Het einde van onze verzorgingsstaat

53

Ons polderlandje stond ooit bekend als één van de beste verzorgingsstaten ter wereld. Deze sociale verzorgingsstaat hadden we met z’n allen opgebouwd in de laatste tientallen jaren waarin economische groei een vaste standaard was. Helaas komt aan alles wat groeit een keer een eind. Onze conjunctuur kent nu eenmaal golfbewegingen. Lange en korte golfbewegingen wel te verstaan. Het zal de laatste jaren meer en meer duidelijk worden dat we aan het einde zijn verzeild van een lange golfbeweging. De economische groei is al vele jaren rondom nul. Af en toe een plusje en de laatste 5 jaar vaak een minnetje. Wanneer we een verzorgingsstaat zoals we die nu kennen op peil willen houden dan moeten we wel een hoge groei in stand houden. Helaas is dat al jaren niet het geval en zal dat gezien de problematisch groeiende schuldenberg voorlopig niet gebeuren. De rente- en aflossingsverplichtingen van zowel burgers als overheid neemt teveel geld weg uit de economie. De (centrale) rente is niet voor niets tot bijna nul verlaagd.

NL verzorgingsstaat

De keiharde cijfers

Hoe we het ook wenden of keren, het is een keihard gegeven dat de balans is doorgeslagen wat betreft onze verzorgingsstaat. Ik probeer dat verderop met wat cijfers aan te tonen. Een verzorgingsstaat is een sociaal systeem waarin de staat primaire verantwoordelijkheid draagt voor het welzijn van zijn burgers, zoals in kwesties van gezondheidszorg, onderwijs, werkgelegenheid en sociale zekerheid. Dat betekent dat er behoorlijk wat belasting en premies moeten worden betaald voor degenen die een beroep (moeten) doen op een uitkering of tegemoetkoming. Dat is wel te doen als er een juiste verhouding is tussen werkenden en niet-werkenden. Dus het aantal actieven moet beduidend hoger liggen dan het aantal inactieven.  Het principe is dat een productieve burger van nu premies betaalt voor de improductieve burger van nu conform het omslagstelsel. Op deze wijze moeten we onze verzorgingsstaat op peil houden. Maar, de premie- en belastingdruk moet vooral niet te hoog worden bij de werkenden. Bij te hoge belastingen en premies zal het netto-besteedbare inkomen dalen. Het bewijs zien we in de negatieve inkomensgroei van de laatste 5 jaren. Met een hoge belastingdruk blijven de brutolonen te hoog waardoor we niet kunnen concurreren met het buitenland. Kortom, een hopeloze situatie om ons huidige welvaartsniveau overeind te houden. De handrem staat er op. De balans tussen werkenden en niet-werkenden is echt helemaal zoek. Er zijn anno 2013 meer mensen met uitkeringen en pensioenen dan ooit tevoren. Zie het staatje hieronder, en eh, schrikt u niet:

verzorgingsstaat

Het aantal AOW-uitkeringen is het aantal van 3.000.000 gepasseerd in de maand augustus 2013. De oudedagsvoorziening bestaat ruim een halve eeuw. Het aantal AOW’ers stijgt nu snel omdat de babyboomgeneratie vanaf 65-jarige leeftijd met pensioen gaat. In 2012 waren er 190.000 nieuwe AOW’ers; in 2013 komt dat uit op 259.000. Tegenover de vergrijzing staat een dalend geboortecijfer.

Het aantal WW-uitkeringen lijkt te stabiliseren, maar de verwachtingen blijven somber. Onlangs is het percentage zelfs gedaald van 8,7 naar 8,5 procent. Echter blijkt dat steeds meer WW-uitkeringen uit de UWV-administratie verdwijnen omdat  de uitkeringsduur afloopt. Sommigen komen dan in de bijstand maar anderen moeten eerst interen of teren op het inkomen van een levenspartner alvorens voor bijstand in aanmerking te komen. Een groeiende groep zijn de ZZP’ers met een inkomen op of onder het bijstandsniveau. Dit geeft ook nog eens aan dat er behalve uitkeringsgerechtigden ook burgers zijn die geheel zonder inkomen zijn en niet in tellingen voorkomen. Dan hebben we nog de burgers die een uitbetaling van Algemene Heffingskorting ontvangen van de Belastingdienst; de zogenaamde aanrecht- of huisvrouwenpremie voor niet-werkende-partners. Vanaf het jaar 2009 wordt deze heffingskorting afgebouwd voor burgers geboren na 1971.

