Is de euro de oorzaak van het Nederlandse pensioendebacle?

14

De grote vraag die ik in deze column opwerp is wanneer onze gepensioneerden in opstand komen. Het is bedroevend om te vernemen dat in onze moderne verzorgingsstaat de oudere gepensioneerden niet meer rondkomen met hun kleine pensioentje. Vooral de senioren met een leeftijd van ruim boven de 70 hebben vaak een lager pensioen dan de ‘jong-gepensioneerden.’ Dat komt doordat na de 2e Wereldoorlog met de wederopbouw een nieuw tijdperk van economische groei aanbrak waarin werknemers in staat waren een bijdrage te storten in de pensioenfondsen die flink meeliftten op de nieuwe welvaart van na de oorlog. Vanaf de jaren zestig tot aan het einde van 20ste eeuw konden veel werknemers profijt halen uit langdurige arbeidscontracten. Niet alle werknemers natuurlijk. Bij de overstap naar een andere werkgever was er soms sprake van pensioenbreuk als de inleg niet meegenomen kon worden naar een ander pensioenfonds. Kleine pensioentjes werden vaak afgekocht. Eind vorige eeuw is dat beter geregeld en kan in principe alle opgebouwde pensioen overgedragen worden. De pensioenkaders zijn aanzienlijk verbeterd, maar wat blijkt nu anno 2019? De afbraak van het opgebouwde pensioen raakt in een stroomversnelling.

eug

Negatieve stemming pensioenoverleg

Nu we in deze 21-ste eeuw een stuk gezonder leven hebben we de “pech” dat de gemiddelde leeftijd flink oploopt. Burgemeesters lopen zich het vuur uit de sloffen om weer bij een eeuweling aan te bellen om een bloemetje af te geven. Ik heb al een mailtje verzonden naar mijn burgervader om over 34 jaar een uurtje vrij te maken in zijn agenda. Onze langere houdbaarheidsdatum gooit behoorlijk wat roet in het eten wat betreft de betaalbaarheid van onze pensioenen. Het lijkt dan vrij logisch om de pensioenleeftijd omhoog te duwen. Deze maatschappelijke discussie gaat nu flink opspelen omdat in het pensioenoverleg geen overeenstemming kon worden bereikt over de oplopende pensioenleeftijd. De zware beroepen zouden moeten worden uitgezonderd en dat schijnt moeilijk te liggen in het overleg tussen regering, werknemers en vakbonden. Daarnaast is er een grote ongelijkheid in EU-verband. Als we kijken naar de zuidelijke lidstaten waar een lagere pensioenleeftijd geldt. Hoezo één Europese Unie met zoveel verschil in rechten en plichten, vragen veel werknemers zich af. En wat te denken van de lage rente die wordt opgelegd door het beleid van centrale banken die een extreem lage rente hanteren. Pensioenfondsen zijn verplicht de lage rente als rekenrente te gebruiken in hun dekkingsgraad. Kortom, er is sprake van meerdere negatieve factoren die onze pensioenen aantasten.

Pensioenpremie omhoog of aanspraak omlaag

Onlangs heeft minister Koolmees er een schepje bovenop gedaan door bekend te maken dat een bevriezing van de AOW-leeftijd op 66 jaar in feite onbetaalbaar is omdat dan de pensioenpremie met 10 tot 15 procent omhoog moet. Wanneer een hogere premie onbespreekbaar is dan zou de pensioenaanspraak een flink stuk omlaag moeten. Dat is kiezen tussen twee kwaden. Je zou ook de werknemers en werkgevers hiermee kunnen ontlasten door gewoon de AOW-uitkering vanaf 66 jaar in te laten gaan en gelijk te verhogen ter compensatie van de bevroren pensioenen. Dat is niet gering en gaat gaat miljarden kosten terwijl de premies daarvoor door de gehele Nederlandse bevolking betaald worden. De premieheffing voor de AOW is een verplichte volksverzekering en worden ingehouden via de loonheffing of betaald via de aanslag inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen. Gezien de huidige precaire situatie kan de overheid i.p.v. een premiestijging een deel van de AOW financieren via de kapitaalmarkt. (Kom verder in mijn column daarop terug). Omdat een pensioenakkoord nog ver weg lijkt is mijn conclusie dat we aan het einde zijn van ons welvaartsvaste pensioenstelsel. Naar de huidige maatstaven is dit stelsel onhoudbaar in een sociale verzorgingsstaat gebouwd op een kredietberg.

Senioren die niet rondkomen

De grote vraag is nu hoe we de pijn gaan verdelen. Het vervelende is dat veel pensioenen al jaren niet geïndexeerd zijn. Vanaf de recessie 2009/2012 zijn de pensioenen achter gaan lopen bij de prijsinflatie. Veel pensioenen staan al 10 jaar op hetzelfde bedrag. De regering heeft als compensatie nog wel de AOW wat mee laten stijgen met de inflatie maar het is een keihard feit dat veel senioren met een laag pensioentje niet rond komen. Juist op wat hogere leeftijd leven veel bejaarden een terug getrokken bestaan en durven uit valse schaamte niet te roepen dat ze niet of nauwelijks nog rondkomen. Vergeet niet de hoge zorgkosten die automatisch opkomen op hogere leeftijd. Heel veel bejaarden betalen hun eigen risico in maandelijkse termijnen. Hoe bedroevend is dat?

