De geschiedenis van Goud

0

Goud heeft een lange geschiedenis als ruilmiddel. Dat begon in het oude Egypte, 3500 jaar geleden. Deze week stelde Wereldbank-topman Zoellick voor de gouden standaard weer in te voeren. In 1500 voor Christus werd goud het internationale ruilmiddel. Het goud uit Nubië, maakte van het oude Egypte een rijk land. 1000 jaar later werden in Lydië, in Klein Azië, de eerste gouden munten geslagen. In 1377 na Christus werd in Engeland een monetair systeem gebaseerd op goud en zilver geïintroduceerd. Via Nixon, die in 1971 noodgedwongen de koppeling van de dollar aan goud ongedaan maakte, belandden we in 2010, waar Robert Zoellick pleit voor herintroductie van de gouden standaard.

De geschiedenis van goud:

2010: De president van de Wereldbank, Robert Zoellick, stelt voor om terug te keren naar de gouden standaard. Hij vindt dat het huidige systeem van zwevende wisselkoersen aan vervanging toe is. Dit systeem is in werking sinds de instorting van het systeem van Bretton Woods van na de Tweede Wereldoorlog, waarin de dollar en andere valuta’s gekoppeld waren aan de waarde van goud.

2002: De raad van bestuur van het Gold Institute besluit om de organisatie op te heffen.

1999: De euro, een pan-Europese valuta, wordt geïntroduceerd, ondersteund door een nieuwe Europese Centrale Bank, met 15 procent van zijn reserves in goud.

1990: De Verenigde Staten worden de op een na grootste goudproducent ter wereld.

1987: De internationale aandelenmarkten dalen scherp op 19 oktober; door de volatiliteit van de markten wordt er veel meer in goud gehandeld. De World Gold Council wordt opgericht om de vraag naar goud te ondersteunen en te ontwikkelen.

1981: De Amerikaanse minister van Financiën, Donald Regan, kondigt de vorming van een goudcommissie aan ‘om aanbevelingen te doen met betrekking tot het beleid van de Amerikaanse regering inzake de rol van goud in binnenlandse en internationale monetaire systemen’.

1980: Goud bereikt op 21 januari de historische recordwaarde van 870 dollar in New York en sluit het jaar af op 591 dollar.

1978: Door de zwakke Amerikaanse dollar stijgt de interesse voor goud snel. Het Amerikaanse Congres schaft de officiële goudprijs af. Regeringen zijn vrij om op de vrije markt goud te kopen en te verkopen.

1975: De termijnhandel in goud start op de New York Commodity Exchange en op de Chicago International Monetary Market en de Chicago Board of Trade.

1974: Het is voor Amerikanen toegestaan goud te bezitten, in andere vormen dan in sieraden.

1973: Op 13 februari devalueren de Verenigde Staten de dollar opnieuw en kondigen aan de officiële goudprijs te verhogen tot 42,22 dollar per troy ounce. Het verkopen van de dollar gaat door en uiteindelijk mogen alle valuta’s vrij ‘zweven’, ongeacht de goudprijs. In juni is de marktwaarde van goud in Londen gestegen tot meer dan 120 dollar per ounce. Japan heft het verbod op het importeren van goud op.

1971: De ‘Nixon Shock’: de Amerikaanse president Nixon maakt een einde aan de koppeling van de dollar met goud, zoals die was ingesteld met het akkoord van Bretton Woods. De dollar werd de enige dekking van valuta’s en een reservevaluta voor de lidstaten.

Op 15 augustus beëindigen de Verenigde Staten alle handel in goud, zodat dollars die buitenlandse overheden bezaten niet meer in goud konden worden omgezet. In december wordt in Washington het Smithsonian Agreement getekend, waarbij de dollar wordt gedevalueerd door de officiële goudprijs te verhogen tot 38 dollar per troy ounce.

1968: De goudmarkt van Londen sluit twee weken na een plotselinge toename van de vraag naar goud. De directie van de London Gold Pool kondigt aan dat ze niet langer goud zullen verhandelen op de vrije markt.

Er ontstaat een prijssysteem in twee fases: officiële transacties tussen monetaire autoriteiten worden uitgevoerd tegen een vaste prijs van 35 dollar per troy ounce, en andere transacties worden uitgevoerd tegen een fluctuerende marktprijs. De Amerikaanse Munt maakt een einde aan het beleid van aan- en verkoop van goud door degenen die daartoe bevoegd waren door het Amerikaanse ministerie van Financiën. Dollarbiljetten worden niet meer gedekt door goud.

