Is de tweedeling van Nederland tussen rijk en arm een feit?

1

Het aantal miljonairshuishoudens in ons land is op het hoogste punt ooit beland. De koopkracht bij de helft van de bevolking neemt af. Is de tweedeling tussen rijk en arm een feit? Hoe valt dit te rijmen, deze ongelijkheid, in een democratisch land? Gingen we niet, ooit, in principe met z’n allen vooruit naar meer welvaart, meer welzijn, voor iederéén? Zijn deze 112.000 ‘miljonairshuishoudens’ dan alvast vooruitgelopen? Of hebben we reeds de helft van de Nederlanders achtergelaten? In ieder geval lijkt het erop dat, om Shakespeare te parafraseren: Something is rotten in the state of The Netherlands!

‘Greed is good’

Het was het personage Gordon Gekko dat in de film uit 1987, Wall Street, deze uitspraak deed. Hé, bedoelde hij, rijkdom verworven door inhaligheid, grijpzucht, is niks om je voor te schamen. Tja, onethischer kan bijna niet, peinsde een weldenkend mens toen bij zichzelf. (Maar het personage, vertolkt door topacteur Michael Douglas, fascineerde wèl, toegegeven.) Natuurlijk is rijkdom, zelfs extreme welvaart, niet iets om je voor te schamen. Indien verworven door talent, kunde, ontwikkeling, soms jarenlang proberen en ijveren, ja zelfs handigheid, toeval of geluk, op eender welk maatschappelijk gebied – allemaal oké. Het is iedereen niet gegeven maar welzeker gegund. Maar wel op een aantal voorwaarden (mijn idee hoor):

  1. Je dient die rijkdom op een eerlijke, correcte manier verkregen te hebben. Dat wil zeggen zonder bewust anderen uit te buiten of het milieu te beschadigen. En natuurlijk zonder te sjoemelen met je belastingaangifte maar vrijwillig je fair share bij te dragen. Is het bijvoorbeeld voornamelijk in Nederland dat je het meest verdient, dan hoor je ook in dit land een eerlijk percentage aan belastingen te betalen.
  2. Een strikt persoonlijke opvatting, heeft met ethiek te maken en dit moet ieder voor zich van al die miljonairs maar uitmaken. Je gaat best niet met die rijkdom pronken. Dat is vulgair, roept beslist veel afkeuring op van zij die het door omstandigheden niét zo ver geschopt hebben. Je zult het ‘oud geld’ nooit zien doen. Families die vaak al generaties lang schatrijk zijn, lopen daar niet mee te koop, blijven discreet. De Nieuwe Rijken daarentegen…hmm, bij het publieke gedrag van velen onder hen kunnen ernstige vragen gesteld worden!
  3. Ook weer strikt persoonlijk hoor. Ik hou wel van het principe ‘leven en laten leven’. Dat wil ook zeggen: delen. Je tevéél, je absoluut overbodige rijkdom deel je vrijwillig ook met anderen, minder gefortuneerden. Goede doelen genoeg zou ik zeggen, en wie wat nauwlettender rondkijkt in Nederland of elders, ziet velen die wel een extraatje kunnen gebruiken, of zelfs grote nood eraan hebben. Dan is het Islamitisch principe van een tiende van je welvaart delen met anderen, wel mooi (maar passen ze het allemaal ook wel toe?) Eén op negen mensen op aarde lijdt honger, schrijft het Vlaamse weekblad Knack. Nou, dan zou mij de kaviaar en champagne bij het ontbijt toch zwaar op de maag liggen hoor, zou ik miljonair zijn…

Van generatie op generatie op…

Het lijkt tegenwoordig alsof die eind jaren tachtig van ‘greed is good’ weer helemaal terug zijn. Je ziet op televisie bijvoorbeeld haast niets anders dan programma’s waarin armen en rijken aan bod komen. Tentoongesteld worden, of zelf in de kijker gaan staan. En wij, het televisiepubliek, kijken ernaar. Met de eersten kunnen we dan – soms, en zelfs hopelijk – medelijden hebben. Wat meewarig naar kijken of zelfs meeleven (meestal zoalang het programma duurt toch.) Naar de tweeden, de rijken, kunnen we dan met een soort van bewondering, soms zelf idolatrie, opkijken. Noem ze maar op: ‘How the other half lives‘ op BBC. ‘Steenrijk, straatarm’ op SBS6.. ‘Rijk!’ van BNNVARA. . ‘Snobs en sloebers’ van NPO3. In De Volkskrant verscheen deze maand een interessant artikel over het fenomeen arm versus rijk, dat tot nadenken zou moeten stemmen. Een gegeven financiële situatie wordt meestal van generatie op generatie doorgegeven, is de conclusie. En als dat wààr is, dan is dat in se heel triest, me dunkt. Want net dàt wilden we toch met onze ‘democratie’ doorbreken, niet…?

Over de auteur

Zet de dagelijkse economische en maatschappelijke onderwerpen uiteen.