Eijffinger schiet uit de bocht over Bitcoin

24

bitcoinSylvester Eijffinger is een hoogleraar “financiële economie” en schreef recentelijk 2 artikelen over Bitcoin in de Metro, de grootste gratis krant van Nederland. Van iemand van zijn positie mag je verwachten dat hij zorgvuldig te werk gaat als hij een nieuw verschijnsel als Bitcoin beoordeelt. Veel Nederlanders horen sterk tegenstrijdige verhalen over Bitcoin. Het zou aan de ene kant gaan om een piramidespel, met witwassen, fraude en drugs als enige gebruikstoepassingen. Aan de andere kant worden door ander mensen de bijna kosteloze transacties wereldwijd geroemd die door de digitale valuta mogelijk worden gemaakt. Een gedegen beoordeling van een geleerd heer is dus welkom. Maar het schrijven van dhr Eijffinger in de Metro van 13 december was niet gedegen en bracht meer verwarring in omloop dan dat het wegnam. Zijn tweede artikel over Bitcoin valt uiteen in 2 delen: (1) de limiet van  21 miljoen bitcoin wordt een wassen neus genoemd en (2) het uiteenzetten van de inflatie veroorzaakt door de centrale banken, de verdediging hiervan en het advies dit maar te accepteren (“maak de borst maar nat”).

Bitcoin en de limiet van 21 miljoen

Citaat van Eijfinger:

Indien de koers van de bitcoin maar hoog genoeg is, zal het lonend zijn om meer geavanceerde computers in te zetten om het algoritme te breken en de voorraad bitcoins verder op te blazen.

Hier haalt hij 2 zaken door elkaar: de limiet van 21 miljoen en de complexe cryptografische algoritmen ter bescherming van de integriteit van de blockchain, het centrale grootboek van het Bitcoin systeem. De grens van 21 miljoen is helemaal niet moeilijk te breken. De programmeer code van Bitcoin, bevat gewoon een definitie van het maximum aantal:

static const int64 MAX_MONEY = 21000000 * COIN;

Niets is makkelijker (voor een programmeur) dan om deze ene programmeer regel aan passen en zo een variant bitcoin software te genereren die bijv 48 i.p.v. 21 miljoen coins als bovengrens heeft.  Maar de verspreiding en acceptatie van die software-variant binnen de bitcoin wereld is nog niet zo eenvoudig: het Bitcoin netwerk bestaat namelijk uit honderdduizenden vrijwillig aangesloten pc’s en het protocol, de wijze waarop deze knooppunten in het netwerk (uw computer kan overigens ook meedoen) met elkaar gegevens uitwisselen, wordt bepaald door het consensus model: een soort “meeste stemmen gelden”.  Een verhoging van de limiet van het aantal bitcoin moet dan ook door meer dan 50% van het netwerk geaccepteerd worden om effectief te worden doorgevoerd.

Meeste stemmen gelden

Dan doemt nu de vraag op waarom, in hemelsnaam, zou de meerderheid van de participanten in het netwerk een verhoging van het aantal bitcoin aanvaarden?  De waarde van de bitcoin die zij bezitten wordt hier immers mee verwaterd! Nu zou nog een aantal “delvers” (“miners”, deelnemers in het netwerk die nieuwe bitcoins genereren met speciale zware computers) op het idee kunnen komen om deze verhoging door te voeren: zij zouden aan de verkoop van verse bitcoins immers goed kunnen verdienen. (Zij hebben met hun zwaardere computers ook meer ‘stemmen’). Maar wat er dan gebeurt is een “fork”, een afsplitsing. Het ene deel van het netwerk (en ik denk de meerderheid)  kiest ervoor bij het netwerk te blijven dat vasthoudt aan de oude limiet om zo de waarde van hun investeringen te beschermen. De overigen, de pro-inflatie “delvers” zouden slechts een klein aantal andere mensen mee krijgen en een kwijnend bestaan leiden.

Inflatie, inderdaad

Het tweede deel van zijn column gaat over inflatie, financiële repressie en de te verwachten inflatie: hierop valt weinig af te dingen. Maar mensen met spaargeld hebben wel door dat negatieve reële rente de komende jaren zal heersen en zijn dus op zoek naar mogelijkheden hun spaargeld veilig te stellen. Je spaarcenten “off the grid” stallen, d.w.z. buiten het financiële systeem van banken, pensioenspaarders en andere afromers, wint hierbij aan populariteit. Bitcoin is de jongste, meest belovende en snelst groeiende manier om vermogen “off the grid”, buiten inflatoire invloeden te brengen.  Geen wonder dat velen de extreme koerswisselingen voor lief nemen en tegen de waarschuwingen van Eijffinger, Dijsselbloem en DNB in een gokje met Bitcoin wagen.

Conclusie

Hoogleraar Eijffinger had niet zo een lichtvoetig stukje moeten schrijven over Bitcoin. Dat hij niet zoveel weet van dit complexe systeem valt hem niet aan te rekenen, het is voor een niet-IT-er ook behoorlijk complex. Maar hij had natuurlijk op de universiteit een bolleboos van een IT faculteit moeten vragen mee te doen om zo samen tot een gedegen beoordeling te komen. Nu ligt er een pamflet waarvoor hij zich als wetenschapper moet schamen.

Over de auteur