1961: Het wordt Amerikanen verboden in binnen- of buitenland goud te bezitten. De centrale banken van België, Frankrijk, Italië, Nederland, Zwitserland, West-Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten vormen de London Gold Pool en komen overeen een aan- en verkoopprijs overeen van 35,0875 dollar per ons.

1954: De Londense goudmarkt, die in het begin van de Tweede Wereldoorlog gesloten was, wordt heropend.

1945: De dekking door goud van dollarbiljetten wordt teruggebracht met 25,5 procent.

1945: Het akkoord van Bretton Woods, geratificeerd door het Amerikaanse Congres in 1945, roept de gouden standaard in het leven plus twee internationale organisaties, het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank. De nieuwe standaard stelt pariteitswaarden in voor valuta’s met betrekking tot goud en verplicht de lidstaten buitenlandse officiële deelnemingen van hun valuta in goud om te zetten tegen die pariteitswaarden.

Het systeem werd opgezet om de wederopbouw van de internationale economie na de Tweede Wereldoorlog te bevorderen. Belangrijkste punt was dat elk land een monetair beleid moest vormen waarin de wisselkoers van zijn valuta binnen een vastgestelde bandbreedte bleef (plus of min één procent met uitgedrukt tot goud).

1942: President Franklin D. Roosevelt schrijft een verordening uit waarmee alle goudmijnen in de Verenigde Staten worden gesloten.

1934: De Gold Reserve Act van 1934 geeft de regering het permanente recht op al het monetaire goud en beëindigt het slaan van gouden munten. Goudcertificaten mogen alleen nog gehouden worden door de Federal Reserve-banken, waardoor de Verenigde Staten een beperkte gouden standaard krijgen, waarbij het omruilen in goud is beperkt tot dollars die in bezit zijn van buitenlandse centrale banken en bevoegde privégebruikers. President Roosevelt devalueert de dollar door de goudprijs te verhogen tot 35 dollar per ons.

1933: Om de bankpaniek te verkleinen verbiedt president Franklin D. Roosevelt het privébezit van gouden munten, goudstaven en goudcertificaten.

1931: Groot-Brittannië laat de gouden standaard los.

1929: Financiële crisis, de krach van Wall Street.

1925: Groot-Brittannië introduceert de gouden standaard opnieuw. Valuta kunnen worden ingeruild voor goudstaven van 400 ounce, maar er komen geen gouden munten in omloop.

1914-1919: Tijdens de Eerste Wereldoorlog laten meerdere landen, waaronder de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, hun strikte gouden standaard op.

1913: Volgens de Federal Reserve Act moeten dollarbiljetten voor 40 procent vertegenwoordigd worden door goud.

1900: De Amerikaanse Gold Standard Act stelt officieel de gouden standaard in, waardoor de Verenigde Staten gehouden worden aan een vaste wisselkoers tegenover andere landen die de gouden standaard toepassen. Dit duurde tot 1919, toen de Verenigde Staten en Groot-Brittannië ten gevolge van de Eerste Wereldoorlog gedwongen waren deze op te heffen.

1873: Als gevolg van een aantal herzieningen van muntwetten wordt zilver geschrapt als waardestandaard en nemen de Verenigde Staten een officieuze gouden standaard aan.

1848: Als James Marshall bij het bouwen van een zaagmolen goudsplinters vindt, breekt in Californië een goudkoorts uit.

1837: Het gewicht van het goud in een Amerikaanse dollar wordt verlaagd naar 23,22 grain, zodat één troy ounce goud 20,67 dollar waard wordt.

1817: Groot-Brittannië introduceert de sovereign, een kleine gouden munt die één pond sterling waard is.

1816: Groot-Brittannië verbindt het pond officieel aan een bepaalde hoeveelheid goud, waartegen de Britse munt ingewisseld kan worden.

1804-1828: North Carolina levert al het binnenlandse goud dat de Amerikaanse Munt in Philadelphia gebruikt om munten van te slaan.

1803: In Little Meadow Creek in North Carolina wordt goud ontdekt, waardoor de eerste Amerikaanse goudkoorts uitbreekt.

