Nederlanders zijn ietsje ‘gelijker’ geworden

5

De inkomens- en vermogensongelijkheid tussen Nederlanders is een beetje afgenomen. Dat zeggen de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) anno mei 2019. ‘In de grote steden is de inkomens- en vermogensongelijkheid groter dan de ongelijkheid landelijk.’ Aldus het rapport Ongelijkheid In Inkomen En Vermogen dat uitkomt op 8 mei 2019. De berekeningen en conclusies zijn over 2017 gemaakt.

Inkomen

Het CBS maakt gebruik van de zogenaamde ‘genormaliseerde Gini-coëfficiënt. Deze maatstaf is gepubliceerd ruim een eeuw nadat Corrado Gini in 1912 zijn inmiddels alom gebruikte Gini-coëfficiënt introduceerde.’ Verder dienden ook de zogenaamde Lorenz-curve en de parade van Pen voor het onderzoek. Door de aantrekkende economie van 2014 tot 2017 krimpte de ongelijkheid tussen de hoogste en de laagste inkomens een ietsje. Zeker ook door de herverdeling vanwege de Nederlandse overheid om de kloof te verminderen. Dat deed en doet zij met premies en belastingen, en de verstrekking van uitkeringen en toelagen.

Vermogen

‘AOW-uitkeringen en aanvullende pensioenen zorgden samen voor de grootste afname in de ongelijkheid in het primair inkomen: met respectievelijk 17 procent en 12 procent.’ U kunt het volledige rapport (pdf) hier downloaden. Wat het vermogen betreft bezit de rijkste 10 procent van Nederland 64 procent van het kapitaal. Dat in totaal 1260 miljard euro bedraagt. De overige 90 procent moet het stellen met 36 procent daarvan dus. De armste tien procent is er het ergst aan toe met een negatief vermogen. Schulden dus, ter waarde van 51 miljard euro. Hier is nog veel werk aan de winkel dus. Voor de overheid, jawel, maar zeker ook voor de gezinnen en burgers in kwestie. Met geld omgaan is een vak apart en zou er best één op school worden, van jongsaf aan. Hoe denkt u daarover, beste lezer…?

Over de auteur

Zet de dagelijkse economische en maatschappelijke onderwerpen uiteen.