Over de 36-jarige monetaire cyclus

10

Allereerst moet je je natuurlijk afvragen wat er verstaan wordt onder een cyclus. Zelf ga ik er maar vanuit dat dit het tijdsverloop betreft tussen top- en bodemwaarde van de te onderzoeken zaak.

Veel verschillende meningen

Uiteraard zijn er veel verschillende meningen over het specifieke tijdsverloop van zo’n cyclus en die kan uiteenlopen van enkele seconden tot jaren, decennia, zelfs eeuwen of nog langer. Alles is natuurlijk afhankelijk van de data die ter beschikking staan en bovenal hun betrouwbaarheid. Aangezien dit cyclische tijdsverloop uit o.a. de astronomie (één van oudst bekende wetenschappen) voortkomt, is het ook niet verwonderlijk dat er zaken als (jaar)getijden mee in verband worden gebracht. Denk maar eens aan de Kondriatieff winter en zomer of getijden zoals eb en vloed.

Toppen en bodems

Één ding blijft overeind en dat is dat door de tijd heen er altijd weer een top en een bodem komt. Top en bodem zijn in de astronomie redelijk vaste waarden, dit in tegenstelling tot een fors aantal andere zaken, waarbij deze uitersten relatief gezien moeten worden. En ook blijft het een zaak van perceptie, waarin je deze zaken bekijkt en met elkaar vergelijkt.

Voorbeelden

Een zonnecyclus duurt ca. 11 jaar, een maancyclus ca. 29 dagen en ook over de omloopsnelheden van diverse hemellichamen zijn we ondertussen aardig op de hoogte in onze huidige tijd. Maar waren die cycli heel lang geleden ook zo? Wetenschappers buigen zich nog steeds over deze vragen en zo langzamerhand is er wel degelijk het begrip dat dit niet altijd zo was. En vaak zijn het invloeden van buitenaf die deze cycli verstoren. Hier wil ik nog wel bij aantekenen dat deze invloeden van buitenaf gezien moeten worden als invloeden waarvan wij óf het bestaan niet kenden, óf dat we ze niet ten volle begrepen. Ook de vooruitgang in berekeningsmethoden en het aanpassen van de diverse standaardmaten hebben daartoe bijgedragen. En ook niet te vergeten de ontwikkeling van rekenmethodes- en machines zoals de computers van tegenwoordig. We kunnen nu zaken meten, die vroeger totaal ondenkbaar waren, omdat onze meetmethodes en -instrumenten nu veel geavanceerder zijn.

Waarom deze inleiding?

Onlangs las ik een stuk van David Nichols dat als conclusie gaf dat goud in 2016 een belangrijke top zou neerzetten. Een mening die overigens door meerdere goeroes’s wordt gedeeld, misschien niet altijd hetzelfde jaar maar toch redelijk dichtbij. Basis hiervoor bij Nichols was een 36-jarige monetaire cyclus. En inderdaad als je zijn gedachtegang volgt en open staat hiervoor, dan zou je die conclusie kunnen trekken. Hij neemt de vorige top van goud, die in 1980 werd gezet. Wel, als je daar 36 jaar aftrekt dan kom je op 1944, Bretton Woods en daar is het nodige van bekend. Of echter de echte essentie van Bretton Woods over de rol van goud en monetaire markten voldoende bekend is durf ik noch te bevestigen, noch te ontkennen. Regelmatig duikt er nog nieuwe informatie op over wat er toen precies is afgesproken. Nog eens 36 jaar terug en je zit in 1907/8, ook een belangrijk jaar voor goud en de monetaire markten, de beruchte ‘Paniek van 1907’. Nog zo’n periode terug en we komen in 1873, de ‘Paniek van 1873’, waarin de Duitsers de prijzen van goud en zilver manipuleerden en die wereldwijd zijn weerslag vond. Nog verder terug en we zijn aanbeland in 1837, de ‘Paniek van 1837’, toen er een schuldencrisis was met tevens een hoge werkloosheid.

De conclusie van Nichols’ onderzoek

Één van de karakteristieken uit al deze hierboven benoemde crises is de wijdverspreide paniek onder de mensen dat hun geld niet langer veilig was. Deze onrust deed in die tijden bankruns ontstaan. En dat gebeurt altijd in deze fase van golfbeweging, net zoals nu weer in de Cyprus situatie. Dit is het waarschuwingssignaal voor wat er in 2016 gaat gebeuren. Cyprus is slechts de voorbode, want de werkelijke climax van deze fase in de golfbeweging zal ons pas treffen in 2016. Misschien moet deze periode uit die golfbeweging  wel de ‘bankrunfase‘ gaan heten voegt hij hier nog aan toe.

We moeten ons goed realiseren dat de financiële markten verre van de perfecte, rationele economische mechanismen zijn, zoals ons door de academici, die het voor het zeggen hebben, voorgeschoteld wordt. Waarbij een alles-overziende en al-wetende collectieve menselijke geest in staat is in alles te anticiperen en de toekomst te voorspellen.

Over de auteur

Altijd geïnteresseerd in de goud- en zilvermarkt. Artikelen vaak geschreven vanuit een historische invalshoek. Dick is in september 2016 overleden.