1799: In Cabarrus County in North Carolina wordt een goudklomp van 7,7 kilo gevonden, de eerste geregistreerde goudvondst in de Verenigde Staten.

1792: Met de Coinage Act krijgen de Verenigde Staten een zilver- en goud-standaard en krijgt de dollar een waarde van 24,75 grain goud en 371,25 grain zilver.

1787: De eerste gouden munt in de Verenigde Staten wordt geslagen door goudsmid Ephraim Brasher.

1700: In Brazilië wordt goud ontdekt, en in 1720 is het land de grootste goudleverancier, met bijna twee derde van de wereldproductie. Muntmeester Isaac Newton stelt de goudprijs in Engeland vast op 84 shilling en 11,5 pence per troy ounce. De Royal Commission, die bestaat uit Newton, John Locke en Lord Somers, beveelt aan alle oude valuta’s terug te roepen en een nieuwe munt uit te brengen met een goud/zilververhouding van 16:1. Op deze wijze wordt voor de komende 200 jaar de goudprijs vastgesteld.

1377: Engeland gaat over op een monetair systeem op basis van goud en zilver.

1284: Engeland brengt zijn eerste gouden munt uit, de florijn. Deze werd kort daarna gevolgd door de nobel, de kroon en de guinje. Venetië introduceert de gouden dukaat, die de populairste munt ter wereld wordt en dat vijf eeuwen zal blijven.

1066 n.Chr.: Met de Normandische verovering komt er eindelijk een metalen- muntsysteem in Engeland met de introductie van ponden, shillings en pence. Het pond is letterlijk een pond sterling zilver.

50 v.Chr.: De Romeinen slaan een gouden munt, de aureus.

560 v.Chr.: De eerste munten die alleen van goud gemaakt zijn, worden geslagen in Lydië, een koninkrijk in Klein-Azië.

1091 v.Chr.: In China worden kleine vierkante goudstukjes ingevoerd als wettig betaalmiddel.

1500 v.Chr.: Goud wordt erkend als standaard-ruilmiddel voor de internationale handel wanneer de immense goudrijke gebieden in Nubië Egypte een rijk land maken. Het oude Egypte laat een rijke erfenis aan goud achter.

Via: RTL Z

Lees meer: http://goudportal.nl/?item=1012

Goud heeft een lange geschiedenis als ruilmiddel. Dat begon in het oude Egypte, 3500 jaar geleden. Deze week stelde Wereldbank-topman Zoellick voor de gouden standaard weer in te voeren. In 1500 voor Christus werd goud het internationale ruilmiddel. Het goud uit Nubië, maakte van het oude Egypte een rijk land. 1000 jaar later werden in Lydië, in Klein Azië, de eerste gouden munten geslagen. In 1377 na Christus werd in Engeland een monetair systeem gebaseerd op goud en zilver geïintroduceerd. Via Nixon, die in 1971 noodgedwongen de koppeling van de dollar aan goud ongedaan maakte, belandden we in 2010, waar Robert Zoellick pleit voor herintroductie van de gouden standaard.

De geschiedenis van goud:

2010: De president van de Wereldbank, Robert Zoellick, stelt voor om terug te keren naar de gouden standaard. Hij vindt dat het huidige systeem van zwevende wisselkoersen aan vervanging toe is. Dit systeem is in werking sinds de instorting van het systeem van Bretton Woods van na de Tweede Wereldoorlog, waarin de dollar en andere valuta’s gekoppeld waren aan de waarde van goud.

2002: De raad van bestuur van het Gold Institute besluit om de organisatie op te heffen.

1999: De euro, een pan-Europese valuta, wordt geïntroduceerd, ondersteund door een nieuwe Europese Centrale Bank, met 15 procent van zijn reserves in goud.

1990: De Verenigde Staten worden de op een na grootste goudproducent ter wereld.

1987: De internationale aandelenmarkten dalen scherp op 19 oktober; door de volatiliteit van de markten wordt er veel meer in goud gehandeld. De World Gold Council wordt opgericht om de vraag naar goud te ondersteunen en te ontwikkelen.

1981: De Amerikaanse minister van Financiën, Donald Regan, kondigt de vorming van een goudcommissie aan ‘om aanbevelingen te doen met betrekking tot het beleid van de Amerikaanse regering inzake de rol van goud in binnenlandse en internationale monetaire systemen’.