Verzorgingsstaat in staat van ontbinding

In ons kleine kikkerlandje is jarenlang geroepen dat wij het beste pensioenstelsel ter wereld hadden. Dat lijkt mooi maar is een pure noodzaak in een welvaartsstaat waar we ons op de borst kloppen dat we ook de beste sociale verzorgingsstaat op onze aardkloot hebben. Maar daar hangt een prijskaartje aan. We weten allemaal dat onze zorgsector door de vergrijzing onder grote druk staat en al een tijdje niet meer in staat is om zorg op maat te leveren. Zelfs de kwaliteit gaat achteruit. Ouderen moeten veel langer thuis verzorgd worden en over 10 jaar is er een tekort in de thuiszorg van vele tienduizenden banen. Hoe zorgelijk is dat? Onze verzorgingsstaat verkeert in een staat van ontbinding. Wat gaan we daar aan doen in deze 21ste eeuw, waar straks alle nadruk ligt op de financiering van ongeveer 600 klimaatdoelen. Terwijl de gevolgen van de hogere energierekening nu al de gemoederen flink doet oplopen. Ik word er kregelig van om in alle nuchterheid te constateren dat we niet meer in staat zijn om alle doelstellingen die een verzorgingsstaat vereist na te komen. De moderne verzorgingsstaat is niet meer te financieren. De senioren doen al enige tijd aan consuminderen, daar komt nog een stukje ontzorgen bij.

Zonder de euro water we beter af

Nog niet zo lang geleden, in de 20ste eeuw, kon de rijksbegroting opgehoogd worden met bijvoorbeeld 10 tot 20 miljard om de verzorgingsstaat met diverse maatregelen op peil te houden. Als de regeringscoalitie daartoe een voorstel deed en de 2e en 1e Kamer akkoord gingen was het klaar. Nou ja, het begrotingstekort moest natuurlijk gefinancierd worden. Geen probleem, gewoon lenen op de kapitaalmarkt. De staatsleningen werden gretig afgenomen door institutionele beleggers, waaronder de grote pensioenfondsen. De rente op obligaties was toen met gemak een procent of vier. Nu slechts 0,2 procent op een tienjarige staatslening. Op deze wijze lieten wij toen de staatsschuld oplopen. Aflossen was van later zorg. Maar ja, in 1993 kwam de EU. Lidstaten moesten zich houden aan begrotingsafspraken en begrotingstekorten mochten niet uit de klauw lopen. 3 Procent overschrijding was het maximum. In de beginfase van de EU hielden echter de grote landen Frankrijk en Duitsland zich niet aan de afspraken. Kennelijk gold het recht van de sterkste. In deze 21ste eeuw echter kan Nederland het vergeten om het begrotingstekort flink op te laten oplopen. Sowieso willen wij dat niet als beste jongetje van de klas als het gaat om de staatshuishouding. Je wordt nu net als Italië stevig op de vingers getikt. Dat is het nadeel wanneer je met 28 lidstaten in eenzelfde muntunie zit .

Devalueren?

Als het financieel even wat tegenzit kun je nu niet bijvoorbeeld je eigen munt laten devalueren t.o.v. de valuta van omliggende landen. Met het voordeel van goedkopere export en daardoor een groeiend BBP kon je dan het financieringstekort over een jaartje of wat ombuigen naar een overschot en daarmee de opgelopen staatsschuld later aflossen. Na een paar jaar was Jantje weer boven Pietje. Wanneer dit geen duidelijk voorbeeld is van de nadelen die we ondervinden van een muntunie, die een lidstaat flink kan beperken in zijn financiële bewegingsvrijheid, dan weet ik het niet meer.

Oplossing: uit de euro?

Dat ik geen voorstander ben van de euro-muntunie in de huidige vorm is wel bekend. Ik durf te stellen dat we onze pensioenproblemen kunnen opvangen met een hogere AOW-uitkering en tegelijk een lagere AOW-leeftijd. We moeten dan tijdelijk ons financieringstekort en parallel de staatsschuld laten oplopen. Ooit konden we ter compensatie  van teveel schuld onze gulden laten devalueren t.o.v. de mark en de franc enzovoort. Dat was dan jammer voor de NL-vakantiegangers die bij de grens wat minder Franse francs in hun handje kregen, maar andersom beter voor ons toerisme omdat veel meer Duitsers een bezoekje komen brengen aan de goedkope Costa’s aan de Noordzee. Een buitenlandse vakantie wordt op deze manier afgeremd zodat meer Nederlanders hun vakantiegeld uitgeven in eigen land. Scheelt wat aso-vliegreizen en door de opwarming van ons klimaat zijn onze badplaatsen een prima alternatief. En voor een rondleiding door ons mooie Drenthe houd ik mij als gids aanbevolen. En onze expediteurs zouden het met de goedkope gulden maar wat druk hebben met al die extra uitvoer. Duitsers zijn bijvoorbeeld grote liefhebbers van onze kaas, om maar een voorbeeld te noemen. De kritische lezer zal natuurlijk opmerken dat bij een devaluatie onze import duurder wordt en daarmee onze inflatie opjaagt. Dat is dan een goeie stimulans om zelf de fabricage van bepaalde producten(textiel misschien?) ter hand te nemen. Geeft nieuwe werkgelegenheid. Hoe mooi was dat ooit met die gulden. Maar ja, we kunnen de klok nu eenmaal niet terug draaien. We kunnen wel vooruit denken en ons af vragen of bepaalde zaken uit het verleden niet weer toegepast kunnen worden in een tijd dat de zaken van nu verkeerd gaan lopen.

Over de auteur

Gerrit heeft het unieke vermogen om helder en zorgvuldig een uiteenzetting te geven over de economische ontwikkelingen in voornamelijk het Hollandse polderlandschap. Hij doet dat vanuit een burgerlijke nuchterheid en maatschappelijke betrokkenheid.