De officiële werkloosheidscijfers deugen niet (deel 2)

5

In mijn vorige artikel legde ik de berekening van de werkloosheidcijfers onder een vergrootglas. Niet om de cijfers flink uit te vergroten maar meer om de interpretatie van de officiële berekening te bekritiseren. Onze overheidsinstituten zoals CBS en andere doen hun uiterste best om allerlei cijfers uit de samenleving te verzamelen om deze gestroomlijnd aan te leveren aan de hongerige ministeries die hun beleid er op afstemmen.

arbeid 2019

De cijfers kloppen wel maar de berekening deugt niet

Regelmatig worden vooral in de nieuwsberichten op de vroege ochtend economische cijfers gepubliceerd door de diverse, door de overheid gecontroleerde, instituten. Pas nadat de verantwoordelijke ministeries hun goedkeuring hebben verleend. Het zijn meestal droge persberichten die slim in elkaar zijn geflanst om niet teveel negatieve reacties op te roepen vanuit de samenleving. Alleen de kritische analytische lezer wil de publicaties nog wel eens onder een vergrootglas leggen. Dat heb ik ook gedaan met het persbericht van het CBS op 16 mei 2019, gepubliceerd om 08:00 uur, zoals gebruikelijk. Met mijn simplistisch denkvermogen heb ik mijn eigen eenvoudig sommetje op de cijfers uit die publicatie er op los gelaten en kom daarmee op een heel ander resultaat. Ontstellend en droevig. Ik heb mijn beredenering in mijn vorige column uitgelegd. Toch wil ik er een tweede column aan wagen met een bredere benadering en nadere toelichting op mijn eigen berekening. Ik wil de berekening van het CBS in diskrediet brengen omdat ik vind dat hun beredenering niet deugt. De cijfers kloppen wel maar de berekening deugt niet.

“Het gelijk van het bevoegd gezag”

Aan het verzamelen van de cijfers van het CBS mogen we niet twijfelen. Het is hun publieke taak om die juist uit te voeren. Echter de kromme uitleg van hun misleidende berekening vind ik kwalijk. Je gaat aan de hand van harde cijfers een morele duiding over de samenleving uitstrooien. En dat werkt nog altijd in ons polderlandje, want de overheidsinstituten zijn bevoegde gezagsdragers en worden derhalve klakkeloos gevolgd in hun beleidsvoering. Zo werkt het nu eenmaal in een democratisch geregeerd land. Overheidsinstellingen zoals justitie, belastingdienst, politie, defensie, UWV, en veel andere zijn gezaghebbend. Wij hebben maar te handelen naar hun beleidsregels en moeten aannemen dat hun inzichten en publicaties democratisch verantwoord zijn. Met de huidige werkloosheidscijfers mogen wij ons in ons kleine kikkerlandje gelukkig prijzen want de uitkomst is laag. De cijfers kloppen gewoon, maar de motiverende berekening betwijfel ik.

De keiharde cijfers

Ik zou de volgende volzin van het CBS-bericht wat nader willen definiëren: “4,1 miljoen mensen hadden in april om verschillende redenen geen betaald werk.” Deze 4,1 miljoen worden dus niet geteld als werkloos omdat ze geen WW-uitkering hebben maar in principe zouden ze kunnen werken. Ook de volgende zin: “Naast de 300.000 werkzoekenden zonder baan zijn er nog 3,8 miljoen mensen die niet zoekend of niet beschikbaar waren voor werk,” betekent zoveel als 3,8 miljoen mensen die niet deelnemen aan het arbeidsproces om diverse redenen. Het totaal van dit sommetje, 300.000 werklozen, 4.100.000 miljoen mensen niet in de WW maar zonder werk, en 3,8 miljoen niet beschikbaar en niet zoekende, maakt dat er in totaal maar liefst 8,2 miljoen mensen zijn zonder werk. En dat op een bevolking van 17,1 miljoen inwoners. Slechts 8,9 miljoen mensen hebben een betaalde baan volgens het dashboard beroepsbevolking van het CBS.

Wat is een eerlijke definitie

Met al het cijfergeneuzel zou ik bijna de weg kwijt raken waar ik in deze column naar toe wil. Wat ik duidelijk wil maken is dat het aantal improductieve mensen die niet als werkzoekend staan ingeschreven dramatisch hoog is. Uiteraard bevinden zich onder die 8,2 miljoen niet-werkenden mensen die niet per se aan het werk hoeven/willen. Dat zijn bijvoorbeeld mensen met een partner die kostwinner is of de gepensioneerden met een goed pensioen. Let wel, het CBS rekent heel ruim in de leeftijdscategorie van 15 – 74 jaar voor de beroepsbevolking en de werkzoekenden. Onder nog krasse AOW’ers bevinden zich zeker mensen die wel zouden willen werken omdat ze bijvoorbeeld een laag pensioen hebben.

