Wordt een basisinkomen de nieuwe werkelijkheid?

51

Basisinkomen als pleister op de diepe wond die in Europa door veertig jaar neoliberale globalistische marktpolitiek is veroorzaakt, voldoet bij lange na niet. De beleidsmakers benaderen het probleem van groeiende inkomenstekorten en toenemende armoede vanuit het oude paradigma ‘je moet werken voor je brood’. Experimenten, zoals deze in Finland worden uitgevoerd zijn gekoppeld aan werk. Men hoopt door een basisinkomen, dat overigens vanwege het geringe bedrag dit predicaat niet verdient, mensen sneller aan het werk te krijgen. Het gaat daarbij vooral om een beoogd psychologisch effect.

De werkelijkheid is dat de werkgelegenheid in de EU al jaren onder druk staat. Door gegoochel met definities van wat werk is, lijkt het oppervlakkig beschouwd nog mee te vallen. Er is echter ook in Nederland sprake van een groei van tijdelijke contracten, parttime werk, van meer ‘zelfstandigen’ zonder of met te weinig werk en vooral van het verdwijnen van kwalitatieve werkgelegenheid, waarmee wordt bedoeld dat mensen werk vinden in een baan, waarvoor ze zijn opgeleid. De grootste economische sectoren zijn in Nederland voor de werkgelegenheid: overheid, zorg en horeca. Voor een groot deel betreft dit laaggekwalificeerde banen.

De neoliberale globalistische marktpolitiek heeft niet alleen een verschuiving teweeggebracht in de werkgelegenheid, het heeft ook tot een enorme verrijking van een relatief kleine groep geleid en tot schulden en inkomensproblemen bij het grootste deel van de rest. De banken hebben Nederland diep in de hypotheekschuld gebracht met hun uit het niets gecreëerde geld, waarover rente wordt gevraagd. Ontmaskering van dit geldscheppingsproces is kennelijk niet voldoende geweest. Het gaat nog steeds op de oude voet door en de woningprijzen worden weer opgestuwd tot hoogtes die ze onbetaalbaar maken voor een groeiend aantal gezinnen. De huren zijn in het kielzog van de woningprijzen door dit neoliberale kabinet met zijn sociaaldemocratische vazallen op een oneigenlijke manier opgedreven, waardoor de woonlasten (te) zwaar drukken op het gezinsbudget, om het even of het nu gaat om een eigen woning of om een huurhuis. Hiervan profiteren uiteindelijk zo’n 10% van de Nederlanders: zij die niet hoeven te werken voor het geld, maar het geld voor zich laten werken. Deze 10% voegt het geld dat de rest betaalt over hun schuld aan het vermogen toe. Dit vermogen groeide – exclusief de overwaarde op de eigen woning-  in twee jaar tijd (2013 en 2014) met € 75 miljard tot € 552 miljard eind 2014, terwijl het vermogen van de overige 90% met € 12 miljard afnam tot € 197 miljard eind 2014. Om nog maar te zwijgen van het vermogen dat aan het oog van de belastingdienst werd onttrokken doordat het naar belastingparadijzen werd getransporteerd. Deze cijfers illustreren dat geld voor je laten werken veel lucratiever is dan werken voor je geld. Ik zou graag de cijfers voor 2015 hieraan willen toevoegen, maar het Centraal Bureau voor de Statistiek doet er ongebruikelijk lang over om deze gegevens te publiceren… Meer op Gewoon-Nieuws.

Over de auteur

Berichten van externe websites en andere bronnen.