In Griekenland botsen twee werelden met elkaar

7

Op de website DeWereldMorgen.be is een deel van het boek ‘Hoe durven ze’ van Peter Mertens gepubliceerd dat gaat over de Griekse crisis. | In de zomer van 2009 gebeurt iets merkwaardigs. Griekenland betaalt in dat crisisjaar 2,5 miljard euro voor zes Franse fregatten, nog eens 400 miljoen euro voor vijftien Franse Puma-gevechtshelikopters van de wapengigant EADS nv en tot slot nog eens 5 miljard euro voor zes onderzeeërs van het Duitse ThyssenKrupp. Boem, paukenslag! 7,9 miljard euro voor Frans en Duits wapentuig, middenin de crisis.

Merkel en Sarkozy tekenen plan na plan uit om ervoor te zorgen dat Griekenland de leningen aan Duitse en Franse banken kan betalen. Het duo spuit mening na mening over wat het Griekse volk moet doen maar in het medialicht houdt het de kiezen op elkaar wanneer het over de wapendeals gaat. Der Spiegel zette het Griekse shoppen in Duitsland op een rijtje en dat is indrukwekkend. Onderzeeërs, jachtbommenwerpers, tanks… Het kleine Griekenland met zijn 11 miljoen inwoners staat op de wereldranglijst van big spenders inzake conventionele bewapening op de vijfde plaats. Het geeft exorbitant veel uit aan defensie: 3,1 procent van de nationale rijkdom. Landen als Frankrijk en Groot-Brittannië besteden respectievelijk 2,3 en 2,4 procent aan defensie. Alleen de VS doen beter, met 4 procent.

Crisis of geen crisis, de grote Europese broers zetten de Grieken onder druk om de wapenaankopen gewoon te laten doorgaan, op straffe van geen lening. Het persbureau AP citeert een adviseur van premier Papandreou: “Niemand zegt: ‘Koop onze oorlogsschepen of we helpen je niet met je schulden.’ Maar de niet mis te verstane onderliggende boodschap is dat we meer hulp krijgen als we doen wat zij willen op bewapeningsvlak.” Het tijdschrift Vrede schrijft: “President Sarkozy zou in februari 2010 druk uitgeoefend hebben op Papandreou toen die op bezoek was in Frankrijk voor hulp bij de financiële perikelen van zijn land. Op de dag dat Papandreou naar Parijs ging, kondigden de Grieken aan dat ze de geplande aankoop van zes Franse Fremm-fregatten ter waarde van 2,5 miljard euro niet zouden herzien, ondanks de financiële afgrond waar ze voor stonden.”

Griekenland is een Navobondgenoot om door een ringetje te halen. Op het kruispunt van drie continenten is het een strategische plek. Zeker nu de Navo en de Amerikaanse strategen alle aandacht hebben voor noordelijk Afrika, het Midden-Oosten, Iran, de Balkan, de landen van Oost-Europa en Rusland. Begin oktober 2011 koopt het failliete Griekse establishment nog maar eens 400 tanks en een twintigtal amfibievoertuigen van het Amerikaanse leger. En, zo blijkt, ook nog eens vier oorlogsschepen ter waarde van elk drie miljoen euro van Frankrijk.

De Verenigde Staten, Duitsland en Frankrijk spelen de rivaliteit tussen Griekenland en buurland Turkije handig uit. De wapenfabrikanten eten van twee walletjes als leveranciers aan beide rivalen. Bestelt Griekenland nieuwe wapens, dan kan de wapenfabrikant even wachten en daar melden de Turken zich al voor dezelfde spulletjes. De Koude Oorlog in het klein, zo lijkt het wel. Ware het niet dat al dat nieuwe oorlogsmateriaal helemaal niet geschikt is voor een confrontatie met Turkije, maar des te meer voor de Navostrategie en om nieuwe machtsverhoudingen in het Midden-Oosten te helpen creëren zoals Washington die graag zou zien. Waarom blijft het anders zo pijnlijk stil in Washington, Brussel en Frankfurt over het feit dat de Griekse regering op alles bespaart behalve op oorlogstuig?’

Goldman Sachs International en het gesjoemel met de cijfers
Dat de geproduceerde rijkdom in de loop der jaren almaar meer bij de elite bleef plakken en de koopkracht van de bevolking achterbleef, maakte Griekenland structureel instabiel. Ook al omdat het inkomen van het volk voor een groot stuk opging aan consumptiegoederen uit het buitenland. De zuidas van Europa diende als afzetmarkt voor de exporteconomieën in het centrum ervan, met Duitsland op kop. Daarvoor kreeg de zuidas welwillend kredieten onder meer van… Duitse banken. Zo vloeide het in het buitenland geleende geld weer terug naar datzelfde buitenland.

In de periode 1975-1980 had Griekenland nog een overschot van 1,5 procent op de handelsbalans: er werden meer goederen en diensten uitgevoerd dan ingevoerd. In de jaren 1990-2000 sloeg die balans om naar een tekort van 3 procent, en vanaf de toetrede tot de euro verslechterden de resultaten tot een negatieve handelsbalans van 10 à 13 procent. Griekenland ging producten invoeren die het voordien zelf produceerde.

Door de financiële crisis schoten de overheidsschulden plots snel omhoog: van 115 procent van het bbp in 2007 naar 143 procent in 2010. En daardoor steeg, in een kettingreactie, ook nog eens de rente op die schulden heel snel. Vooral die rentelast hangt als een molensteen om de economie: een decennium geleden moesten de Grieken jaarlijks 9 miljard euro afbetalen aan interest op de lopende leningen, in 2010 was dat al meer dan 15 miljard.

De boel ontplofte in oktober 2009, toen “de twee papa’s” van de Griekse sociaaldemocratie, premier Giorgos Papandreou en zijn Financieminister Giorgos Papakonstantinou onthulden dat hun voorgangers stelselmatig valse, veel te rooskleurige cijfers over de Griekse overheidstekorten hadden gepresenteerd. Het begrotingstekort zou in 2009 12,7 procent bedragen in plaats van 3,7 procent. De collega’s premiers en ministers van de andere eurolanden beweerden dat de Grieken zowat iedereen in Europa hadden belazerd. Didier Reynders, sinds mensenheugenis onze minister van Financiën, erkende later in de Franse zakenkrant La Tribune deemoedig: “Van bij de toetreding van de Grieken tot de eurozone in 2001 wisten we dat hun statistieken vervalst waren.”

The New York Times berichtte dat twee Amerikaanse grootbanken, JP Morgan en Goldman Sachs tien jaar lang professioneel geholpen hebben om de correcte Griekse schuld- en begrotingscijfers te verdoezelen. En wie was in die periode vicevoorzitter en managing director bij Goldman Sachs International? Meneer Mario Draghi. Ondanks het gesjoemel met de Griekse cijfers – Draghi had dat moeten weten, het was welbeschouwd zijn bank – hebben Merkel, Sarkozy en de andere Europese leiders Draghi voorgedragen als nieuwe voorzitter van de Europese Centrale Bank. Kampioenen van de dubbele moraal zijn ze. Met de rechterhand steken ze foei foei foei het belerende vingertje op naar de vervalsing van de Griekse begrotingscijfers. Tegelijk deelt hun linkerhand met veel protocol een van de meest strategische Europese functies uit aan een topman van de bank die bij deze vervalsing heeft geholpen.

Lees het hele stuk op DeWereldMorgen.be