De lange periode van 10 jaar uitblijvende indexatie is funest voor de lage pensioentjes. Ook onder gezinnen met één kostwinner bevinden zich partners die graag zouden willen werken omdat bij een gezin in deze tijd het genieten van 2  inkomens vaak een bittere noodzaak is. Tenzij de alleenverdiener veel geld in het laatje brengt. Kortom, hoe we het ook wenden of keren, de definitie van werkloosheid is een lastige als het gaat om een juiste begripsomschrijving. We denken al jarenlang dat onze werkloosheid relatief laag is, conform de huidige definitie. De westerse landen hanteren daarvoor de richtlijnen van de International Labour Organization (ILO). Het is maar net hoe je de berekening uitvoert van een grote brij verzamelde cijfers uit een complexe samenleving.

Veel banen verdwenen naar China

Ik vraag mij af waarom we zijn overgeleverd aan de huidige (opgelegde) normen. In feite houden we onszelf daarmee voor de gek. Als je het goed beschouwt is er de laatste decennia veel werk verdwenen door automatisering, digitalisering en de reeds ingezette robotisering. Het nieuwe werken gaat met minder banen. Daarnaast is door de globalisering en open grenzen veel werk verdwenen naar goedkope lonen landen. China weet al jarenlang goedkoper te produceren. Niet voor niets voert Trump in de VS een nieuw beleid van protectionisme. Hij wil in de VS weer meer zelf produceren wat overigens een goed streven lijkt voor de eigen arbeidsmarkt maar niet past in deze tijd van globalisering. Met zijn protectionisme stokt de wereldhandel en laait de ingezette handelsoorlog met alsmaar oplopende invoertarieven verder op. Dat zal zeker wereldwijd banen gaan kosten door een inzakkende export. Daarom zal de overheid  vasthouden aan de huidige richtlijnen voor de berekening van de werkloosheid. Als we nu zouden overstappen naar een realistische norm dan geeft dat een enorm schokeffect. Zo ineens meer dan 20 procent werklozen er bij, die er overigens altijd al waren maar de berekening was anders. Werkloos zijn betekent improductief zijn, dus niet bijdragen aan het nationale BBP.

Bijna uit balans

Het wordt tijd dat we een juiste administratie gaan voeren met een eerlijke definitie van werkloosheid zonder onderverdeling in allerlei subgroepen. In de vorige eeuw hebben we een sociale verzorgingsstaat gecreëerd waarbij voor velen een uitkering klaar stond als er even geen inkomen uit werk was. Door de veelheid van sociale uitkeringen is het al moeilijker geworden om een juiste definitie voor werkloosheid te bedenken. In de bijstand zitten bijvoorbeeld ook veel mensen die te lang werkloos waren en uit de WW werden geknikkerd. Ook onder de AOW’ers zijn mensen die graag willen werken omdat hun pensioen niet toereikend is. Maar ja, welke werkgever zit daar op te wachten?  En  waarom studeren jongeren langer door? En waarom veranderen ze vaak van studierichting? En hoeveel mensen in deeltijd willen graag meer uren werken? En hoeveel partners zonder inkomen willen er niet graag aan het werk omdat het inkomen van de kostwinner te laag is?

Einde sociale verzorgingsstaat?

In onze complexe verzorgingsstaat anno 2019 is het knap lastig om te meten hoeveel mensen zonder werk graag zouden willen werken. Bij velen ontbreekt de motivatie om werk te zoeken vanwege de rompslomp om zich als werkzoekende in te schrijven en vervolgens 100 sollicitatiebrieven te verzenden. Kost een berg postzegels en levert nauwelijks werk op. Hoe straks verder als de balans van mensen zonder werk tegenover de werkenden doorslaat? De verhouding van 8,2 miljoen mensen zonder werk tegenover 8,9 miljoen werkenden ligt al erg dicht bij elkaar. Hoe kan een samenleving dan nog werken aan het NL-BBP? Dat zou het absolute einde betekenen van onze sociale verzorgingsstaat.

Over de auteur

Gerrit heeft het unieke vermogen om helder en zorgvuldig een uiteenzetting te geven over de economische ontwikkelingen in voornamelijk het Hollandse polderlandschap. Hij doet dat vanuit een burgerlijke nuchterheid en maatschappelijke betrokkenheid.