapitaalmarkt.

Politici kiezen de makkelijkste weg

Door monetaire analisten was al lang gewaarschuwd dat westerse economieën de grootste schuldenbubbel ooit opblazen. Als de staatsschuld de grens van 100 procent van het BBP overschrijdt dan zou economische groei daarna tot het verleden behoren omdat de inkomsten grotendeels opgaan aan de rente- en aflossingsverplichtingen. Tenzij de regering het fiscaal beleid aanpast. Belastingverhoging doorvoert, belastingvoordelen afschaft voor multinationals, en onontkoombare bezuinigingen afwentelt op de bevolking. Die 100 procent grens moeten we in de gaten houden. Hoe verder we er over heen gaan, hoe zwaarder staatsschuld gaat drukken op het inkomen van de belastingbetalende burgers. Let wel, politici kiezen voor de makkelijkste weg. De grote verleiding ligt nu in de lage rente waarmee centrale banken zich buitenspel hebben gezet. Het is nu de beurt aan de overheden. Onze minister van Financiën kan de borst nat maken. Gelukkig ben ik Wopke niet.

GW