1980: Goud bereikt op 21 januari de historische recordwaarde van 870 dollar in New York en sluit het jaar af op 591 dollar.

1978: Door de zwakke Amerikaanse dollar stijgt de interesse voor goud snel. Het Amerikaanse Congres schaft de officiële goudprijs af. Regeringen zijn vrij om op de vrije markt goud te kopen en te verkopen.

1975: De termijnhandel in goud start op de New York Commodity Exchange en op de Chicago International Monetary Market en de Chicago Board of Trade.

1974: Het is voor Amerikanen toegestaan goud te bezitten, in andere vormen dan in sieraden.

1973: Op 13 februari devalueren de Verenigde Staten de dollar opnieuw en kondigen aan de officiële goudprijs te verhogen tot 42,22 dollar per troy ounce. Het verkopen van de dollar gaat door en uiteindelijk mogen alle valuta’s vrij ‘zweven’, ongeacht de goudprijs. In juni is de marktwaarde van goud in Londen gestegen tot meer dan 120 dollar per ounce. Japan heft het verbod op het importeren van goud op.

1971: De ‘Nixon Shock’: de Amerikaanse president Nixon maakt een einde aan de koppeling van de dollar met goud, zoals die was ingesteld met het akkoord van Bretton Woods. De dollar werd de enige dekking van valuta’s en een reservevaluta voor de lidstaten.

Op 15 augustus beëindigen de Verenigde Staten alle handel in goud, zodat dollars die buitenlandse overheden bezaten niet meer in goud konden worden omgezet. In december wordt in Washington het Smithsonian Agreement getekend, waarbij de dollar wordt gedevalueerd door de officiële goudprijs te verhogen tot 38 dollar per troy ounce.

1968: De goudmarkt van Londen sluit twee weken na een plotselinge toename van de vraag naar goud. De directie van de London Gold Pool kondigt aan dat ze niet langer goud zullen verhandelen op de vrije markt.

Er ontstaat een prijssysteem in twee fases: officiële transacties tussen monetaire autoriteiten worden uitgevoerd tegen een vaste prijs van 35 dollar per troy ounce, en andere transacties worden uitgevoerd tegen een fluctuerende marktprijs. De Amerikaanse Munt maakt een einde aan het beleid van aan- en verkoop van goud door degenen die daartoe bevoegd waren door het Amerikaanse ministerie van Financiën. Dollarbiljetten worden niet meer gedekt door goud.

1961: Het wordt Amerikanen verboden in binnen- of buitenland goud te bezitten. De centrale banken van België, Frankrijk, Italië, Nederland, Zwitserland, West-Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten vormen de London Gold Pool en komen overeen een aan- en verkoopprijs overeen van 35,0875 dollar per ons.

1954: De Londense goudmarkt, die in het begin van de Tweede Wereldoorlog gesloten was, wordt heropend.

1945: De dekking door goud van dollarbiljetten wordt teruggebracht met 25,5 procent.

1945: Het akkoord van Bretton Woods, geratificeerd door het Amerikaanse Congres in 1945, roept de gouden standaard in het leven plus twee internationale organisaties, het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank. De nieuwe standaard stelt pariteitswaarden in voor valuta’s met betrekking tot goud en verplicht de lidstaten buitenlandse officiële deelnemingen van hun valuta in goud om te zetten tegen die pariteitswaarden.

Het systeem werd opgezet om de wederopbouw van de internationale economie na de Tweede Wereldoorlog te bevorderen. Belangrijkste punt was dat elk land een monetair beleid moest vormen waarin de wisselkoers van zijn valuta binnen een vastgestelde bandbreedte bleef (plus of min één procent met uitgedrukt tot goud).

1942: President Franklin D. Roosevelt schrijft een verordening uit waarmee alle goudmijnen in de Verenigde Staten worden gesloten.

1934: De Gold Reserve Act van 1934 geeft de regering het permanente recht op al het monetaire goud en beëindigt het slaan van gouden munten. Goudcertificaten mogen alleen nog gehouden worden door de Federal Reserve-banken, waardoor de Verenigde Staten een beperkte gouden standaard krijgen, waarbij het omruilen in goud is beperkt tot dollars die in bezit zijn van buitenlandse centrale banken en bevoegde privégebruikers. President Roosevelt devalueert de dollar door de goudprijs te verhogen tot 35 dollar per ons.

