Druk op De Nederlandsche Bank neemt toe

2

Uit de brief die de minister van Financiën, Jeroen Dijsselbloem, heeft gestuurd naar de kamer blijkt dat de Nederlandsche Bank traag heeft gereageerd op de signalen, aangaande de manipulatie van de LIBOR én de EURIBOR rentetarieven door de Rabobank, die vanuit het buitenland gedurende een periode van een aantal jaar binnenkwamen.

rabobank manipulatie DNB Libor

T.r.a.a.g.

De Nederlandsche Bank “heeft vanaf het najaar 2011 voorbereidingen getroffen en is in januari 2012 een onderzoek gestart naar de beheerste en integere bedrijfsvoering ten aanzien van het LIBOR en EURIBOR contributieproces,” aldus de brief van de minister naar de kamer. Een aantal Kamerleden vindt dat deze reactie van de Nederlandsche Bank te langzaam is en wil nu opheldering van de minister, die ook zich afvraagt of de Nederlandsche Bank niet eerder een onderzoek had moeten starten, zo blijkt uit de brief.

Lowballing

De eerste signalen over de vermeende manipulatie van de LIBOR kwamen in 2008 toen de Bank of International Settlements in een rapport de gevoeligheden rondom de vaststelling van de LIBOR aan de kaak stelde. Ook de Wall Street Journal besteedde aandacht aan het probleem. Het gaat hier om het zogeheten ‘lowballing’. Dat is het doorgeven van lagere contributies dan de werkelijke leenrentes van de bank zodat er een positiever beeld ontstaat ten aanzien van de liquiditeitspositie van de bank.

Verkeerde inzichten

Volgens de minister zag de Nederlandsche bank geen aanleiding om een eigen onderzoek te starten omdat “de liquiditeitspositie van de Rabobank en de mate waarin de Rabobank gelden kon aantrekken, geen aanleiding [vormden]om te veronderstellen dat de Rabobank belang zou hebben bij lowballing.” Daarnaast zegt de minister dat de toezichtprioriteiten van de Nederlandsche Bank in die periode van het uitbreken van de Kredietcrisis lag op het waarborgen van de stabiliteit van het financiële systeem.

Opmerkelijke feiten

Dan volgt er iets opmerkelijks in de brief van de minister, want de Nederlandsche Bank concludeert in hun eigen onderzoek “dat de Rabobank zelf wel al in 2008 had moeten acteren, is gelegen in het feit dat de Rabobank op de hoogte was of had moeten zijn van een combinatie van interne signalen (…) en externe aandacht voor manipulatiemogelijkheden (…). Dit is opmerkelijk, want binnen de Rabobank is er altijd door het bestuur ontkend dat ze enige betrokkenheid of wetenschap hadden van de illegale praktijken die zich voordeden binnen de bank. Als het bestuur daadwerkelijk niet op de hoogte was, dan hadden ze dat wel moeten zijn volgens de Nederlandse Bank, want er waren immers genoeg signalen.

Onderzoeken

Dan meldt de Rabobank in 2010 aan de Nederlandsche Bank dat de CFTC, de Amerikaanse financiële toezichthouder, een verzoek heeft gedaan aan de Rabobank om informatie en dat er mogelijk sprake is van manipulatie van de USD LIBOR. De Nederlandse Bank ziet dan ook geen reden om zelf iets te ondernemen en wacht het onderzoek van de CFTC af. Vanaf april 2011 dienen er andere buitenlandse toezichthouders en autoriteiten verzoeken in bij de Rabobank om informatie en onderzoek. De Nederlandsche Bank liet zich steeds informeren over de voortgang van deze onderzoeken en vanaf juni 2011 “bleek in toenemende mate dat er sprake was van (pogingen tot) manipulatie op grotere schaal en voor meerdere LIBOR valuta,” aldus blijkt uit de brief.

DNB was op de hoogte

Vanaf augustus 2011 wordt er dan opgetreden door De Nederlandsche Bank door een onderzoek voor te bereiden, die pas in januari 2012 daadwerkelijk van start gaat. Uit dat rapport concludeert de Nederlandsche bank dus dat de Rabobank op de hoogte had moeten zijn vanwege allerlei signalen en de aandacht die er ontstond. Het is opmerkelijke conclusie, als men deze redenering erop nahoudt, dan geldt deze natuurlijk ook voor de Nederlandse Bank, want ook zij waren op de hoogte van de signalen en deden vooralsnog helemaal niets.

Over de auteur

Studeert geschiedenis aan de Universiteit van Groningen. Geïnteresseerd in economische theorie, financiële markten en geopolitieke ontwikkelingen.