De onverziene gevolgen van geldcreatie

0

Steeds meer economen maken zich zorgen over de massale geldcreatie van de Federal Reserve en andere centrale banken. De centrale banken printen geld om de crisis te bestrijden. Er zijn altijd onvoorziene gevolgen die niet bekend zijn. Quantitative Easing zorgt niet alleen voor de devaluatie van de munt, het leidt ook tot bubbels in diverse activa en vernietigt de onderste laag van de bevolking. Gevolgen zijn sociale en politieke spanningen.

Eens een centrale bank begint te printen is er geen weg terug. De eerste keer heeft het een grote impact, maar deze verdwijnt naarmate er meer en meer geprint wordt. Daarom is er ook steeds meer en meer geld nodig om hetzelfde effect te bewerkstelligen. Je kan dit verglijken met een junk zijn eerste shot, dat is fantastisch. Daarna gaat hij hopeloos op zoek naar het effect (de roes) van de eerste keer, waardoor hij steeds drastischere dingen uitprobeert. Totdat het lichaam van de junk bezwijkt.

Op korte termijn heeft QE een goede werking. Aandelen stijgen en intresten (ofwel rentes) dalen. Bedrijven kunnen zo goedkoop lenen en obligaties uitgeven. Maar wat de unintended consequences zullen zijn op de lange termijn is nog onbekend. Nog nooit werden met zulke bedragen gegoocheld op globale schaal. Wat wel al bekend is, is dat het lagere deel (de middenklasse en de armen van de bevolking) het hardst getroffen wordt door kwantitatieve versoepeling. Deze symptomen tekenen zich nu al af.

QE zorgt voor prijsinflatie van levensnoodzakelijke goederen als voedsel en energie (biflatie raakt in stroomversnelling door QE). De middenklasse en de armen hebben ook weinig opties om hun geld te beleggen. Meestal blijft dit bij spaarrekeningen waar de rente minder opbrengt dan algemene inflatie. Zij profiteren dus niet van stijgende beurskoersen. Daarnaast spenderen zij een groot deel van hun budget aan voedsel en brandstoffen, waardoor de persoonlijke inflatie nog veel hoger ligt. De welvaartskloof wordt dus alleen maar groter door Quantitative Easing van de centrale banken.

Ronald Hendrickx (Fininfo-be)

Over de auteur