Transitie in detailhandel: signalen van krimp

6

Ik let de laatste tijd vaker op de winkelstand in de verschillende steden die ik bezoek. In sommige winkelstraten zie je lege winkelpandjes en iets buiten het centrum zie je er meer. Een half jaartje later is er weinig veranderd, of het moet al zijn dat er een leeg pandje is bij gekomen. In veel steden weet men er geen raad mee. In een enkele stad zie je dat de Gemeente er naar toe werkt om bijvoorbeeld een klein winkelcentrum helemaal leeg te krijgen om daar vervolgens woningbouw te realiseren.

Gezellig naar de stad

In de oude winkelstraatjes zijn we verknocht aan de historische pandjes met bijzondere geveltjes die vaak monumentaal zijn. Een Marktplein en een Kerkplein, een Prinsengracht en een Heerengracht, allemaal ingericht volgens de ouderwetse architectuur uit de 17e en 18e eeuw. Heeft te maken met een stukje cultuur en dat willen we juist nu graag behouden in ons kleine polderlandje. Oude historische panden laten we niet zo maar wijken voor nieuwbouwwijken. Met onze cultuurfiguur zwarte Piet gaat dat anders, die wordt wel erg makkelijk getransformeerd naar een ander kleurtje.

Transitie in de retail

Gelukkig hebben we een monumentenzorg die strenge regels hanteert en het niet laat gebeuren dat we monumentale pandjes gaan veranderen naar de normen van cultuurbarbaren. Toch zijn we getuige van een heuse transitie in het hele winkelgebeuren. Winkelen maakt plaats voor online-shoppen. Vooral het koopgedrag van de jeugd heeft zich verplaatst naar de kleine schermpjes van de i- en smartphones. Thuis in de luie stoel wordt met het grootste gemak een paar schoenen of kledingstuk besteld, die vaak bij de helft van de klanten niet passen. Met hetzelfde gemak gaat de zending retour. Hoe anders is de beleving van de “winkelende” jeugd vergeleken met de winkelende senioren die met overgrote meerderheid de winkelstraatjes bevolken. Behalve dan misschien de tieners die massaal de Primark bestormen op zoek naar een strak truitje.

We gaan sluiten

Oké, tijden veranderen en we moeten er in mee. Zelfs de senior-consumenten worden door de schaarste in het winkelbestand gedwongen bepaalde artikelen via internet te bestellen. En verdomd, het scheelt vaak echt in de prijs. Het zoeken naar de goedkoopste aanbieder is met een beetje googelen een fluitje van een cent. In de stad moet je daarvoor een paar winkels bij langs. Hoewel? Dat duurt niet lang meer, de keuze wordt al minder. Straks gaan de deuren dicht bij Hudsons Bay en hoe zit het met de winstmarges bij de Bijenkorf en de Hema? De discussie steekt op hoe de toekomst van onze binnensteden er uit gaat zien. Kunnen we de stadscentra nog behouden als centrale ontmoetingsplaats? Winkelen gecombineerd met horecabezoek? Of houden we alleen de horeca over die net als de winkeliers hun omzet zien dalen door afname van het winkelend publiek.

Race naar de bodem

Is de daling van het winkelbestand nog te stoppen? Of worden we massaal gelokt door de afbraakprijzen van de online-magazijnen en zien we straks massaal het faillissement van een instortende detailhandel? De aanhoudend lage inkomensgroei van de laatste jaren wreekt zich. Consumenten zijn massaal op zoek naar de goedkoopste aanbieders. De enige winkels in onze steden waar nog rijen voor de kassa staan zijn de grote winkelketens van de Action, Primark, Ikea, enzovoort. Wat we zien is weer de bekende race naar de bodem. De kleine retailers verliezen het. Het is een langzaam proces waar we allemaal in mee gaan. Het is de massa in de samenleving die al lang onder druk staat van de repressieve maatregelen van centrale banken en rond moet komen van ingeteerde inkomens. Zelfs de ingelegde reserves bij banken en pensioenfondsen staan onder druk.

Een monetair dilemma

De inkomens- en vermogensverschraling bij de massa veroorzaakt een vernietigende concurrentie in de detailhandel. We zien de gevolgen, kijken er naar, en vervolgens blijven we zoeken naar de laagste prijzen. Het zijn de kenmerken van een deflatoir tijdperk. Centrale banken zijn gefaald in hun beleid een om inflatie op 2 procent te krijgen. Dat is puur noodzakelijk is om de alsmaar groeiende schuldenberg betaalbaar te houden. En juist dan is een inflatie van meer dan 2 procent hard nodig, maar tegelijk onwenselijk vanwege achterblijvende loonontwikkeling. Een groot monetair dilemma. Hier zien we dus twee verontrustende maatschappelijke bewegingen. Een hevige prijsconcurrentie onder retailers die de uitgeklede massa bedienen en daarnaast een toenemende (mondiale) kredietberg die met de lage rentetarieven het nog enigszins mogelijk maakt om met geleend geld naast huishoudelijke artikelen nog duurzame goederen te kopen.

Gevolgen klimaat en milieu

Voorts zien we de nare gevolgen op ons milieu en klimaat. Grauwe magazijnen en distributiecentra zijn als paddenstoelen uit de grond geschoten. Deze omranden onze steden, zelfs tegen  de natuurgebieden aan. Milieuregels wegen zwaar maar een ontsierend panorama telt nauwelijks. De ontelbare koeriersbusjes rijden af en aan in onze woonwijken en maken de files kilometers langer in de spits. Geleverde pakketten die een grote hoop milieubelastend verpakkingsmateriaal, zoals plastic, karton, enzovoort achter laten. De verlaging van de maximum snelheid zal veel koeriers parten spelen. Tijd is geld. Waarschijnlijk worden de pakjes straks op goedkope sneakers afgeleverd en beschikken de koeriers na een tijdje over een uitstekende conditie. Ach ja, gezondheid gaat boven alles toch? De beloning van de flexwerkers en ZZP’ers bij de koeriersdiensten en online-magazijnen is zeer minimaal, dan maar compenseren met een goeie conditie.

Andere tijden

Hoe we het ook wenden of keren, de transitie in de detailhandel brengt ons weinig goeds. We zoeken ons suf naar de laagste prijzen terwijl vroeger een loopje naar de kruidenier en schoenenzaak om de hoek een vaste gang was. Meestal waren we vaste klant. Nu zoeken we voornamelijk naar voordeel en verdringen we ons bij de kassa’s van de low budget-shops. Het lijkt een sport te worden om de laagste prijs te scoren. Maar in feite is het pure noodzaak in een tijdperk dat de middenklasse is uitgeknepen en met de massa op zoek moet naar de koopjes. En weer sluit ik mijn column af met de opmerking, ach ja, we leven in andere tijden.

GW

Over de auteur

Gerrit heeft het unieke vermogen om helder en zorgvuldig een uiteenzetting te geven over de economische ontwikkelingen in voornamelijk het Hollandse polderlandschap. Hij doet dat vanuit een burgerlijke nuchterheid en maatschappelijke betrokkenheid.