Waarom stijgen de lonen in Nederland maar beperkt?

2

Om de lonen in de toekomst sterker te laten stijgen, is het nodig dat de arbeidsproductiviteit, oftewel de productie per werknemer, sneller toeneemt. Dit concludeert het Centraal Planbureau (CPB) in de nieuw verschenen publicatie ‘Vertraagde loonontwikkeling in Nederland ontrafeld’.

Sobere loonontwikkeling

CPB-directeur Laura van Geest:

“Een blik op de cijfers leert dat de matige ontwikkeling in de arbeidsproductiviteit getalsmatig – althans in Nederland – een belangrijkere verklaring is voor de sobere loonontwikkeling dan het dalende loonaandeel of de arbeidsinkomensquote (aiq). Daarmee weet je beter waar je het moet zoeken, maar is het niet per se makkelijker om er iets aan te doen.”

Loon & Inflatie

Sinds 2014 is de economie flink aangetrokken, maar stijgen de lonen jaarlijks een stuk minder dan vóór de crisis. Gemiddeld nemen de lonen nauwelijks meer toe dan de inflatie, die de afgelopen jaren ook al historisch laag was. Belangrijkste oorzaak is dat de groei van de arbeidsproductiviteit, die al vanaf de jaren tachtig steeds langzamer toeneemt, sinds 2014 verder is vertraagd ten opzichte van de periode vóór de crisis. Het loonaandeel, het gedeelte van de nationale koek (bbp) dat naar de werknemers gaat, neemt in die jaren meestal af, maar hierin is geen verschil met vóór de crisis. Tijdens de crisis is het loonaandeel door neerwaartse starheid van de lonen juist toegenomen.

Factoren

Flexibele arbeid blijkt een groot deel van de economische fluctuaties op te vangen. De lonen zijn hierdoor juist minder gevoelig voor de stand van de economie: als het economisch slecht gaat, daalt de loongroei minder en als het beter gaat is de loonstijging kleiner. Wanneer de economie aantrekt, worden relatief veel werknemers op een tijdelijk contract aangenomen en relatief veel uitzendkrachten ingezet. Omdat zij gemiddeld een lager loon hebben, remt dit de gemiddelde loongroei op nationaal niveau. Tijdens een recessie werkt dit andersom: dan verliezen tijdelijke werknemers en uitzendkrachten als eersten hun baan en zwakt de gemiddelde loongroei minder af. Uit het onderzoek van het CPB blijkt niet dat flexibilisering tot structureel lagere lonen heeft geleid. Ook voor andere factoren zoals globalisering, technologische vooruitgang en marktmacht wordt geen eenduidig effect op de loonontwikkeling gevonden.

loonstijging

2 REACTIES

  1. Het CPB publiceert cijfers en tracht daaruit een conclusie te trekken. Veel economen hechten daar een (bepaalde) waarde aan. Wat het CPB niet kan meten is hoe de samenleving de gevolgen ondervindt van veel tegendraadse ontwikkelingen die zich alom in de maatschappij voltrekken. Zoals bijvoorbeeld de dalende rentestandaard gekoppeld aan stijgende huizenprijzen. Zoals bijvoorbeeld het appeltje voor de dorst die bij de bank ligt uit te drogen. Zoals bijvoorbeeld het enorme fileleed door de toegenomen economische activiteit(online winkelen en drugsleveringen via pakketpost). Zoals bijvoorbeeld de invloed van goedkope buitenlandse arbeidsmigranten t.b.v. lage loonkosten bij bedrijfsleven. Zoals bijvoorbeeld de gevoelens van onzekerheden bij enorm toegenomen aantal werknemers met tijdelijke contracten. Zoals bijvoorbeeld de enorme toename van ZZP’ers die door onderlinge concurrentie goedkoop werken voor hun opdrachtgevers. Zoals bijvoorbeeld de gevoelens onder ZZP’ers die te weinig inkomen genereren om daarmee pensioen op te bouwen. Zoals bijvoorbeeld de blijde gezichten van meer dan 1 miljoen ZZP’ers die geen inkomstenbelasting betalen door de ‘hoge’ zelfstandigen- en startersaftrekken.

    Zo zijn er behoorlijk wat van dit soort onevenwichtigheden ontstaan na de vorige crisis die behoorlijk te denken geven. Het betekent dat we deelnemen in een schijnwelvaart. Zodra economische groei voelbaar inzakt zal het meer dan ooit een flinke impact hebben op de gevoelens in onze samenleving. De reden waarom het volgens de autoriteiten de laatste jaren “zo goed” ging was het feit dat financiële markten werden opgeblazen met goedkoop geld. Beursgenoteerde multinationale bedrijven kochten met goedkoop geld eigen aandelen in waardoor de graadmeters van de beurzen nog verder omhoog gingen. “Vroeger” was de hoge stand van de beurs maatgevend voor een hoge levensstandaard. Anno 2018 betekent een hoge stand van de AEX dat we leven in een kunstmatig gecreëerde schijnwelvaart. Beleggers(elite) en autoriteiten denken dat het economisch goed gaat maar vergeten de gevoelens te peilen van de ontevreden samenleving. Het kan bijna niet anders dan dat veel mensen in de NL-samenleving eenzelfde gevoel hebben als de burgers in de Franse middenklasse. Alleen door het verschil in temperament tussen Zuid-Europeanen en noordelingen blijft het in ons polderlandje nog redelijk rustig. Wanneer volgend jaar het sentiment omslaat door mogelijk meer economische achteruitgang dan zouden gele hesjes heel makkelijk uit de kofferbak tevoorschijn kunnen komen. Het is namelijk een goedkoop protest, je hoeft niet eens lid te zijn van de vakbond.

  2. Dis hier hebben we te maken met loonmatiging die niet door de politiek is opgelegd. Dat deden de CDA-VVD-kabinetten van Lubbers en Balkenende wel, die legden wel loonmatiging aan het bedrijfsleven op.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.