Cijfers over Amerikaanse arbeidsmarkt vallen tegen

0

De Amerikaanse arbeidsmarkt hapert. Dat blijkt uit het laatste rapport over de Amerikaanse arbeidsmarkt van het ministerie van Arbeid. In juli gingen er 131.000 banen verloren, dubbel zo veel als het de 65.000 banen die de economen van tevoren hadden verwacht. Dat is mede als gevolg van de overheid, die heel wat voor de tienjaarlijkse volkstelling aangeworven tijdelijke arbeidskrachten weer ontsloeg. Maar ook zonder die vertekening, is de achteruitgang van de Amerikaanse arbeidsmarkt duidelijk te merken. De privésector creëerde in juli 71.000 nieuwe banen, terwijl er 90.000 werden verwacht. Bovendien werden de statistieken voor juni fors neerwaarts bijgesteld. In juni sneuvelden 221.000 banen in de VS, in plaats van de eerder gemelde 125.000 banen. In de privésector viel de gerapporteerde arbeidsgroei van 83.000 tot een erg bescheiden 31.000 terug.

De werkloosheidsgraad bleef stabiel op 9,5%, maar een positief signaal is dat niet. De statistici van het BLS halen de jobdata uit twee verschillende reeksen: om de creatie van de banen te ramen onderzoeken ze maandelijks de loonrol van 140.000 bedrijven en instellingen, de werkloosheidsgraad distilleren ze uit een maandelijkse rondvraag bij 60.000 gezinnen.

‘Op basis van de de gezinsenquête daalde de tewerkstelling met 159.000. Maar tegelijk verlieten 181.000 mensen de arbeidsmarkt, waardoor de werkloosheidsgraad stabiliseert’, merkt ING-econoom James Knightley op. ‘Dat zoveel Amerikanen de arbeidsmarkt verlaten, geeft aan dat ze de hoop een baan te vinden opgegeven hebben’.

Ook de brede werkloosheidsgraad stabiliseerde, op 16,5%. In deze berekening is 1 op de 6 Amerikanen werkloos. De brede werkloosheidsgraad omvat mensen die noodgedwongen deeltijds werken maar eigenlijk een voltijdse baan zouden willen, en Amerikanen die wel  zouden willen werken, maar in de voorbije vier weken de hoop opgaven een baan te vinden. Ze solliciteren niet actief meer naar een baan en worden daarom niet in de berekeningen meegenomen. via: De Tijd