Totaal uit balans

Naar mijn idee is de bovenstaande opsomming één grote optelsom van narigheden. Neemt u mij niet kwalijk, maar om het even heel oneerbiedig uit te drukken: veel te veel meeëters uit de staatsruif. Bijna 9 miljoen inwoners van ons polderlandje die niet meedoen aan het arbeids-, c.q. productieproces maar op een of andere wijze moeten worden onderhouden door hun landgenoten. Dat lijkt mij echt zorgelijk en is een totale bedreiging van onze verzorgingsstaat. We hebben totaal ruim 16,8 miljoen inwoners, waarvan 9 miljoen geen inkomen uit arbeid genereren. Ruim meer dan de helft dus. (Wel moet worden opgemerkt dat we gepensioneerden  niet op één lijn mogen zetten met uitkeringsgerechtigden i.v.m. de eigen pensioenopbouw). Al met al zal deze onevenwichtigheid tussen werkenden en niet-werkenden betekenen dat er door steeds minder mensen voor steeds meer mensen geld op tafel moet worden gelegd. Een uiterst kritieke situatie zou ik denken. Hoe gaan we dit nu aanpakken?

Pensioenen nog verder omlaag

Gepensioneerden verdienen het om van hun pensioen te mogen genieten maar het is wel erg verontrustend om te constateren dat zoveel niet-actieven geen of weinig pensioenpremie betalen voor de huidige (nog) goed gevulde pensioenpot. Daarom is het wel begrijpelijk dat de ingegane pensioenen worden gekort en de toekomstige pensioenen extra worden gekort, of beter gezegd met een lager bedrag worden opgebouwd(conform nieuw pensioenakkoord) door een verlaging van de pensioenpremie. De verlaging van onze pensioenen wordt dus niet alleen veroorzaakt door de zogenaamde lage rekenrente. Algehele misère dus voor ons (toekomstig) pensioenstelsel. Een duidelijk signaal dus dat onze opgebouwde sociale welvaartsstaat tanende is.

Koopkracht omlaag ten gunste van financieringstekort

Hoe we het ook wenden of keren, het zal ondanks de opbeurende woorden van diverse ministers van ons (marionetten)kabinet, naar mijn mening op zowel korte als lange termijn door deze misère niet lukken om nog groei van betekenis te genereren. En groei van betekenis is geen 0,1 of 0,2 procent en ook geen 0,5. Nee, echte groei moet in hele procenten hoger liggen dan de gewenste inflatie van een paar procent. Onze koopkracht wordt dus steeds verder ondergraven ten behoeve van het financieringstekort. Ons kabinet misleidt ons door te roepen dat de meesten er in januari netto op vooruit gaan door diverse beleidsmaatregelen. Niets is minder waar. De kleinere  overheden, zoals gemeenten e.d., krijgen minder geld van het Rijk. Hierdoor stijgen uiteraard de gemeentelijke heffingen en zullen velen onderaan de streep andermaal minder overhouden. We gaan het allemaal weer meemaken in 2014. De discussie op Biflatie.nl en andere websites zal voorlopig doorgaan en misschien zelfs heftiger worden. Wie het weet mag het zeggen. Ondanks alles, toch een gelukkig en gezond Nieuwjaar toegewenst.

Gerrit Welbergen

Over de auteur

Gerrit heeft het unieke vermogen om helder en zorgvuldig een uiteenzetting te geven over de economische ontwikkelingen in voornamelijk het Hollandse polderlandschap. Hij doet dat vanuit een burgerlijke nuchterheid en maatschappelijke betrokkenheid.