Moeten we weer terug naar kleinschaligheid

51

We moeten terug van grote ondernemingen naar kleinere ondernemingen. Dat is een hot item in deze tijd waarin we zien gebeuren dat grote winkelketens en zorginstellingen omvallen. De maatschappij moet er van doordrongen raken dat grote organisaties teveel bedrijfskosten, die niet direct met de productie te maken hebben, met zich meebrengen. Dat zijn de kosten van de zogenaamde ‘overhead’. Dat zien we op meerdere fronten in onze ‘verzorgingsstaat’ waar bijvoorbeeld de thuiszorgorganisaties door constante overnames te groot zijn geworden. Hierdoor dreigen de echte werkzaamheden, namelijk de handen aan het bed, voor een deel wegbezuinigd te worden door de drukkende kosten van de overhead. We zien het gebeuren en kijken er naar. De ene na de andere thuiszorgorganisatie komt in de problemen. De Rijksoverheid heeft minder geld beschikbaar gesteld in het Rijksfonds voor de gemeenten. Bijna alle gemeenten moeten daarom bezuinigen en zien zich genoodzaakt de contracten met de thuiszorginstellingen te herzien. Inmiddels is volkomen duidelijk wat deze herzieningen aanrichten. Te groot gegroeide thuiszorgorganisaties vallen om en gaan failliet. Er vallen ontslagen en de ziekenverzorgenden en huishoudelijke hulpen die kunnen worden overgenomen wordt meestal een contract aangeboden met minder uren werken.

Alleen verliezers

Hier hebben we drie verliezende partijen. De hulpbehoevenden met minder handen aan het bed, de ontslagen werknemers en de werknemers met minder uren, en de organisaties die met hun te grote waterhoofd balansen moeten verkleinen. Droefenis alom. Wat we hier zien gebeuren is dat door de constante groei van kleinere naar grote organisaties in feite de basisinzet flink minder wordt. De overlevingsdrang van de top van de organisatie gaat ten koste van de zorgverlening aan hulpbehoevende cliënten aan de onderkant van de organisatie. Als tenslotte een thuiszorgorganisatie als TSN met 12.000 medewerkers vele duizenden moet ontslaan geeft dit drama duidelijk aan dat uiteindelijk de verzorging van hulpbehoevenden voor een flink deel verloren gaat. Hoezo verzorgingsstaat? Onze ooit zo mooi ingerichte sociale verzorgingsstaat zien we langzaam maar zeker naar de bliksem gaan. Het moest allemaal grootschalig worden ingericht. Het nadeel van grote organisaties komt nu aan de oppervlakte. Grote instellingen hebben boven het personeel, wat het eigenlijke en meest belangrijke werk uitvoert, een managementlaag zitten met daarnaast een flinke administratie met management en boven dit alles een directieraad waar vorstelijke salarissen moeten worden verdeeld over soms 3 directeuren. Want ja, als je eenmaal groot bent geworden, wordt je veeleisend. De enorme bovenlaag in zo’n organisatie is weer nodig om het geheel in goede banen te leiden maar kost natuurlijk veel geld. De discussie zal zijn dat een grote organisatie voordelen biedt in de vorm van het afdwingen van kortingen bij het aangaan van contracten. Dat is de macht en de kracht van het grootkapitaal. De uiteindelijke verliezer is natuurlijk de cliënt en de werknemer die de speelbal zijn van onderhandelingen op niveau. Wanneer anno 2015/16 blijkt dat bij veel publieke organisaties minder geld beschikbaar is gaat de boel wringen en zien we het uiteindelijke resultaat zoals bij TSN en weldra andere instellingen. Gefuseerde organisaties vallen uiteen met alleen maar verliezende partijen.

Zou het ons een zorg zijn?

