Crisis 2.0 in 2020 : Zelfs onze pedaalrit is anders

10

Het was fantastisch mooi weer en warm voor de tijd van het jaar. Daarom besloten wij samen ons eerste fietstochtje te maken in dit onwerkelijke jaar 2020. Mijn vrouw en ik zijn enthousiaste fietsers en trappen nog altijd zonder ondersteuning van een accu tegen de wind in. Er zitten genoeg versnellingen aan het stuur en we hebben tijd.

Ons eerste fietstochtje in 2020

Soms zoeven bejaarde ‘wielrenners’ met accufiets ons snoeihard voorbij en dan denk ik waarom die grote spoed. Heb je pensioen en dan maak je haast om snel weer thuis te zijn, alsof het verzorgingshuis op je zit te wachten. In deze vreemde tijd dat we plotseling zijn overvallen door een pandemie is ineens alles anders.

Lege terrassen

Ben je een aantal kilometers onderweg en geniet je van het prachtige voorjaarsweer, dan lijkt er ogenschijnlijk niets aan de hand. Fietsers die ons tegemoet komen groeten. Nee, geen inhalers, we hebben de sjors er goed in. Geen tegenwind, het is bijna bladstil. Hier in ons relatief coronavrije Drenthe zijn de fietsers net zo vriendelijk als andere jaren en ziet de ontluikende natuur er precies zo uit als in andere lentes. Niets aan de hand in ons nederig landje. Pas als we op onze route de eerste dorpjes zijn doorgefietst valt de betrekkelijke rust van de anders zo bedrijvige dorpsgemeenschap op. Lege terrassen en minder verkeer in het centrum. Heel bizar om te zien dat terrassen in toeristische dorpen leeg zijn. Tafels en stoelen staan uitnodigend te wachten om de vermoeide zitvlakken van fietsende toeristen te ondersteunen. Echter geen glimp van vriendelijk glimlachende serveerstertjes die mij graag een kop koffie willen uitserveren met een heerlijke appelpunt. Wat opvalt is de serene rust in het anders zo gezellig drukke dorpscentrum.

Sanitaire stop

Ineens begin ik mij zorgen te maken. Onze fietsroute zou ongeveer 45 kilometer zijn en normaal doen we dan 1 of 2 keer een terrasje aan. Eerst een bakkie koffie en later op de middag uiteraard een verdiende schuimende rakker. Natuurlijk waren we voorbereid op een anders dan anders fietstochtje en hadden een banaan en wat fris meegenomen. Maar waar zouden we onze sanitaire stop kunnen doen? Dat is altijd een moeilijke inschatting als je onderweg geen cafeetjes en kroegen kunt aandoen. In een bosrijke omgeving is het niet zo heel moeilijk om een gewillige boom te vinden die niet protesteert als er zure regen langs de onderkant van zijn stam sijpelt. Maar onze route ging niet echt door het bos en de fietspaden waren behoorlijk bezet door de oudere garde die zo nodig hun muffe huizen moesten ontvluchten.

Lastig te berekenen

Het probleem waar ik bang voor was begon ineens op te spelen. Vrouwlief kreeg hoge nood en begon te mopperen waarom ik de route niet had kunnen verleggen naar het eenzame donkere dennenbos ongeveer 5 kilometer verderop. Ja, dan ineens dringt ook het besef bij manlief door dat de wereld door corona er echt anders uitziet. Nu moet je zelfs voorafgaand aan een fietstochtje berekeningen uitvoeren en je routes aanpassen om sanitaire stops op duistere plekjes in te passen. Dat is niet zo heel eenvoudig. Het lijkt een lesje economie. Je moet met meerdere factoren rekening houden. De fietsroute moet een mooie route zijn met leuke bezienswaardigheden in een tijd dat de horeca op slot zit. Tegelijk moet je berekenen op hoeveel kilometer en op hoeveel uurtjes fietsen de hoge nood geledigd kan worden zonder het risico te lopen om gearresteerd te worden wegens schennis van de openbare orde. Het is een lastige berekening net als in de economieles. 

Die goeie ouwe tijd

Het is ongekend dat we tijdens een fietstochtje worden afgeremd in ons consumptiegedrag en zelfs de plaspauzes schematisch moeten inroosteren. Dan mogen we in een land met de mooiste fietsroutes beslist niet mopperen over de kwaliteit van ons fietspadennetwerk, maar het gemis van de horeca doet heel veel afbreuk. Wat andere jaren een leuk fietsfeestje was is veranderd in een ouderwets stoere fietstocht zoals dat vroeger ging. Gewoon bikkelen, weer of geen weer. Doortrappen zonder ondersteuning, je moest het helemaal zelf doen. Ik kreeg tijdens ons eerste pedaalritje het gevoel dat we een stuk waren terug gesmeten in de tijd. Zoals eerder onze ouders gingen fietsen met een broodtrommeltje onder de snelbinders en een beker meenamen. Die beker kon worden gevuld met water het van de pomp op de Brink in de Drentse dorpjes waar meestal wel een paar bankjes stonden opgesteld om te kunnen zitten. Een broodje pindakaas en een slok water en hupsakee weer op de pedalen. Soms was er een dorpje waar een snoepwinkel ijsjes verkocht, buiten in een vrieskist. Die goeie ouwe tijd, waarin we veel meer zelfredzaam moesten zijn dan in deze 21ste eeuw.

Kentering brengt nieuwe ideeën

Als ik nu eens kijk naar de macro-economische berekeningen van onze bankeconomen dan lijkthet er op dat die goeie ouwe tijd weer terug komt. Dat we wat eenvoudiger moeten consuminderen en wat meer op ons zelf zijn aangewezen als straks al die miljarden zijn verteerd die de overheid nu overmaakt naar de rekeningen van ondernemers en bedrijven. Als straks na de lockdowns wat minder kroegdeuren opengaan en wat minder reisjes naar verre landen worden geboekt. Hoe druk zal het volgend jaar worden op onze fietspaden? Hoeveel dixies zal Staatsbosbeheer opstellen langs de fietspaden om te voorkomen dat er massaal bekeuringen worden uitgedeeld voor wildplassen? Ach ja, andere tijden. Soms geeft de kentering in de economie een ander aanzicht aan onze samenleving. Dan blijkt de mens min of meer gedwongen vindingrijk te zijn in het ontwikkelen van nieuwe ideeën. “Elk nadeel heb z’n voordeel,” zei ooit mijn geliefde voetballer J.C.

GW