1933: Om de bankpaniek te verkleinen verbiedt president Franklin D. Roosevelt het privébezit van gouden munten, goudstaven en goudcertificaten.

1931: Groot-Brittannië laat de gouden standaard los.

1929: Financiële crisis, de krach van Wall Street.

1925: Groot-Brittannië introduceert de gouden standaard opnieuw. Valuta kunnen worden ingeruild voor goudstaven van 400 ounce, maar er komen geen gouden munten in omloop.

1914-1919: Tijdens de Eerste Wereldoorlog laten meerdere landen, waaronder de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, hun strikte gouden standaard op.

1913: Volgens de Federal Reserve Act moeten dollarbiljetten voor 40 procent vertegenwoordigd worden door goud.

1900: De Amerikaanse Gold Standard Act stelt officieel de gouden standaard in, waardoor de Verenigde Staten gehouden worden aan een vaste wisselkoers tegenover andere landen die de gouden standaard toepassen. Dit duurde tot 1919, toen de Verenigde Staten en Groot-Brittannië ten gevolge van de Eerste Wereldoorlog gedwongen waren deze op te heffen.

1873: Als gevolg van een aantal herzieningen van muntwetten wordt zilver geschrapt als waardestandaard en nemen de Verenigde Staten een officieuze gouden standaard aan.

1848: Als James Marshall bij het bouwen van een zaagmolen goudsplinters vindt, breekt in Californië een goudkoorts uit.

1837: Het gewicht van het goud in een Amerikaanse dollar wordt verlaagd naar 23,22 grain, zodat één troy ounce goud 20,67 dollar waard wordt.

1817: Groot-Brittannië introduceert de sovereign, een kleine gouden munt die één pond sterling waard is.

1816: Groot-Brittannië verbindt het pond officieel aan een bepaalde hoeveelheid goud, waartegen de Britse munt ingewisseld kan worden.

1804-1828: North Carolina levert al het binnenlandse goud dat de Amerikaanse Munt in Philadelphia gebruikt om munten van te slaan.

1803: In Little Meadow Creek in North Carolina wordt goud ontdekt, waardoor de eerste Amerikaanse goudkoorts uitbreekt.

1799: In Cabarrus County in North Carolina wordt een goudklomp van 7,7 kilo gevonden, de eerste geregistreerde goudvondst in de Verenigde Staten.

1792: Met de Coinage Act krijgen de Verenigde Staten een zilver- en goud-standaard en krijgt de dollar een waarde van 24,75 grain goud en 371,25 grain zilver.

1787: De eerste gouden munt in de Verenigde Staten wordt geslagen door goudsmid Ephraim Brasher.

1700: In Brazilië wordt goud ontdekt, en in 1720 is het land de grootste goudleverancier, met bijna twee derde van de wereldproductie. Muntmeester Isaac Newton stelt de goudprijs in Engeland vast op 84 shilling en 11,5 pence per troy ounce. De Royal Commission, die bestaat uit Newton, John Locke en Lord Somers, beveelt aan alle oude valuta’s terug te roepen en een nieuwe munt uit te brengen met een goud/zilververhouding van 16:1. Op deze wijze wordt voor de komende 200 jaar de goudprijs vastgesteld.

1377: Engeland gaat over op een monetair systeem op basis van goud en zilver.

1284: Engeland brengt zijn eerste gouden munt uit, de florijn. Deze werd kort daarna gevolgd door de nobel, de kroon en de guinje. Venetië introduceert de gouden dukaat, die de populairste munt ter wereld wordt en dat vijf eeuwen zal blijven.

1066 n.Chr.: Met de Normandische verovering komt er eindelijk een metalen- muntsysteem in Engeland met de introductie van ponden, shillings en pence. Het pond is letterlijk een pond sterling zilver.

50 v.Chr.: De Romeinen slaan een gouden munt, de aureus.

560 v.Chr.: De eerste munten die alleen van goud gemaakt zijn, worden geslagen in Lydië, een koninkrijk in Klein-Azië.

1091 v.Chr.: In China worden kleine vierkante goudstukjes ingevoerd als wettig betaalmiddel.

1500 v.Chr.: Goud wordt erkend als standaard-ruilmiddel voor de internationale handel wanneer de immense goudrijke gebieden in Nubië Egypte een rijk land maken. Het oude Egypte laat een rijke erfenis aan goud achter.

Via: RTL Z