Hoe anders zou dit er uit gezien hebben als we gewoon kleinschalig waren gebleven met kleine instellingen die alleen werken voor de eigen gemeenschap binnen de gemeentegrenzen. Een kleine zorginstelling met bijvoorbeeld 50 tot 100 man personeel waarvan iedereen elkaar kent. Het voordeel is te kunnen werken met korte lijnen binnen de organisatie met een paar aangestelde leidinggevenden en een kleine administratie. Dichter bij de hulpbehoevenden in een eigen kleinschalig gebouw en daardoor direct inzetbaar. In een grote gemeente bijvoorbeeld per wijk een eigen organisatie met dezelfde bedoeling, kleinschalig werken binnen een behapbare organisatie. Eén directeur met een jaarsalaris van ongeveer 75.000 euro bij een instelling tot maximaal 100 werknemers. Het wegvallen van de enorme overheadkosten betekent dat dit vrijgekomen bedrag kan worden gebruikt voor meer handen aan het bed. Kleinere kantoorpanden zijn er momenteel in overvloed. Een kleinschalige zorgverlening op maat is waar we als samenleving naar moeten streven. Het model van kleinschaligheid kan n.m.m. toegepast worden op veel andere te groot gegroeide organisaties in verschillende sectoren, zoals bijvoorbeeld de retail. Breng de retail terug naar de kleinere detailhandel. De kleine middenstander in de winkelstraat met soms een paar man personeel in de zaak. Zoals ook voor de zorgverlening geldt hetzelfde voor de detailhandel. Er zijn voorbeelden genoeg te noemen van vallende winkelketens waarvan mag worden verondersteld dat één van de oorzaken van de vele faillissementen is gelegen in het feit dat de organisatie op zich te groot is geworden met teveel overheadkosten.

Leegloop van stadscentra

Uiteraard heeft ook de concurrentie van de internetwinkels de detailomzet verkleind met tot gevolg winkelketens met een waterhoofd. Ook voor de detailhandel geldt dat hier een maatschappelijke functie ligt in de zin van handels- en ontmoetingscentrum in de binnensteden. Mensen willen elkaar ontmoeten op centrale ontmoetingsplekken. Daarom zijn in het verre verleden kerken en marktpleinen in het centrum van de leefgemeenschappen gebouwd. Iedere zichzelf respecterende gemeente heeft behoefte aan sociale ontmoetingsplaatsen. We kennen toch allemaal de term ‘even gezellig winkelen’, of gezellig een biertje drinken op een terras in de oude stadskernen. Of op zondag naar de kerk, die ook niet geheel toevallig naast de kroeg of de winkel in hetzelfde centrum staat. Nu zien we ontwikkelingen van grote outletcentra die juist buiten de oude stadskernen worden gebouwd en zelfs buiten de bebouwde kom. Hoezo centrumfunctie van marktpleinen en winkelstraten? Nu halen outletcentra en internetwinkels in kleurloze magazijnen op industrieterreinen het laatste stukje sociale handelscontacten weg uit onze binnensteden. Oude stadscentra raken in verval met halflege winkelstraten. De loop naar het centrum raakt er uit en dat geeft weer lagere omzetten bij de ijssalons, bistro’s en cafés. De neergaande spiraal die zichzelf versterkt. Als oplossing voor de lege winkelpanden wordt vaak aangedragen om deze te verbouwen tot woonlagen. Maar wie wil er straks nog wonen in de binnenstad wanneer de centrumfunctie daar langzaam verdwijnt en winkels woonhuizen worden.

De nieuwe samenleving 2.0

Het zou aan mij kunnen liggen, maar ik krijg het gevoel dat de gezelligheid van een stadskern met marktpleinen en winkelstraten, waar eerzame burgers nu eenmaal prijs op stellen , ons langzaam wordt afgenomen. Er is een langzame maatschappelijke verruwing en vereenzaming op gang gebracht door het inrichten van een maatschappij die geheel is gebaseerd op economische groei. Groei gekocht met schuld, waardoor nu in de eindfase van de ‘welvaart-gebouwd-op-schuld-maatschappij’ bezuinigt wordt op alle maatschappelijke geneugten die we hebben verworven. De teloorgang van een sociale welvaartstaat met afbraak van een zorgstelsel en de afbraak van de centrumfunctie van onze binnensteden. We mogen ons nog vermaken voor onze platte LED-schermen met platvloerse reality-tv en voorgekauwde nieuwsprogramma’s van onze (staats)omroepen. Zelfs onze boodschappen gaan we online bestellen via onze smartTV of smartphones. En dan niet raar opkijken van weer een gasontploffing op 3-hoog van alweer een verwarde burger waarvan niemand wist dat-ie (nog) bestond en totaal vereenzaamd was. De nieuwe samenleving 21.0.

Piet Pineut

Over de auteur

Gerrit heeft het unieke vermogen om helder en zorgvuldig een uiteenzetting te geven over de economische ontwikkelingen in voornamelijk het Hollandse polderlandschap. Hij doet dat vanuit een burgerlijke nuchterheid en maatschappelijke betrokkenheid.