Was ik maar gaan beleggen

44

Dat het ongekende tijden zijn in een tijd dat we onder het juk leven van een pandemie, dat wisten we al. Niemand durft te voorspellen wat ons nog te wachten staat. Zowel op het gebied van onze gezondheid, want corona zou een tweede rondje willen geven, alsmede op het economisch vlak. Economen en virologen houden allemaal een slag om de arm. Dat is mooi makkelijk, daar kunnen we twee kanten mee op. Hoe langer ik hier commentaren schrijf, hoe vaker ik denk dat ik best econoom had kunnen worden.

Econoom, een mooi beroep

Kostte natuurlijk een paar jaartjes meer studie en daar had ik nu juist een broertje aan dood. Heb ik nu spijt van, want een econoom kan een flink inkomen ontvangen in dienst van de vele financiële instellingen die we hier in Nederland hebben. Is het niet bij een bank, verzekeraar, vermogensbeheerder, overheidsinstelling, ministerie of multinationale onderneming, ieder zichzelf respecterend bedrijf heeft graag een econoom in dienst. Het mooie van dat beroep is dat je er nooit direct uit vliegt als je een verkeerde berekening maakt. Economen houden namelijk altijd een slag om de arm. Dekken zich in voor onzekerheden in de toekomst. Mooi makkelijk, zo kan ik het ook. Het kan vriezen, het kan dooien.

Was ik maar belegger

Kijk ik nu met mijn pseudo macro-economische blik naar de huidige coronacrisis dan raak ik volledig de weg kwijt. Ik heb geleerd om te sturen op signalen uit de wijde omtrek. Niet vlak bij huis blijven maar ook ver achter de horizon kijken. Pas dan kun je een analyse maken. Wat ik ook heb geleerd is om naar de beurzen te kijken. Financiële markten reageren altijd vroegtijdig op maatschappelijke ontwikkelingen in de samenleving. Beleggers kijken verder vooruit dan de gemiddelde boekhouder. Ze zien een hoog- of laagconjunctuur eerder aankomen op basis van de signalen uit diverse sectoren die ze analyseren. Hoe moeilijk is het dan om in een tijd van stilstand ten tijde van een pandemie te verwachten dat er een economische inzinking komt? Dat er verliezen worden geleden bij zowel de grote multinationals als in het MKB. Ooit ging je als belegger daar op inspelen en geleidelijk je aandelen omzetten naar betrouwbare staatsleningen of gewoon liquide maken. Maar ja, waar moet je met je geld heen als de bank geen rente meer vergoedt of zelfs een negatieve rente berekend als je een bedrag op een deposito zet. Je maakt de laatste tijd maand weer mooie winsten met je aandelenpakket.

Alles is anders

En precies daar zit ‘m de kneep. Hier kom je op het punt dat geen enkele econoom een juiste voorspelling durft te doen. Wat is er nu aan de hand? Ooit hadden we in de jaren zestig in de schoolbanken geleerd dat speculeren op de beurs iets was voor goeie analisten. Iemand die precies aanvoelt welke kant het opgaat met de economie. Worden er winsten of verliezen geboekt door beurs genoteerde bedrijven. Bij slechte resultaten moest je verkopen en ging het geld naar de bank voor een rente van 4, 5, of 6 procent. Echter was de inflatie van ongeveer dezelfde hoogte maar het risico van grote verliezen op de beurs had je weg genomen. Nu is het anders. Nu hebben we centrale banken die een totaal ander monetair beleid voeren dan in de vorige eeuw. Nu moet je een hele goeie econoom zijn en precies op de hoogte zijn van wat monetaire beleidsmakers van plan zijn. Centrale banken hebben zich over de financiële markten ontfermd. Ze zijn een warm bad voor  beleggers in moeilijke tijden. Al voordat de coronacrisis kwam hebben centrale banken zich met hun monetair beleid stiekem als speculant gemeld op de markt. Door de renteteugels te laten vieren en met goedkoop geld beleggers tegemoet te treden. En beleggers aansporen om met geleend geld nog meer aandelen in te kopen. Hiermee de banken nog enigszins overeind houdend met hun verdiensten uit kredietverstrekking. Dit is de nieuwe economie in de 21ste eeuw die geschiedenis schrijft. De nieuwe economielessen geven straks uitleg over hoe het mis kon gaan met het monetair beleid dat er op was gericht om met ongebreidelde kredietuitgifte de economie aan de praat te houden. De tijd dat er een vicieuze geldcirkel ontstond tussen centrale banken, banken en beleggers.

Wist u dat…

Dat beleggers aandelen bleven kopen met goedkoop geleend geld. Sparen was interen geworden. Dat beleggers bleven kopen toen bedrijfswinsten kelderden door een pandemie. Dat de banken beleggers goedkoop geld bleven verstrekken doordat centrale banken de slechte leningen opkochten van de wankelende banken. Dat hierdoor banken ondanks negatieve rentetarieven toch gewoon konden bestaan. Dat hiermee is aangetoond dat alle studieboeken economie uit de vorige eeuw in de prullenbak kunnen. Dat we een nieuw monetair tijdvak ingaan van eeuwige stimulering door centrale banken. Dat slecht renderende zombiebedrijven er niet meer toe doen. Dat ze worden geholpen met staatssteun en de bank van lening. Dat hun wanbetalingen netjes worden opgevangen door de bank die er gewoon op afschrijft. Dat de bank de slechte leningen in de volgende opkoopronde van de ECB en de FED weer aanbiedt voor een zacht prijsje. Dat hiermee de balansen van centrale banken oneindig kunnen worden opgeblazen. Dat financiële markten op deze wijze vanzelf worden gered van de ondergang.

De grote tegenstelling

Maar één ding wordt vergeten. Dat is de samenleving in de verzorgingsstaat die afhankelijk is van het beleid van de regering. Een regering die zich eindeloos inspant om ondernemingen van de ondergang te redden door oneindig te lenen op de kapitaalmarkt. De staatsschuld daarmee weer torenhoog laat oplopen en parallel ook de begrotingstekorten. De regering bewandelt een andere financiële route  dan centrale banken. De overheid is afhankelijk van belastingopbrengsten van de burgers en die hebben juist in een crisistijd angst voor hun gezondheid en voor hun financiën. De vicieuze cirkel van het geld tussen overheid en burgers is nu aan krimp onderhevig. Dat in tegenstelling tot de geldcirkel tussen centrale banken en financiële markten waar de elitaire beleggers hun winsten verdelen over de nieuwe aankopen van staatsleningen en effecten. Als we het monetaire beleid van centrale banken en fiscale beleid van overheden naast elkaar zetten dan zien een sterke discrepantie.

Doolhof

De elite die wordt bevoordeeld en de massa in de samenleving die wordt benadeeld. We zien een spanning ontstaan tussen twee ballonnen. De ballon van financiële markten die opgepompt wordt door centrale banken en de ballon van de massa die leegloopt door gebrek aan lucht bij de overheid. Een spanningsveld dat zich afspeelt in de maatschappij waar burgers zien hoe de verschillen erg ver uiteen gaan lopen. Spanning zal op enig moment ontladen. Daarvoor is geen economische studie vereist. Dat is een conclusie die iedereen met een zwem- en verkeersdiploma kan trekken. Iedereen die zich weet te redden in het drukke verkeer en iedereen die zich boven water weet te houden. Iedereen die zich weet in leven te houden in een complexe maatschappij zal uiteindelijk de weg naar de uitgang van een donker doolhof weten te vinden. Op dit moment durf ik als pseudo-econoom niet in te schatten hoe groot het doolhof is. We zullen nog even moeten dwalen.

GW